Indische steeltjes gerecht: petjel met knapperige groenten en pittige pindasaus

Petjel is een Indische groentesalade met een pittige pindasaus. Het gerecht bestaat uit groente en pindasaus en wordt het lekkerst lauw gegeten, zodat de groenten hun bite behouden en de dikke saus goed aan de groente blijft kleven.

Petjel kan als hoofdgerecht, dan eet je er lekker lontong of witte rijst bij. Maar als bijgerecht doet ‘ie het ook heel goed, bijvoorbeeld bij nasi goreng en sate babi, met emping of cassave kroepoek.

Wat is petjel?

Gado gado mag dan het bekendste Indische groentegerecht zijn, maar dit minder bekende broertje van de gado gado is wat mij betreft de lekkerste. Dit gerecht, net als gado gado, bestaat uit groente en pindasaus.

Op het eerste gezicht doet petjil misschien denken aan gado gado. Beide gerechten combineren groenten met pindasaus, maar de smaak is echt wel anders. Petjil is frisser, lichter en de saus wordt vaak net iets pittiger gemaakt.

Waar gado gado meestal ook warme groenten bevat, mag petjil gerust lauwwarm of zelfs koud gegeten worden. Dat maakt het ideaal voor zomerse dagen of om vooruit te maken voor een drukke doordeweekse avond.

Petjel met groenten en pindasaus

Groenten voor petjel

Van mij mag je, qua groente, gebruiken wat jij wil. De hoeveelheden die ik genoemd heb, zijn niet verplicht of zo. Doe gerust naar eigen inzicht, zolang je maar onthoudt dat de groente nog een bite moet hebben en dat het gerecht lauw, niet koud en niet warm, maar daartussenin gegeten wordt.

Wat petjel ook aantrekkelijk maakt, is de vrijheid die je hebt met de groente-keuze. Zelf kies ik graag voor een combinatie van komkommer, sperziebonen en spitskool. Soms vervang ik de spitskool door Chinese kool, of gebruik ik babyspinazie als ik dat toevallig in huis heb.

Komkommer en boontjes zijn voor mij wel onmisbaar, vanwege hun structuur en frisse smaak. Je kookt de groenten kort, zodat ze beetgaar blijven en hun kleur behouden.

Groenten die goed passen

  • Chinese kool
  • Kousenband
  • Bladspinazie of babyspinazie
  • Spitskool
  • Taugé
  • Komkommer
  • Sperziebonen

Dit bijgerecht zit boordevol knapperige groenten! Je kunt eindeloos variëren met verschillende groenten, maar toch zijn sperziebonen oftewel ‘kacang panyang’ (kouseband, je kent ze wel van de Surinaamse roti), kool en taugé de basisingrediënten.

Neem een kijkje in je koelkast om te zien wat er nog ligt; spinazie, andijvie, komkommer en eventueel fijngesneden wortel zijn ook geschikt voor dit veelzijdige groentegerecht.

De pittige pindasaus

De pindasaus is natuurlijk het hart van dit gerecht. De smaak staat of valt met de boemboe - de basispasta - die je maakt van sjalotten, knoflook, rode peper, trassi (optioneel), gula djawa, zonnebloemolie én kentjoer in de hakmolen.

In deze bereiding wordt de saus gemaakt met gepelde pinda’s, rode lomboks of sambal oelek, knoflook, djeroek poeroet, kentjoer, trassi bakar, zout, gebakken uitjes, assem en gula djawa.

De kracht van kentjoer

Kentjoer, ook wel kencur genoemd, is een wortel uit de gemberfamilie en wordt veel gebruikt in de Indische keuken. De smaak is lastig te omschrijven: aards, fris, bijna citrusachtig, en eigenlijk met niets anders te vergelijken.

Het is dat ene ingrediënt dat petjil, net als in de tjarantjam salade, zijn karakter geeft. In veel Indische families wordt gezegd dat je kentjoer nooit kunt vervangen - en daar zit wat in. Zonder kentjoer smaakt de saus gewoon niet zoals het hoort.

De juiste dikte

De pindasaus bij petjel moet pedis zijn. Deze pindasaus moet dik zijn en dus niet vloeibaar zoals je gewend bent.

Straks, wanneer je de pindasaus gaat vermengen met de vochtige groente, wordt ‘ie vanzelf iets minder dik en dan is ‘ie precies goed: een mooie, kleverige saus die aan de groente blijft zitten.

Een niet-dikke saus zal na het vermengen met de groente onmiddellijk naar beneden lekken en wordt dan een sneu plasje op je bord. Heel triest.

Alles draait om balans. Zodra je de boemboe hebt aangefruit, voeg je er wat citroensap en pindakaas aan toe. Roer tot een gladde saus en proef: pittig, zuur, zout en een tikje zoet moeten met elkaar in evenwicht zijn.

Vind je het niet pittig genoeg? Roer er dan gerust nog wat sambal oelek doorheen. De pindasaus moet pedis zijn, maar de hoeveelheid lomboks of sambal kun je aanpassen aan de gewenste scherpte.

Ingrediënten voor petjel

Groenten en garnering

  • Chinese kool
  • Kousenband
  • Bladspinazie
  • Spitskool
  • Taugé
  • Komkommer
  • Gebakken uitjes
  • Emping, cassave kroepoek of gewone kroepoek

Voor de pindasaus

  • 100 gram gepelde pinda’s
  • 100 ml water
  • 35 gram gula djawa

Voor de boemboe

  • 2 rode lomboks of 2 theelepels sambal oelek
  • 1 teentje knoflook
  • 2 kleine blaadjes djeroek poeroet, met de nerf verwijderd
  • 10 gram geschilde kentjoer of een halve theelepel kentjoerpoeder
  • 4 gram trassi bakar
  • Ietsje meer dan een halve theelepel zout
  • 2 eetlepels gebakken uitjes
  • 1 theelepel assem, vermengd met 3 eetlepels water

Geen ingrediënt maar wel erg belangrijk: minstens 1 rol keukenpapier, want je dept je een ongeluk straks!

Hoeveelheden voor 2 personen

IngrediëntHoeveelheidVoorbereiding
Spinazie25 gramZo uit de zak maar zonder steeltjes
Kousenband50 gramGekookt en drooggedept
Chinese kool30 gramRauw
Spitskool35 gramGekookt en drooggedept
Komkommer40 gramIn kleine stukjes gesneden
Taugé40 gramSchoongemaakt en afgespoeld met koud water
Pindasaus50 gramBereid en iets afgekoeld

Deze hoeveelheden mag je gerust naar eigen inzicht aanpassen, dat geldt uiteraard eveneens voor de keuze van de groente.

Petjel stap voor stap maken

1. Lomboks voorbereiden

Stop de lomboks, met nog steeltjes eraan, in een potje met heet water en laat ze 5 minuten staan. Daar wordt het schilletje zachter van en dat eet prettiger.

Gebruik je sambal oelek, dan kun je deze stap overslaan. Voor een extra pittige pindasaus kun je 4 gedroogde chilipepers die je zelf nog even roostert en een grote rode lombok gebruiken.

2. Pinda’s roosteren

Als je geen verse, nog warme vliespinda’s hebt gekocht bij de notenboer op de markt, kun je gewone doppinda’s gebruiken.

Rooster de pinda’s in een wadjan met 1 theelepel olie totdat je ze kunt ruiken. Laat ze afkoelen in een bak met keukenpapier en schud de pinda’s even door elkaar.

3. Kentjoer voorbereiden

Haal het schilletje van het stukje kentjoer als je verse kentjoer gebruikt.

4. Boemboe fijnwrijven

Wrijf de ingrediënten voor de boemboe fijn in de cobek. Voeg de pinda’s bij de boemboe in de cobek en wrijf ze fijn.

Gooi halverwege dat proces het assemwater erbij: de theelepel assem vermengd met 3 eetlepels water. Voeg daarna de gula djawa erbij en wrijf ’t fijn.

Boemboe katjang is klaar.

5. Pindasaus bereiden

Gooi de inhoud van de cobek in de wadjan, zet de wadjan op de grootste pit met het vuur op laag en schep alles gedurende 2 minuten om.

Voeg vervolgens beetje bij beetje en al roerend 100 ml water toe: beetje water toevoegen, goed vermengen, weer een beetje water toevoegen, wederom goed vermengen, enzovoorts.

Wanneer je al het water hebt toegevoegd, zet je het gas uit en schep je de pindasaus in een kommetje. Dek de saus af met vershoudfolie.

Het kan zijn dat je minder of juist meer water dan de genoemde 100 ml moet toevoegen. De saus moet dik blijven, omdat de vochtige groenten de saus later vanzelf iets dunner maken.

6. Kousenband bereiden

Snij de kousenband in stukjes van ongeveer 4 cm, kook ze beetgaar en gooi ze vervolgens in een vergiet.

Naspoelen met koud water, want ze mogen niet stiekem doorgaren. Leg ze op een groot bord met veel keukenpapier en dep ze droog.

De kousenband moet zo droog mogelijk zijn. Dep daarom net zo lang tot er zo weinig mogelijk vocht achterblijft.

7. Chinese kool voorbereiden

Gooi de twee buitenste bladeren van de Chinese kool weg. Snij de kool in reepjes en snij die reepjes in kleinere stukken.

Doe de stukjes kool in een vergiet en spoel ze af met koud water. Laat ze even uitlekken terwijl je een grote bak of kom pakt.

Leg er 3 velletjes keukenpapier in en gooi er een handvol kool in. Even schudden en zo maak je de stukjes kool droog. Leg de stukjes kool op een bord met keukenpapier en zet het even ergens neer.

Nieuwe velletjes keukenpapier in de bak, een handjevol kool erin en weer schudden. Je kunt hiervoor ook een groentecentrifuge gebruiken.

8. Taugé schoonmaken

Maak de taugeh schoon, ‘Petik-petik,’ zegt oma dan, spoel af met koud water en bewaar even in een bakje met koud water.

Haal de taugeh later uit het bakje water en gooi ze in een vergiet. Schenk er 1 liter kokend water overheen en spoel na met veel koud water.

Schudden om zoveel mogelijk vocht kwijt te raken. Leg de taugeh vervolgens op een groot bord met keukenpapier.

9. Spitskool bereiden

Gooi het buitenste blad van de spitskool weg. Snij de kool in reepjes en snij de reepjes in kleinere stukken.

Spoel de spitskool even met koud water en kook hem vervolgens beetgaar. Spoel na met koud water, laat uitlekken in een zeef of vergiet en dep droog met keukenpapier.

De spitskool moet zo droog mogelijk zijn.

10. Komkommer snijden

Schil een stuk komkommer, snij dat in de lengte doormidden en verwijder de zaadlijsten.

Snij de helften nog een keer in de lengte doormidden en snij vervolgens kleine stukjes. Bewaar de komkommer in een afgesloten bakje.

11. Spinazie blancheren

Haal de steeltjes van de spinazie en leg 25 gram bladspinazie in een vergiet.

Schenk er ongeveer een liter kokend water overheen en laat het uitlekken. Je kunt het voorzichtig aandrukken met de hand om het uitlekken te bevorderen.

12. Taugé voor de salade bereiden

Leg 40 gram taugeh in een zeef en schenk er ongeveer een liter kokend water overheen.

Spoel na met veel en koud water. Laat uitlekken, schud de zeef en leg de taugeh daarna op een groot bord bedekt met keukenpapier.

13. Groenten lauwwarm maken

Om te voorkomen dat mijn petjel wel erg koud is, verwarm ik de kousenband en spitskool eventjes in de magnetron, niet langer dan 10 tellen want het hoeft slechts lauw te zijn.

De pindasaus gaat als het nodig is ook nog eventjes in de magnetron omdat ik wil dat ‘ie bijna warm is.

14. Alles mengen

Mik de kousenband, spitskool, Chinese kool, spinazie, komkommer en 50 gram pindasaus in een grote bak en hussel de hele bende door elkaar.

Daarna doe je de taugeh erbij, voorzichtig een paar keer omscheppen en dan klaar. Alle groente behalve de taugeh gaat eerst in een bak, waarna je de pindasaus erdoorheen mengt.

Pas wanneer dit goed vermengd is, doe je de taugeh erbij. Schep de taugeh voorzichtig om, zodat de sprietjes heel en knapperig blijven.

🇸🇷 Surinaamse Pinda Sambal recept| Surinamse Peanut Sauce|

Serveren

Pak een bordje en schep er wat petjel op. Beetje gebakken uitjes er overheen, hoeft niet hoor, emping of kroepoek erbij en hatsikidee, lekker eten!

Je kunt petjil als bijgerecht bij een rijsttafel serveren, als lichte lunch of gewoon als hoofdgerecht met wat witte rijst ernaast.

Meng de saus met de groenten vlak voor het serveren. Je kunt petjil koud eten, maar lauwwarm komt de pindasaus extra goed tot zijn recht.

Serveer er witte rijst bij en eventueel een vleesgerecht zoals ajam smoor of saté babi. Maar ook zonder bijgerechten is petjil hartstikke lekker.

Verschil tussen petjel en gado gado

KenmerkPetjelGado gado
BasisGroenten met pindasausGroenten met pindasaus
SmaakFrisser, lichter en vaak pittigerAnders van smaak
TemperatuurLauwwarm of koudMeestal met warme groenten
SausDik en kleverig, zodat de saus aan de groente blijft zittenNiet nader gespecificeerd

Gado gado en petjel lijken op elkaar doordat beide gerechten groenten met pindasaus combineren. Petjel onderscheidt zich vooral door de frissere groente, de vaak pittigere saus en de mogelijkheid om het gerecht lauwwarm of koud te serveren.

Bewaren en voorbereiden

Je kunt petjil vooruit maken voor een drukke doordeweekse avond. Meng de pindasaus bij voorkeur pas vlak voor het serveren met de groenten.

De groenten mogen niet te lang worden gekookt, omdat ze hun knapperige bite en kleur moeten behouden. Spoel gekookte groenten na met koud water om te voorkomen dat ze stiekem doorgaren.

Zorg er vooral voor dat de groenten goed zijn uitgelekt en droog gedept voordat je de pindasaus toevoegt. Zo blijft de saus dik genoeg en ontstaat er geen dun laagje vocht onder in de schaal.

tags: #indische #steeltjes #gerecht