Rotterdam is een trotse stad met zelfs zijn eigen woorden en uitdrukkingen. Rotterdamse woorden en uitspraken herken je aan hun directe toon, humor, overdrijving en typische uitspraak.
Rotterdammers staan erom bekend dat ze alles zeggen wat ze vinden en zeker geen blad voor de mond hebben. Ontdek hoe je een gesprek voert op de Rotterdamse manier met deze Rotterdamse woorden, gezegden en uitdrukkingen.
Bekende Rotterdamse uitspraken
Niet lullen maar poetsen
Rotterdammers staan bekend als harde werkers. “Niet lullen maar poetsen” betekent: minder praten, meer doen. Doorwerken zal je en dus niet lullen maar poetsen!
Hard voor weinig, maar nooit chagrijnig
“Hard voor weinig, maar nooit chagrijnig” betekent: ik werk hard en verdien weinig, maar ik maak er het beste van. Je gebruikt deze uitspraak als je na een lange werkdag met een klein salaris toch lachend aan de bar staat.
Ja toch, niettan
“Ja toch, niettan” betekent: je hebt gelijk, “ja, vind ik ook” of “vind je ook niet?”. De precieze betekenis ligt een beetje aan de context.
Das gers
“Gers” betekent gaaf of tof. “Das gers” gebruik je als je iets mooi of leuk vindt.
Kaassie
“Da’s kaassie” betekent: dat is dik voor mekaar. De uitdrukking wordt gebruikt wanneer iets goed geregeld of gelukt is.
Das als kakke zonder douwe
“Das als kakke zonder douwe” betekent dat iets heel gemakkelijk ging. “Dat is als kakke zonder douwe” behoort tot de Rotterdamse uitdrukkingen voor iets dat zonder moeite verloopt.
Grote muil, dikke lip
“Grote muil, dikke lip” wordt gebruikt in plaats van “eigen schuld, dikke bult”. De uitspraak verwijst naar iemand die door een grote mond problemen over zichzelf heeft afgeroepen.
Een dooie met een dag verlof
Als een Rotterdammer iemand “een dooie met een dag verlof” noemt, vindt hij die persoon wel héél saai.
Ben je van de pot gepleurd?
“Ben je van de pot gepleurd?” is de Rotterdamse vervanger van “ben je helemaal gek geworden?”. Andere varianten zijn “Ben je door de ratten besnuffeld?”, “Ben je nou helemaal gek geworden?!”, “Ben je helemaal van de pot gerukt?!” en “Bén je haartje besodemietert.?!”.
Je ken een hoop stront paars verve, maar ’t blijf een hoop stront
“Je ken een hoop stront paars verve, maar ’t blijf een hoop stront” betekent: al draagt een aap een gouden ring, hij is en blijft een lelijk ding. De meer algemene variant luidt: “Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding.”
Opgepleurd
“Opgepleurd” betekent simpel gezegd: wegwezen. Andere Rotterdamse varianten zijn “Donder op”, “Donderstraal een end op”, “Optiefte!”, “Pleurt op”, “Ga toch fietsen”, “Koanker un ent op, joh” en “DonderstraalT op!”.
Wat een pestpokkeweer
“Wat een pestpokkeweer” gebruik je bij slecht en regenachtig weer. “Wat een pleurisweer” kan ook. Een andere Rotterdamse omschrijving voor warm weer is: “De musse pleuren dood van ’t dak”.
Rotterdamse woorden voor alledaagse dingen
| Rotterdams woord of gezegde | Betekenis |
|---|---|
| Boterklokkie | Duur horloge, Rolex |
| Bakkie pleur | Een kopje koffie |
| Kapoentje | Lieveheersbeestje |
| 'n stukkie brood | Een halfje brood |
| Pijppie | Flesje bier |
| Prakkie | Aardappelen, groenten en vlees door elkaar geprakt |
| Olienoten | Pinda’s |
| Krootjes | Rode bietjes |
| Pillendraaier | Huisarts |
| Meuren | In je bed blijven liggen of slapen |
| Nassen | Eten |
Boterklokkie
“Boterklokkie” betekent niets meer dan een duur horloge. “Wat heb jij nou voor boterklokkie om je pols?” is een typische manier om naar iemands dure horloge te vragen.
Bakkie pleur
“Bakkie pleur” betekent simpel gezegd een kopje koffie. “Effe een bakkie doen” betekent koffie drinken.
Kapoentje
Een “kapoentje” is een lieveheersbeestje. Veel Rotterdammers weten zelf niet eens dat dit een Rotterdams woord is tot ze van buitenstaanders de vraag krijgen wat dat dan in godsnaam is.
Een halfje brood
Een halfje brood wordt in het Rotterdams ook “'n stukkie brood”, “een halfje bruin brood” of “hallefie krop” genoemd. “Een halfie krop” betekent een halfje bruin brood.
Pijppie
Een “pijppie” is een flesje bier. Een laatste biertje of borreltje heet een “afzakkertje”.
Prakkie, krootjes en olienoten
Een “prakkie” bestaat uit aardappelen, groenten en vlees die door elkaar zijn geprakt. “Krootjes” zijn rode bietjes en “olienoten” zijn pinda’s.
Rotterdamse woorden voor personen
Krotekoker
“Wat een krotekoker is dat” gebruik je als je iemand vreemd vindt. Een “krote(n)koker” is een mafkees.
Geepekop
Een “geepekop” is een sukkel of kneus.
Kloothommel
Een “kloothommel” is iemand die iets stoms doet.
Zeikstraal
Een “zeikstraal” is iemand die blijft zeuren.
Zinksnijder
Een “zinksnijder” is iemand met een grote neus.
Havenbaron
Een “havenbaron” is de baas van een groot bedrijf in de haven.
Hielenlikker
Een “hielenlikker” is iemand die verraad pleegt of een wit voetje probeert te halen.
Bruinwerker en ruggentuffer
“Bruinwerker” en “ruggentuffer” zijn Rotterdamse woorden voor een mannelijke homoseksueel.
Een lekker mokkel
Een mooi meisje of een mooie vrouw wordt in het Rotterdams een “lekker mokkel” of een “lekker kalletje” genoemd. “Een goede voorgevel siert het huis” verwijst op een Rotterdamse manier naar mooie borsten.
Een zwerver of loslopende hond
Een zwerver of loslopende hond wordt omschreven als iemand die “schaloos” is.
Rotterdamse woorden over vroeg opstaan, slapen en moe zijn
Hebbie in je nest gezeken?
“Hebbie in je nest gezeken?” betekent: wat ben je vroeg opgestaan. De uitspraak wordt gebruikt wanneer iemand al opvallend vroeg wakker of actief is.
Ik ga kas
“Ik ga kas” betekent dat je naar huis gaat. Andere Rotterdamse varianten zijn “ik gaat me nest in”, “ik gaat effe legge”, “ik ga effe meuren”, “ik ga maffen” en “Ik duik onder de pooklappen”.
Naar de witte Doelen gaan
Gaan slapen kan ook worden uitgedrukt als “naar de witte Doelen gaan”, “achter de gebreide broek kruipen”, “achter Kaap Kont kruipen”, “een duik in de vlooienbak nemen” of “tussen de klamme lappen kruipen”. Een andere variant is “naar de witte lakenstraat gaan”.
Ik loop op me tandvlees
“Ik loop op me tandvlees” betekent: ik ben moe. Andere uitdrukkingen zijn “ik stort in bonken”, “ik ben kapot”, “ik ben naar z’n grootje” en “ik ben naar de klote”.
Een langzaam iemand
Een langzaam iemand is iemand die “vlug is as dikke stront”. De vergelijking wordt gebruikt voor iemand die bijzonder traag is.
Een heel lui persoon
Een heel lui persoon is “nog te lui om brand te roepen” of “nog te lui om Onze Lieve Heer gedag te zeggen”. Een andere uitdrukking luidt: “as tie doodgeschoten word is tie te beroerd om om te vallen”.
Rotterdamse woorden over eten, drinken en dorst
Gaan we effe een Brammetje halen
“Gaan we effe een Brammetje halen” betekent: gaan we even patat halen.
Ik ga effe bunkeren
“Ik ga effe bunkeren” betekent dat iemand iets gaat eten, bijvoorbeeld tijdens een pauze.
Een biscuitje nemen
“Een biscuitje nemen” of “een kakkie pakkuh” betekent poepen. “Ik gaat effe een fax naar Darmstadt sturen” is een andere Rotterdamse manier om te zeggen dat iemand even gaat poepen.
De koningin mot ook schijte
“De konegin mot ook schijte, daggie dat-ie lekker rook” wordt gezegd als iemand commentaar heeft na je toiletbezoek.
Zeike en scheite
“Zeike en scheite” betekent twee dingen tegelijk doen. De uitdrukking wordt gebruikt als iemand multitaskt alsof het niets is.
Hebbie goed gegete?
“Hebbie 'goed' gegeten, dan kejje morrege lappe schijte” betekent: heb je goed gegeten? Eet je goed, dan poep-ie lappe. “Goed” wordt hier opgevat als kleding.
Een variant luidt: “Hebbie goed gegete? Dan ken je lorre poepe.” “Lorren” betekent vodden.
Een droge keel
Heel dorstig zijn wordt uitgedrukt met “Hep 'n scheur in me kop van de droogte” of “'k spuug vere”. “Geef mij maar een Cola Cola!” betekent: doe mij maar een colaatje.
Wat zit jij lekker te keile?
“Wat zit jij lekker te keile!” betekent: de drank smaakt je goed, hè? “Hij was zo zat as een aap”, “Hij zat flink in de olie”, “Hij had een snee in zijn neus”, “Hij was kachel” en “Hij was zo blauw as 'n Maleier” betekenen dat iemand dronken was.
Rotterdamse uitdrukkingen over geld en gierigheid
Astie huilt, huilt-ie uit een oog
“Astie huilt, huilt-ie uit een oog” betekent: hij is gierig. Het beeld verwijst naar iemand die zelfs bij verdriet zo zuinig mogelijk blijft.
Hij staat zelf tegen de pui te pisse om een hond uit te sparen
“Hij staat zelf tegen de pui te pisse om een hond uit te sparen” betekent dat hij extreem gierig is.
Hij ken nie meer lache van de kwartjes
“Hij ken nie meer lache van de kwartjes” betekent dat hij te veel geld heeft. Iemand die royaal leeft, “heb hem een end uit z'n broek hange”.
Die is met een gouwe pik gebore
“Die is met een gouwe pik gebore” betekent dat iemand een geluksvogel is.
Als ik zo rijk was ging ik Den Haag wonen
“Als ik zo rijk was ging ik Den Haag wonen” gebruik je als je geen geld kunt bijpassen. De uitspraak wordt ook vermeld in de vorm “Als ik zo rijk was ging ik Den Haag wonen”.
Mot je me portemonnee ook hebbe?
“Mot je me portemonnee ook hebbe?” zeg je als iemand iets van je wil hebben.
Rotterdamse woorden over warmte, kou en slecht weer
De reuzel loopt m'n reet uit
“De reuzel loop m'n reet uit” betekent: wat is het verschrikkelijk warm. Je gebruikt deze typisch overdreven Rotterdamse zin op een plakkerige zomerdag in de stad wanneer het asfalt smelt en je spijt hebt van je keuze om zwart te dragen.
Dezelfde uitdrukking komt ook voor als “De reuzel loopt m'n reet uit” en “De reuzel loop me me reet uit”.
De musse pleuren dood van 't dak
“De musse pleuren dood van 't dak” betekent dat het erg warm is. De formulering gebruikt een overdreven beeld om de hitte te benadrukken.
Tis pestpokkeweer
“Tis pestpokkeweer” betekent dat het regenachtig of slecht weer is. “Tis hier niet te nasse, 't is hiero niet te harde!” betekent dat het hier niet prettig is.
Rotterdamse uitdrukkingen voor dronkenschap
Hij heb een snee in z'n neus
“Hij heb een snee in z'n neus” betekent dat hij dronken is. Je gebruikt deze uitspraak als iemand nét iets te enthousiast aan de biertjes heeft gezeten en ineens wel héél gezellig wordt.
Hij heb ze zakke vol
“Hij heb ze zakke vol” kan betekenen dat hij dronken is. Andere Rotterdamse uitdrukkingen voor dronkenschap zijn “van 't padje af”, “in de olie”, “kachel” en “blauw as 'n Maleier”.
Van ’t padje af
“Van 't padje af” betekent dronken zijn of de weg kwijt zijn.
Rotterdamse woorden voor overlijden en verloren zijn
Kassie weilen
“Kassie weilen” betekent dat iemand overleden is. Andere uitdrukkingen zijn “Hij heb 't loodje gelegd”, “hij is kassie weile”, “die is het hoekie om” en “Naar ze grootje zijn”.
Een tuin op z'n buik
“Die hep een tuin op se buik” wordt gebruikt als iemand al een tijdje dood is. Een variant is: “Is al op ze ouwe gewicht” of “Is al op z'n geboorte gewicht”.
Met de muziek mee naar Gouda
“Hij is met de muziek mee naar Gouda!” wordt gezegd over iemand die is weggegaan en van wie niemand weet waar hij is.
Rotterdamse woorden voor gekte en afwijkend gedrag
Die is rijp voor Maasoord
“Die is rijp voor Maasoord” betekent dat iemand gek is of rijp voor het gekkenhuis. Varianten zijn “die zit in Maasoord” en “die is rijp voor delta”.
Ben je van de pot gepleurd?
Naast “ben je helemaal gek geworden?” kan men ook zeggen: “Ben je door de ratten besnuffeld?”, “Ben je helemaal van de pot gerukt?!” of “Krijg nou de touwtering!”.
Een krotekoker
Een “krotekoker” is een mafkees of iemand die vreemd doet. De uitspraak “Wat een krotekoker is dat” hoort bij de typische Rotterdamse gezegdes.
Rotterdamse uitdrukkingen voor weggaan
Aftaaien
“Aftaaien” betekent weggaan.
Ga toch fietsen
“Ga toch fietsen” betekent: ga toch weg. Verwante uitdrukkingen zijn “ga eens even opzij”, “ga heen”, “ga weg”, “opzouten”, “pleurt op”, “donder op” en “sansodemietersteenstraal es effe op”.
Ik ga kas
“Ik ga kas” betekent: ik ga naar huis. “Ik gaat me nest in” en “ik gaat effe legge” worden gebruikt wanneer iemand naar bed gaat.
Sk wibus, rapiedo!
“Skwibus, rapiedo!” betekent dat jullie hier weg moeten en snel.
Rotterdamse woorden over praten en zwijgen
Hauwd je kanis
“Hauwd je kanis” betekent: hou je mond. Andere varianten zijn “houd je muil”, “schei us uit joh”, “breek me de bek niet open” en “niet druppele, doorzeiken!”.
Niet lullen maar poetsen
“Niet lullen maar poetsen” is een van de bekendste Rotterdamse uitspraken. De betekenis is eenvoudig: minder praten en meer doen.
Je mot niet zo uit je nek lullen
“Je mot niet zo uit je nek lullen!” betekent dat iemand geen onzin moet vertellen. “Wat zit je nou te daze, joh” gebruik je als iemand uit zijn nek praat of onduidelijk doet.
Ken je bek niet verder open?
“Ken je bek niet verder open?” wordt gezegd als iemand een hoge prijs voor iets vraagt. De uitspraak kan ook volgen op een opmerking over een te grote mond.
Heb ik soms met de strontemmer gerammeld?
“Heb ik soms met de strontemmer gerammeld?” gebruik je als iemand ongevraagd tegen je praat.
Heb ik ‘koor invallen’ geroepen?
“Heb ik ‘koor invallen’ geroepen?” zeg je als iemand zich ongevraagd in een conversatie mengt.
Rotterdamse uitdrukkingen voor kijken en opletten
Je vrete uit je bek zitte kijke
“Je loop me vrete uit me bek te kijken” gebruik je als iemand naar je eten kijkt of erom bedelt.
Je heb tog geen stront in je ooge
“Je heb tog geen stront in je ooge” betekent dat iemand iets niet gezien kan hebben zonder goed op te letten.
Kijke, voele, pleite
“KVP” staat voor “Kijke, voele, pleite”. De uitdrukking betekent dat je moet kijken, voelen en vervolgens weg moet gaan.
Iets in de smiezen houwen
“Iets in de smiezen houwen” betekent iets in de gaten houden.
Ken je niet uit je doppen kijken?
“Ken je niet uit je doppen kijken?” betekent dat iemand beter moet opletten.
Rotterdamse uitdrukkingen voor boosheid en dreiging
Ik gooi je in de Schie!
“Ik gooi je in de Schie!” en “Gooi je in ut Lel hoor!” zijn dreigende Rotterdamse uitspraken.
Ik zal je eens te grazen nemen
“Ik zal je eens te grazen nemen” betekent: ik zal je bij je kladden pakken. Iemand een klap geven kan “een zaaier”, “een dreun” of “een zwieper” worden genoemd.
Een spetter voor je broodmole
“Een spetter voor je broodmole” betekent een klap voor je gezicht krijgen.
Grote muil, dikke lip
“Grote muil, dikke lip” is een Rotterdamse variant op “eigen schuld, dikke bult”. “Eigen schuld, dikke bult!” zelf wordt eveneens gebruikt.
De ziekte erin hebben
“De pest erin hebben” en “de ziekte erin hebben” betekenen dat iemand boos of geïrriteerd is. “De pineut zijn” en “de sjaak zijn” betekenen dat iemand pech heeft of aan de beurt is.
Rotterdamse uitspraken voor fouten en onmogelijke situaties
Da gaannie, hè?
“Da gaannie, he?” betekent: dat is onmogelijk. Andere vormen zijn “da ken nie” en “Da kennie”.
Dat wordt knokken
“Dat wordt knokken” betekent dat er gevochten gaat worden. “Jan pakt de leuning” wordt gebruikt wanneer een situatie uit de hand loopt.
Dat komt zo uit de haven
“Dat komt zo uit de haven” betekent: dat is gestolen.
Dat gaat niet meer los
“Dat gaat niet meer los” betekent dat iets niet meer kan worden hersteld of teruggedraaid. “Dat krabt de kat d'r niet meer vanaf” en “dat waait voorlopig niet weg” hebben een vergelijkbare strekking.
Je kan een hoop stront paars verve
“Je ken een hoop stront paars verve, maar 't blijf een hoop stront” gebruik je wanneer een verandering aan de buitenkant niets aan de kern verandert.
Rotterdamse woorden voor gemak en succes
Fluitje van een cent
“Fluitje van een cent” betekent dat iets gemakkelijk is. De uitdrukking is in Rotterdam ontstaan, maar is geen specifiek dialectwoord.
Gaat as de brandweer
“Gaat as de brandweer” betekent dat iets heel snel gaat.
Gaat als kakke zonder douwe
“Gaat als kakke zonder douwe” betekent dat iets heel gemakkelijk of zonder problemen verloopt.
Voor z'n rood koperen
“Voor z'n rood koperen” betekent dat iets klaar of in orde is.
Das gelope
“Das gelope” betekent dat iets mooi meegenomen is.
Typische Rotterdamse klanken en grammatica
Een echte Rotterdammert herken je meteen als je hem hoort. Zo plakken ze bijvoorbeeld overal een -t achter en gaat er bijna geen zin voorbij zonder een vreselijke ziekte.
Jij heb en je ken
In Rotterdamse spreektaal komen vormen voor als “jij hep” voor “jij hebt” en “je ken” voor “jij kunt”. Ook “ik gaat” en “ik ga” worden naast elkaar gebruikt.
Als, as en azze
“Als” wordt in Rotterdamse spreektaal vaak uitgesproken als “as” of “azze”. Voorbeelden zijn “as ik”, “as mij”, “assie nouwis” en “azze-ze”.
Als me zus klootjes had gehad
“Als me zus klootjes had gehad, was ze nu me broer” wordt gezegd als iemand met een voorwaarde of een vergezochte “als”-redenering komt.
As as meel was en stront stroop
“As as meel was en stront stroop, dan aten we morgen pannekoeken” is een andere Rotterdamse reactie op iemand die telkens “als” zegt. “As is verbrande turf” heeft dezelfde functie.
Als Canadeze net zoveel zoude keze als Chineze
“Als Canadeze net zoveel zoude keze als Chineze, zoude er meer Canadeze dan Chineze wezen” is eveneens een Rotterdamse reactie op het woord “als”.
Als me tante klote had, zei ik ome
“Als me tante klote had, zei ik ome” wordt gebruikt wanneer iemand een hypothetische situatie te ver doorvoert.
Rotterdamse plaatsen in uitdrukkingen
Hoe dichter bij Dordt, hoe rotter ’t wordt
“Hoe dichter bij Dordt, hoe rotter ’t wordt” betekent dat het volgens de spreker grimmiger of vervelender wordt naarmate je dichter bij Dordrecht komt.
De uitspraak komt ook voor als “Hoe dichtûr baaij dort hoe rottûr ut wôht” en “Hoe dichter bai Dordt, hoe rotter ut wordt!”.
De tunnel door
“De tunnel onderdoor, we gaan de Maastunnel onderdoor” betekent dat je door de Maastunnel gaat. Ook “We reden onder de Maastunnel door” wordt gebruikt.
Ik gaat effe naar de Koopgoot
“Ik gaat effe naar de koopgoot” betekent dat iemand even gaat winkelen in de Beurstraverse.
Kijk uit, ut komp van Zuid
“Kijk maar uit, ut komp van Zuid” betekent: kijk maar uit, hij of zij komt uit Rotterdam-Zuid.
Witte Doelen en Maasoord
“Naar de witte Doelen gaan” betekent slapen. “Die is rijp voor Maasoord” betekent dat iemand volgens de spreker gek is of rijp voor het gekkenhuis.
Meer Rotterdamse woorden in één overzicht
- Aftaaien: weggaan.
- Bietenbrug op gaan: in de problemen raken.
- Bloedverziekend: heel erg.
- Centenbak: vooruitstekende onderkaak.
- Daarlijk: straks.
- Dorsten: durven.
- Gers: gaaf.
- Hielenlikker: iemand die verraad pleegt of een wit voetje probeert te halen.
- Kassie weilen: overleden zijn.
- Kaassie: dik voor mekaar.
- Kloothommel: iemand die iets stoms doet.
- Krotekoker: mafkees.
- Meuren: in je bed blijven liggen of slapen.
- Nassen: eten.
- Olienoten: pinda’s.
- Pijppie: flesje bier.
- Pillendraaier: huisarts.
- Prakkie: aardappelen, groenten en vlees door elkaar geprakt.
- Rampetampen: seks hebben.
- Ruggentuffer: mannelijke homoseksueel.
- Zeikstraal: iemand die blijft zeuren.
- Zinksnijder: grote neus.
Rotterdamse stopwoorden en korte reacties
“Mogge” en “Môgguh!” betekenen goedemorgen. “Joh” kan als uitroep worden gebruikt, bijvoorbeeld in “Ja joh!” of “O ja, joh?”.
“Belduh die?” betekent: belde hij? “Kommie ook?” betekent: ga je mee? “Gaaj memme mee?” betekent: ga je met mij mee?
“Ken het zijn dat ik u kan?” en “Ken het dat ik u kan?” betekenen: hebben wij elkaar al eens eerder ontmoet? of kan het dat ik u ken?
“Hebbie een peukie voor me?” betekent: heb je een sigaret voor me? “Mot je een sigaretje voor onderweg?” kan worden gezegd wanneer iemand genoeg heeft van visite.
“Bedank de beul maar” betekent: graag gedaan. “Krijg nou wat!”, “Krijg nou tieten!”, “Krijg toch de hik!” en “Kraigt tog effe gauw de kollere!” zijn uitroepen van verbazing of ergernis.
Rotterdamse humor en beeldspraak
Hij heb een goed hart, maar ze hadde het gekookt op z’n rug motte hangen
Deze uitspraak gebruik je als je iemand niet aardig vindt. De langere variant luidt: “Hij heb 'n goed hart, maar ze motte het gekookt op z'n rug hange. Zo laag zodat de honde d'r bij kenne”.
Wat een bek heb die vent. En daar mottie nog mee vreten ook
“Wat een bek heb die vent. En daar mottie nog mee vreten ook” betekent: wat is hij lelijk.
Hij heb 'n gladde aal bij d'r staart
“Hij heb 'n gladde aal bij d'r staart” betekent dat hij een moeilijke vrouw heeft.
Je loopt voor schobbetje de bonk
“Je loop voor schobbetje de bonk” betekent dat je er niet uitziet of voor gek loopt.
Smeer maar in je haar
“Smeer maar in je haar, dan krijg je krulle” betekent dat je iets maar moet weggooien omdat het niets waard is.
Wie een worst koopt of een weduwe trouwt
“Wie een worst koopt of een weduwe trouwt, weet niet wat er in is gedouwd” betekent dat je nooit helemaal weet wat je krijgt.
Opput Wiite Huis sta'je hoger!
“Opput Wiite Huis sta'je hoger!” wordt gebruikt wanneer iemand op je tenen staat. De uitspraak verwijst op humoristische wijze naar het hoger staan.
Rotterdamse uitdrukkingen over uiterlijk en aantrekkingskracht
Ik hep sjans
“Ik hep sjans” betekent: ik ben aantrekkelijk of ik krijg aandacht van iemand.
Een goede voorgevel siert het huis
“Een goede voorgevel siert het huis” is een Rotterdamse, humoristische uitdrukking voor mooie borsten.
Die is warm te hard neer gezet
“Die is warm te hard neer gezet” wordt gebruikt voor een klein persoon.
Hee Lange, issut koud bofe?
“Hee Lange, issut koud bofe?” zeg je tegen een lange kerel.
Rotterdamse woorden voor lichamelijke ongemakken
Hebbie holtorren?
“Hebbie holtorren?” betekent: heb je jeuk aan je achterste? Andere varianten zijn “Hebbie las van holtorren?” en “holtorren of reet ketelsteen”.
Ik loopt peentjes te zwete
“Ik loopt peentjes te zwete” betekent: ik zweet me een ongeluk. “De reuzel loop m'n reet uit” wordt specifiek gebruikt om grote hitte aan te duiden.
Ik heb kakhielen van het stadten
“Ik heb kakhielen van het stadten!” betekent dat je vermoeide benen hebt van het winkelen.
Hep 'n scheur in me kop van de droogte
“Hep 'n scheur in me kop van de droogte” betekent dat iemand heel dorstig is.
Je harsens stoten
“Je harsens stoten” betekent je hoofd stoten.
Rotterdamse woorden voor activiteiten
Effe een bakkie doen
“Effe een bakkie doen” betekent koffie drinken.
Ik gaat effe bunkeren
“Ik gaat effe bunkeren” betekent dat iemand iets gaat eten, bijvoorbeeld tijdens de pauze.
Rampetampen
“Rampetampen” betekent seks hebben. Een andere uitdrukking is “je eige late doorblaffe”.
Een fax naar Darmstadt sturen
“Ik gaat effe een fax naar Darmstadt sturen” betekent dat iemand even gaat poepen. “Een biscuitje nemen” en “een kakkie pakkuh” hebben dezelfde betekenis.
Een klets water door je gezicht halen
“Een klets water door je gezicht halen” betekent je gezicht wassen.
Rotterdamse uitspraken over relaties, voorkeuren en tegenstellingen
Deze grammofoonplaat is van twee kanten afspeelbaar
“Deze grammofoonplaat is van twee kanten afspeelbaar” is een Rotterdamse omschrijving van een biseksueel persoon.
Alles wat jij kan, kan ik ook
“Alles wat jij kan, kan ik ook” wordt ook uitgesproken als “Allus wa jij ken, ken ik nog veel beter”. De uitspraak benadrukt dat iemand hetzelfde kan als een ander, of zelfs beter.
Hij heeft een goed hart
“Hij heeft een goed hart, het had alleen gekookt op z'n rug motte hange” betekent dat iemand niet aardig maar ook niet echt gemeen is.
Het komt me m'n keel uit
“Het kom me me strot uit” of “Het komt me m'n keel uit” betekent dat iemand ergens genoeg van heeft.
Het is niet te nassen
“'t is niette nassen!” betekent dat iets niet lekker is. “Tis niet te nasse” betekent dat iets niet te eten is.
Een korte Rotterdamse woordenkoekje-test
- Wat betekent “boterklokkie”?
- Wanneer zeg je “Hebbie in je nest gezeken?”?
- Wat betekent “Das als kakke zonder douwe”?
- Wat bedoelt iemand met “Ja toch, niettan”?
- Wat betekent “Bakkie pleur”?
- Wanneer gebruik je “Niet lullen maar poetsen”?
- Wat betekent “Kapoentje”?
- Wanneer is iemand “een dooie met een dag verlof”?
- Wat betekent “Hij heb een snee in z'n neus”?
- Wat bedoelt een Rotterdammer met “Opgepleurd”?
- Wanneer zeg je “De reuzel loop m'n reet uit”?
De antwoorden zijn: een duur horloge, vroeg opstaan, iets dat heel gemakkelijk ging, je hebt gelijk, een kopje koffie, minder praten en meer doen, een lieveheersbeestje, wanneer iemand erg saai is, dat iemand dronken is, wegwezen en dat het verschrikkelijk warm is.

tags: #rotterdamse #woorden #koekje