Stoofpot met bruin bier maak je door rundvlees langzaam te garen in donker bier met ui, kruiden, Luikse stroop en mosterd. Het resultaat is mals, boterzacht vlees in een diepe, volle saus met zoetige, kruidige en licht bittere tonen.
Voor een klassieke Belgische bereiding serveer je het stoofvlees met zelfgemaakte frieten en mayonaise. Het bier verdampt tijdens het koken, waardoor er een heerlijke, geconcentreerde saus ontstaat, terwijl de zuren en enzymen in het bier helpen om het rundvlees malser te maken tijdens het lange sudderproces.
Welk bruin bier gebruik je voor stoofpot?
De keuze voor het bier bepaald de smaakrichting van je stoofpotje. Zo geven een dubbel of donker abdijbier een klassiek smaakprofiel die vol, mout en lichtzoet is, iets dat perfect past bij rundvlees. Donkere bieren zoals een Dubbel of Bockbier zijn ideaal, omdat ze karamel, mout en zoetige tonen toevoegen.
Wil je een iets krachtigere smaak dan kun je ook een stout of porter gebruiken. Deze zijn echt ideaal als je van geroosterde en bittere tonen houdt. Ben je meer op zoek naar een wat subtieler smaakprofiel, gebruik dan een amberbier of tripel. Deze brengen namelijk meer kruidigheid en fruitigheid in het gerecht.
Bieren met een sterke hopbitterheid, zoals IPA’s, worden afgeraden, omdat deze tijdens het inkoken een scherpe of wrange nasmaak kunnen geven. Ik raad het af om een bier te gebruiken dat een sterke hopbitterheid heeft, denk hierbij aan IPA’s. Deze bieren kunnen namelijk tijdens het inkoken en scherpe nasmaak geven.
Voor dit recept gebruik je 2 flesjes bruin bier. Je kunt bijvoorbeeld Sint Bernardus Abt 12 gebruiken. Zelf gebruik ik het liefste de Dubbelbock van Brand of de Bernardus Abt 12. Beiden zijn hier favoriet voor het stoofvlees.
| Biertype | Smaak in de stoofpot |
|---|---|
| Donker abdijbier of dubbel | Vol, moutig en lichtzoet |
| Dubbelbock | Karamel, mout en zoetige tonen |
| Stout of porter | Geroosterde en bittere tonen |
| Amberbier of tripel | Kruidigheid en fruitigheid |
| IPA | Kan tijdens het inkoken scherp of wrang worden |
Ja, dat kan, maar het mist wel wat diepgang in smaak. Kies bij voorkeur voor een donker alcoholvrij bier met veel moutigheid.
Ingrediënten voor 4 personen
Het stoofvlees
- 1 kg rundsvlees, bijvoorbeeld zenuwstuk, riblappen, sucadelappen of hacheevlees, in gelijke stukken
- 2 flesjes bruin bier
- uien, in niet al te fijne stukjes gesnipperd
- boter
- peper van de molen
- 1 snuifje zout
- 2 blaadjes laurier
- 2 takjes verse tijm
- 1 kruidnagel
- 2 el Loonse of Luikse appel-perenstroop
- 1 bruine boterham
- 2 el scherpe mosterd
- een klein scheutje natuurazijn
De frieten
- 1 kg loskokende aardappelen
- frietvet of ossewit
- zout naar smaak
Afwerking
- verse mayonaise
Benodigdheden
- een ruime stoofpot
- een braadpan
- een beetje keukentouw
- een frietketel met ossewit
- keukenpapier
Bereiding van het stoofvlees met bruin bier
1. Bereid de uien voor
Pel de uien en snipper ze in niet al te fijne stukjes. Verhit een ruime stoofpot en smelt er een klontje boter in. Stoof daarin de uien op een matig vuur. Laat de uien niet bruin bakken.
2. Schroei het rundvlees dicht
Verhit een braadpan op een matig vuur en smelt er een klontje boter in. Schroei de stukken vlees in de braadpan tot ze een goudbruin kleurtje hebben. Kruid het vlees tijdens het bakken met wat peper van de molen en een snuifje zout.
Bak niet teveel tegelijk, omdat de temperatuur in de pan teveel zakt en het vlees daardoor niet lekker bruin bakt. Door het vlees eerst aan te bakken krijgt het meer smaak, en blijft het straks sappiger tijdens het stoven.
3. Deglaceer de braadpan met bier
Doe de stukjes vlees in de stoofpot met uien. Hou de braadpan met aanbaksels bij en schenk daarin het bier. Roer alle aanbaksels van het vlees los terwijl het bier aan de kook gebracht wordt (deglaceren).
Zodra het bier kookt, giet je het in de stoofpot. Roer goed door zodat eventuele aanbaksels van de bodem loskomen, want die geven extra smaak aan het stoofvlees.
4. Voeg de kruiden en smaakmakers toe
Bind enkele blaadjes laurier en een paar takjes verse tijm samen met een eindje keukentouw. Laat het kruidentuiltje meestoven in de pot. Voeg de kruidnagel toe en de Loonse (of Luikse) appel-perenstroop.
Als je hele kruidnagel gebruikt, prik deze dan in het laurierblaadje zodat je deze na het stoven weer makkelijk terugvindt.
Besmeer het bruin brood royaal met (scherpe) mosterd. Leg de boterham in de pot, met de besmeerde zijde naar onder.
5. Laat het stoofvlees rustig garen
Laat het stoofvlees anderhalf tot drie uur lang sudderen op een zacht vuur. Het deksel hoeft niet op de pot. De kooktijd is afhankelijk van de kwaliteit van het vlees.
Roer af en toe eens in de pot en controleer tussendoor of het vlees voldoende gaar is. Hoe langer je stooft, hoe malser het vlees wordt.
De stoofpot vereist minimaal 2,5 tot 3 uur stoven. Laat het stoofvlees als je tijd hebt nog iets langer stoven, zo wordt hij nog zachter.
Controleer regelmatig of de stoof niet te droog wordt, en voeg eventueel een beetje water of bouillon toe. Omdat er bij het braden in de braadpan wat vocht kan verdampen, kan het soms nodig zijn om een klein beetje water toe te voegen.
6. Bind en werk de saus af
Laat het brood even meewellen in de saus, dit zorgt voor extra binding en een diepe smaak. Na een paar minuten kun je alles voorzichtig door elkaar roeren zodat het brood oplost in de saus.
Pas zodra de stoofvleessaus de gewenste dikte heeft, plaats je het deksel op de stoofpot. Laat het gerecht daarna nog zachtjes stoven tot het vlees zacht is.
Werk het stoofvlees af met een klein scheutje natuurazijn en roer alles om. Een scheutje azijn is een bekende tip om stoofvlees malser te maken. Gebruik niet te veel, je wilt geen zure smaak.
Proef en voeg naar smaak nog wat peper van de molen toe en een snuifje zout. Verwijder voor het serveren de laurier en het bosje tijm.

Zelfgemaakte Belgische frieten
1. Snijd de aardappelen
Schil de aardappelen en snij ze met de hand in gelijkvormige frieten. Was de frieten niet, want dan spoel je het zetmeel eraf.
Een ideale Belgische friet is 1,3 cm dik.
2. Bak de frieten voor
Verhit het frietvet op 140°C. Bak de frietjes een eerste keer, maar laat ze nog niet kleuren.
Laat de frietjes koud worden in een schaaltje met wat keukenpapier.
3. Bak de frieten krokant
Verhit het frietvet vervolgens tot 180°C. Bak de koude frieten nu goudbruin en knapperig.
Giet de frieten opnieuw in een schaal met wat keukenpapier, zodat ze even kunnen uitlekken. Strooi er naar smaak wat zout over.
Serveren
Serveer een portie stoofvlees met de vers gebakken frietjes en een flinke lepel verse mayonaise. Traditioneel wordt het geserveerd met friet, aardappelpuree of knapperig brood.
Ook geroosterde aardappelen uit de oven passen goed bij stoofvlees en maak je makkelijk in de oven terwijl het stoofvlees pruttelt. Voor extra groenten kun je ook kiezen voor knolselderij- of pastinaakpuree.
Of ga voor rode kool met appel. Simpele gekookte roosjes broccoli of bloemkool zijn ook een lekker bijgerecht in de Hollandse keuken.
Een frisse salade of wat zuur, zoals uienringen of ingelegde groenten, maakt het stoofvlees minder zwaar. Serveer er eventueel rode kool met appeltjes, sperziebonen of spruitjes bij.
Tips voor mals stoofvlees
Gebruik stoofvlees dat voldoende bindweefsel en vet bevat, zoals riblappen, sucadelappen of hacheevlees. Die smelten langzaam en maken het vlees mals.
Haal het vlees ongeveer een uur van tevoren uit de koelkast, zodat het op kamertemperatuur komt. Koud vlees in de pan schrikt, waarbij de vezels samentrekken en het vlees taaier kan worden.
Ook voeg ik warme bouillon toe ipv koude, dit voorkomt schrikken. Een scheutje azijn is een bekende tip om stoofvlees malser te maken.
Het zuur in de azijn helpt om het bindweefsel in het vlees af te breken, waardoor het zachter wordt tijdens het stoven. Ongeveer 1 eetlepel in een pan voor 4 personen is voldoende.
Gebruik ontbijtkoek of brood om de saus te laten binden en voor extra smaak. De peperkoek, het bier en de kruiden zorgen ervoor dat de saus goed gebonden en vol van smaak is.
Stoofvlees in een braadpan of oven
Als je het vlees in een braadpan maakt, laat het vlees met gesloten deksel op een laag vuur sudderen gedurende 2 uur. Voeg dan de appelstroop, mosterd en ontbijtkoek toe en laat het met het deksel op de pan nog 30 minuten verder sudderen zodat de saus wat dikker wordt.
In plaats van op het vuur kun je de pan ook in de oven zetten. Doe dit gedurende 2 uur op een temperatuur van 150°C (hetelucht). Voeg dan de appelstroop, mosterd en ontbijtkoek toe en zet de pan met deksel nog 30 minuten terug in de oven.
Verwarm de oven ook alvast voor op 150 graden (hetelucht). Zet de pan met deksel in de oven een laat het ten minste 3 uur, maar het liefst 4 tot 5 uur stoven.
Roer af en toe zodat het vlees en de saus niet aanbakken. Net voor het einde van de stooftijd kun je kijken of de saus dik genoeg is. Is deze nog te dun, stoof het dan nog 20 minuten zonder deksel in de oven. Is de saus juist te dik, dan kun je een beetje water (of fond) toevoegen.
Stoofvlees in de snelkookpan
Ik maak dit stoofvlees bij voorkeur in de snelkookpan, hierdoor is het in minder dan een uur klaar. Als je een snelkookpan gebruikt, sluit dan het deksel en breng de pan op druk.
Laat hem 30 minuten op hoge druk koken en zet dan het vuur uit. Laat de druk langzaam, door afkoeling, afnemen (dus laat de druk niet ontsnappen via het ventiel).
Als de druk door helemaal is weggevallen, open je de snelkookpan. Voeg nu de appelstroop, mosterd en ontbijtkoek toe en laat het op een laag vuur, zonder deksel, nog even sudderen zodat de saus wat dikker wordt.
Lees de handleiding van je eigen snelkookpan om te zien wat de minimale en maximale capaciteit is om te vullen. Wanneer de inhoud van de pan meer is dan het maximum bestaat het gevaar dat tijdens het koken de inhoud te hoog komt waardoor er geen stoom meer kan ontsnappen via het overdrukventiel.
Vooraf bereiden en bewaren
Dit stoofvlees is ideaal om een dag van tevoren te maken. Dit stoofvlees gerecht wordt eigenlijk nóg lekkerder als je het één tot twee dagen in de koelkast bewaart.
In die tijd geven alle specerijen hun smaken af aan het vlees, waardoor het nog rijker van smaak wordt. Bewaar het goed afgesloten in de koelkast en warm langzaam op.
Wanneer je het vlees wilt bewaren, koel het dan zo snel mogelijk terug en bewaar het in de koelkast tot gebruik.
Variaties met stoofpot
Je kunt het klassieke stoofvlees aanpassen door te variëren met het bier, de zoete smaakmaker, de kruiden of de bijgerechten. Voor een frissere en kruidige toets zijn lichtere bieren een prima keuze.
Een meer traditioneel ingrediënt zou hier appelstroop en/of ontbijtkoek zijn. In plaats van Luikse stroop kun je dus appelstroop gebruiken, terwijl een sneetje oud brood besmeerd met mosterd de saus bindt.
Ook pasta, en dan met name tagliatelle, past goed bij stoofvlees en serveer je erdoorheen als een saus. Vers brood of stokbrood is geschikt om in de saus te dippen.
Tip voor als je nog een restje vlees over hebt: warm het vlees op in de saus en trek het vlees helemaal uit elkaar tot je een soort "ragout" hebt. Serveer het op een broodje met een beetje coleslaw.