Bij pootaardappelen van maat 28/35 bevat 1 kg ongeveer 40 knollen. Met 5 kg pootaardappelen heb je dan ongeveer 200 pootaardappelen. Het exacte aantal hangt af van de maat en het ras: kleinere knollen leveren meer stuks per kilogram, terwijl grotere pootaardappelen minder knollen per kilogram bevatten.
Bij maat 30/40 bevat 1 kg ongeveer 32 knollen, waardoor 5 kg neerkomt op ongeveer 160 pootaardappelen. Bij een grotere maat, zoals 35/50, kan 1 kg ongeveer 17 à 18 knollen bevatten, zodat 5 kg ongeveer 85 à 90 pootaardappelen oplevert.
Omrekening van 5 kg pootaardappelen naar het aantal knollen
| Maat pootaardappelen | Knollen per kilogram | Knollen bij 5 kg |
|---|---|---|
| 28/35 | ± 40 stuks | ± 200 stuks |
| 30/40 | ± 32 knollen | ± 160 knollen |
| 35/50 | ± 17 à 18 knollen | ± 85 à 90 knollen |
De meest gebruikte maat is 28/35. Reken je met deze maat, dan is het antwoord dus ongeveer 200 pootaardappelen per 5 kg. Controleer voor een nauwkeuriger berekening altijd de maatvermelding op de verpakking, want die bepaalt in sterke mate het aantal knollen en de opbrengst.
Hoeveel grond heb je nodig voor 5 kg pootaardappelen?
Met 1 kg pootaardappelen kan je voor een oppervlakte van ± 7 m² vroege à 11 m² late aardappelen planten in jouw moestuin. Voor 5 kg komt dat neer op ongeveer 35 m² voor vroege aardappelen tot ongeveer 55 m² voor late aardappelen.
Een andere richtlijn is dat je 1 kg pootaardappelen nodig hebt voor ca. 8 m2. Hoeveel pootaardappelen je nodig hebt, hangt af van hoeveel plaats je vrij hebt in de moestuin en hoeveel kilogram je wenst te oogsten.
Gemiddeld mag je rekenen op ongeveer 4 kg oogst per vierkante meter geplante pootaardappelen. 1 kg plantaardappelen zorgt voor een gemiddelde oogst van zo’n 28 à 53 kg aardappelen (afhankelijk van de soort). Deze opbrengsten zijn gemiddelden, en zeer sterk afhankelijk van de grond en het ras geplante pootaardappelen.
| Berekening | Geschatte oppervlakte |
|---|---|
| 5 kg vroege pootaardappelen | ± 35 m² |
| 5 kg late pootaardappelen | ± 55 m² |
| 5 kg bij een richtlijn van 8 m² per kilogram | ± 40 m² |
Hoeveel aardappelen kan 5 kg pootgoed opleveren?
Met 1 kg pootaardappelen kan je voor een oppervlakte van ± 7 m² vroege à 11 m² late aardappelen planten in jouw moestuin. Gemiddeld mag je rekenen op ongeveer 4 kg oogst per vierkante meter geplante pootaardappelen.
1 kg plantaardappelen zorgt voor een gemiddelde oogst van zo’n 28 à 53 kg aardappelen (afhankelijk van de soort). Bij 5 kg pootgoed komt dat volgens deze richtlijn neer op ongeveer 140 tot 265 kg aardappelen.
De opbrengst per plant zal normaal tussen de 1 en 2 kg liggen, afhankelijk van de variëteit en oogsttijdstip. In een pot of emmer kan de opbrengst lager zijn: gemiddeld kan je uit zo’n 1,5 kilo opbrengst per MM-mini uitgaan.
Vóór je nu denkt dat dat niet zo veel is: een professionele aardappelteler oogst ongeveer 4 kilo piepers per vierkante meter. Een MM-mini heeft een oppervlakte van 0,09 m2. 11 van die mini's = 1 m2. Daar oogst je 16,5 kg aardappels uit.
Waarom verschilt het aantal pootaardappelen per kilogram?
U hebt keuze tussen kleine maat pootaardappelen (28/35 of 28/40) en grote maat pootaardappelen (35/50 of 35/45). Over het algemeen kiezen consumenten voor de kleine maat en professionele telers voor de grote maat.
Kleine maat pootgoed geeft minder scheuten, dus minder aardappelen, maar wel grotere aardappelen. Dit is eenvoudiger om te schillen en heeft daarom de voorkeur voor de consument.
Grote maat pootgoed geeft meer scheuten, dus meer, ietwat kleinere aardappelen. Over het algemeen is de opbrengst in kilo’s van grote maat hoger, waardoor meer interessant voor professionele telers.
Het aantal knollen per kilogram verschilt bovendien per ras. Enkele voorbeelden zijn: maat 28/35 - ca. 26-28 knollen / kilo, maat 28/35 - ca. 38-40 knollen per kilo, maat 28/32 - ca. 44-46 knollen per kilo en maat 30/40 - ca. 29-30 knollen per kilo.
Hoeveel pootaardappelen plant je per vierkante meter?
Reken op ongeveer 5 knollen per m² voor de vroege, en 4 knollen per m² voor de late soorten. Plantafstand tussen 2 rijen plantaardappelen = 60 à 70 cm. Plantafstand in de rij = 30 cm (vroege) à 40 cm (late).
De afstand tussen de gaten bedraagt ca. 40 cm. De afstand tussen de rijen bedraagt ca. 60 cm. Maak gaten of geulen van ca. 10 cm diep.
Hoe dichter de pootaardappelen bij elkaar worden geplant, hoe groter de kans op schimmelvorming en bijgevolg ook de aardappelplaag. Je kan dus ook bewust voor een kleinere opbrengst kiezen door de plantafstand wat groter te maken.
| Type aardappel | Aantal knollen per m² | Afstand in de rij |
|---|---|---|
| Vroege rassen | Ongeveer 5 knollen | 30 cm |
| Late rassen | Ongeveer 4 knollen | 40 cm |
Wanneer poot je aardappelen?
De normale poottijd van pootaardappelen is vanaf half maart tot in mei, afhankelijk van waar je woont in Nederland. Zo kan er in Zeeland, in het zuidwesten en aan de kust eerder pootaardappelen worden uitgeplant dan in het noorden en oosten van het land. Het verschil kan wel oplopen tot 14-21 dagen.
- Begin februari: zeer vroege soorten mits afgedekt of in serre.
- Maart: vroege soorten buiten.
- April: middelvroege soorten.
- Mei: late rassen.
De meeste plantaardappelen worden van maart tot midden april in de volle grond gestoken. Dit proces heet poten. Vroege aardappelen kun je vanaf maart poten. Dit is uiteraard wel afhankelijk van het weer.
Vroege aardappelen worden gepoot van begin maart tot half april en kunnen na ca. 90 dagen worden geoogst. Middenvroege aardappelen worden gepoot van half maart tot eind april en late aardappelen van begin april tot eind mei.
Opgelet bij de vroege soorten: bij grondvorst kan het loof bevriezen en krijgen de planten een groeiachterstand. Om dit te vermijden kan je het loof afdekken met een vliesdoek, of de aardappelen nog meer aanaarden zodat het nog verse loof bedekt wordt door een laagje aarde.
Pootaardappelen voorkiemen
Hou er rekening mee dat je pootaardappelen best drie à vier weken laat voorkiemen. Dit doe je door ze in een koele, lichtrijke omgeving, zonder direct zonlicht, mooi open te leggen zodat ze allemaal gelijktijdig kunnen kiemen en er geen schimmel ontstaat.
Een temperatuur van ongeveer 10°C is geschikt voor het voorkiemen. Aardappelknollen hebben slapende ogen waaruit scheuten of spruiten uitlopen en beginnen te groeien bij een temperatuur van 14-16 graden.
Het voorkiemen doet u het beste gedurende 2-4 weken voor het poten. Zijn de scheuten zo’n 2 à 4 cm groot, dan wordt het tijd om ze in de grond te steken.
Als je pootaardappelen voorkiemt, zijn de aardappels ongeveer twee weken eerder oogstbaar. Voorkiemen is vooral nuttig voor vroege rassen, omdat deze zo nog sneller klaar zijn voor de oogst.
Hoe plant je pootaardappelen?
Voor het poten maak je de grond best zo luchtig mogelijk. Zorg voor luchtige, goed doorlatende grond met voldoende voedingsstoffen. Aardappelen wensen een ietwat zure grond, strooi dus zeker geen kalk.
Plant de pootaardappelen met de scheut omhoog. De plantdiepte bedraagt 5 à 10 cm. Hoe lichter de grond, bijvoorbeeld zand, hoe dieper je de aardappelen moet planten.
Voor het poten kan je de grond frezen, zodat deze rul is wat het makkelijker maakt om te poten. Maak met een touwtje of een lijnentrekker lijnen op het land, om rechte lijnen te krijgen met gelijke afstanden.
Aanaarden voor een gezonde groei
Van zodra de aardappelplant zo’n 10 à 15 cm boven de grond gegroeid is, kan je beginnen aanaarden. Doe dit door met een hak of hark de grond tussen de rijen weg te halen, tegen de aardappelplant.
Aanaarden helpt om de knollen te beschermen tegen zonlicht en stimuleert een grotere oogst. Zo maakt de aardappel meer ondergrondse stengels aan, wordt het water beter afgevoerd, warmt de aarde beter op en worden de aardappels niet groen.
Zorg ervoor dat de toppen van de aardappelplant nog net zichtbaar zijn. Je kan het aanaarden een aantal keer herhalen tot je een mooie berm krijgt. Zorg voor een losse bodem, zeker niet aanstampen dus.
Als de stengels met blaadjes tot ongeveer 10 cm boven de grond komen, is het tijd om de rijen op te hogen. Aanaarden doe je door extra grond aan beide zijden van de rij toe te voegen, ongeveer 15 cm.
Wanneer je planten weer 15 cm bovenuit steken, herhaal je het aanaarden een tweede keer. Indien je merkt dat je knollen tot boven de grond komen, kan dit indien nodig nog eens extra herhalen.
Water en bemesting
Zet de aardappelplanten op een zonnige plek en geef regelmatig water. De planten hebben veel water nodig, dus zorg ervoor dat de bodem niet uitdroogt, ook na het uitplanten.
Zodra je aardappelplanten mooie witte of paarse bloemetjes krijgen, beginnen de nieuwe knollen onder de grond pas echt te groeien. Tijdens die groeiperiode mag je zeker niet vergeten voldoende water te geven, anders krijg je glazige aardappelen.
Geef je te weinig water, dan kunnen je aardappels de grootte zijn van knikkers en enkel als krieltjes dienen. Voldoende water is dus de boodschap. Heb je in een pot of emmer geplant, dan moet de grond eigenlijk altijd vochtig blijven, maar niet te nat. Giet om de 2 à 3 dagen.
Aardappelen vragen vooral kaliumrijke meststoffen zoals Vinasse kali of Patentkali. Een tekort aan kalium zal ervoor zorgen dat de aardappelen glazig worden en de houdbaarheid achteruit gaat.
Opgelet indien je enkel bemest met koe- of stalmest. Hierin zit veel stikstof die ervoor zorgt dat je veel loof krijgt. En hoe meer loof, hoe groter de kans op schimmels en dus de aardappelplaag.
Daarnaast zal te veel stikstof nefast zijn voor de kwaliteit van de aardappel. Deze zal minder smaakvol en bloemig zijn. Het is dus een goed idee om de juiste meststof toe te voegen bij het aanaarden.
Aardappelen kweken in een pot
Om zelf aardappels te telen heb je niet eens een groot stuk land nodig. Het kan prima in je eigen tuin, op je dak- of terras en zelfs op je balkon. En ja: het kan ook in potten.
Neem een pot met genoeg ruimte. Een pot voor aardappels moet toch veel dieper zijn? Nee hoor, dat hoeft niet. Met een laag van 20 cm mix en met een laag van 40 cm gaf dat in opbrengst geen verschil. Precies dezelfde oogst.
Een pot van 30 bij 30 cm, 20 cm diep, is groot genoeg voor 2 aardappelplanten. Leg 2 kleine pootaardappeltjes met ‘ogen’ of uitlopers op de bodem van de pot.
Een pot met een diepte van 30 tot 40 cm is aan te raden. Een aardappelton met een inhoud van 42 L biedt plaats aan 4 pootaardappelen. In een pot van 35 L kunnen 3 pootaardappelen worden geplant.
Vul de pot met een luchtige aardemix die goed vocht vasthoudt maar niet te veel en genoeg voeding geeft. Vul de pot dan helemaal met vochtige mix en geef eventueel nog wat water. Doe dat laatste in etappes zodat de mix het water goed kan opnemen.
Zet de pot op een zonnige plek en houd de grond vochtig. De potten warmen sneller op en het water verdampt dus ook een stuk sneller. Houd de grond in de potten dus goed in de gaten.
Wanneer oogst je aardappelen?
Vroege aardappelen kunnen geoogst worden van zodra je de knollen groot genoeg vindt. Afhankelijk van het ras en wanneer je ze geplant hebt, kan de eerste oogst al eind mei of begin juni plaatsvinden.
Zodra het blad van de planten begint te vergelen, zitten er al kleine aardappeltjes aan. Dan kan je krieltjes oogsten. Wil je grotere aardappels telen, dan oogst je pas als de planten helemaal geel zijn en afsterven.
De middelvroege soorten worden vooral in juli en augustus geoogst. De late rassen worden in september en oktober geoogst, altijd voor de eerste vorst. Bij de middelvroege en late soorten wacht je tot het loof afgestorven is.
Wanneer de aardappelplanten zijn uitgebloeid en de stengels boven de grond uitgedroogd, is het tijd om te oogsten. Dit zorgt ervoor dat de aardappelen afharden en veel langer zullen bewaren.
Oogsten kan op 2 manieren: óf je gooit de pot op zijn kop, óf je graaft de aardappelen op, gewoon met je handen. In de volle grond kan je het beste rooien met een riek.
Met een riek til je de aarde rond de plant op. Zet je riek niet te dicht bij je plant, want je wilt je knollen niet kapot prikken. Per ongeluk toch eentje geraakt? Eet die dan als eerste op.
Zorg er bij het oogsten voor dat je alle knollen uit de grond haalt, ook de kleine knolletjes. Het zou zonde zijn om aardappelen te beschadigen of in de grond te laten zitten.
Aardappelen bewaren
Als je de aardappelen wilt bewaren, mag je er de aarde aan laten. Het is wel belangrijk om de aardappelen droog te bewaren. Het ideale ogenblik om te oogsten is dus logischerwijs na een periode van droogte.
Rooi bij mooi en zonnig weer zodat de gerooide aardappelen goed kunnen drogen. Laat ze niet langer dan één dag in de zon liggen, anders worden ze groen.
Verplaats ze op tijd naar een donkere, koele en goed geventileerde plaats, bijvoorbeeld in een kelder tussen de 4°C en 8°C. Op een warmere plaats zullen ze terug beginnen te kiemen.
Zorg ervoor dat alle beschadigde aardappelen, hoe klein ook, uit de stapel gehaald worden. Leg de goede aardappelen voorzichtig op een donkere, koele en vorstvrije plaats. Zorg er ook voor dat ze zeker niet nat kunnen worden.
Vroege rassen zijn in de regel niet goed houdbaar. De keuze van pootaardappelen is daarom belangrijk: kies voor rassen met een goede houdbaarheid. Hoe langer aardappelen worden bewaard, hoe meer vitamine C verloren gaat, dus wacht niet te lang met ze klaar te maken.
Ziekten en vruchtwisseling
Kweek je zelf aardappels, hou dan ook rekening met de aardappelziekte. Slaat die ziekte heftig toe, dan worden de planten zwart en de aardappels bruin.
Aardappelen kunnen afhankelijk van de variëteit last hebben van aardappelmoeheid, aardappelschurft, aardappelziekte, Phytophthora of de coloradokever.
Zelf aardappelen kweken is niet moeilijk, maar er liggen wel een aantal indringers op de loer die roet in het eten kunnen gooien. Zo kunnen de coloradokever en Phytophthora, ook wel de aardappelziekte genoemd, heel wat schade aanrichten en jouw oogst doen mislukken.
Ook aardappelmoeheid, waardoor de planten slecht groeien of zelfs afsterven, komt regelmatig voor wanneer je te vaak aardappelen op dezelfde plek plant. Om dit te vermijden verwissel je maar beter regelmatig van teelt.
Teel daarom je aardappels nooit 2 jaar achter elkaar in dezelfde moestuingrond. Wil je op safe spelen dan sla je zelfs 3 jaar over. Wacht drie jaar vooraleer je op dezelfde plek opnieuw start met aardappelen poten.
Aan sommige aardappelrassen groeien bessen. Deze mogen zeker niet opgegeten worden want sommige planten zijn giftig. Het is ook raadzaam om aardappelen die er groen uitzien niet op te eten.
Groene aardappelen hebben een te hoog gehalte aan Solanine in de schil, wat buikpijn en diarree kan veroorzaken. Hun groene kleur is te wijten aan te veel licht.

tags: #5 #kg #pootaardappels #is #hoeveel #aardappels