De wortel van een tand of kies bevindt zich onder het zichtbare gedeelte en zit verankerd in het kaakbot. De wortel zorgt ervoor dat tanden en kiezen stevig in de kaak vastzitten.
In iedere wortel loopt een wortelkanaal met daarin bindweefsel, zenuwvezels en kleine bloedvaten. Dit levende weefsel wordt ook wel pulpa genoemd. Problemen aan de tandwortel kunnen leiden tot gevoeligheid, ontsteking, wortelcariës, een wortelbreuk of het losstaan van een tand.
Wat is een tandwortel?
Tanden en kiezen bestaan uit een kroon en één of meer wortels. De kroon is het deel dat boven het tandvlees zichtbaar is. De wortels ziet u niet, omdat ze onder het tandvlees in de kaak verankerd zijn.
De wortels zijn als het fundament van een huis: ze zorgen voor de verankering van de tanden en kiezen. In iedere wortel zit een kanaal: het wortelkanaal. Dit is gevuld met levend weefsel, de pulpa.
De pulpa bestaat uit bindweefsel, zenuwvezels en kleine bloedvaten. Omdat de pulpa zenuwvezels bevat, kan een ontsteking in het wortelkanaal hevige tand- of kiespijn veroorzaken.
Waardoor kan een tandwortel ontstoken raken?
De pulpa kan ontstoken raken door een infectie via een gaatje, ook wel cariës genoemd, een lekkende vulling of na een harde klap op een tand. Als een tand of kies aangetast wordt door tandbederf of door een val, kunnen bacteriën bij het wortelkanaal komen.
Bacteriën zijn meestal de oorzaak van een ontstoken wortelkanaal. Daardoor raakt de zenuw ontstoken en kan deze uiteindelijk afsterven.
Een ontstoken pulpa is vaak pijnlijk, maar soms geeft de ontsteking geen klachten. Ook patiënten die niets merken kunnen een ontsteking hebben die behandeling nodig maakt.
Door de infectie van het wortelkanaal kan een ontsteking ontstaan in het kaakbot direct rondom de wortel. Op een röntgenfoto is zo’n ontsteking vaak goed te zien.
Waarom is behandeling van een ontstoken wortel belangrijk?
Ontstoken tandweefsel geneest niet meer. Het is een onomkeerbaar proces. Daarom haalt de tandarts het ontstoken weefsel weg tijdens een wortelkanaalbehandeling.
Wanneer het ontstoken weefsel niet wordt verwijderd, kan de ontsteking zich naar het kaakbot uitbreiden. Het omliggende weefsel kan ontstoken raken en het kaakbot kan gedeeltelijk door ontstekingsweefsel worden vervangen.
Door de ontsteking gaan vezels stuk en wordt het kaakbot afgebroken. Hierdoor komen tanden en kiezen los te staan in de kaak, waardoor ze uiteindelijk verloren kunnen gaan.
Een ontstoken zenuw en een ontsteking in het kaakbot zijn niet alleen pijnlijk, maar vormen ook een gevaar voor de tand of kies. Daarom zal de tandarts in veel gevallen een wortelkanaalbehandeling uitvoeren.

Wat is een wortelkanaalbehandeling?
Bij een wortelkanaalbehandeling wordt het wortelkanaal gereinigd. De bacteriën en het ontstoken weefsel worden daarmee zo veel mogelijk verwijderd. Vervolgens wordt het wortelkanaal met een vulling afgesloten.
Door de reiniging van de kanalen wordt de oorzaak van de ontsteking weggenomen en kan het lichaam de ontsteking genezen. Een wortelkanaalbehandeling wordt ook wel een kanaalbehandeling of zenuwbehandeling genoemd.
1. Röntgenfoto’s maken
Voor de wortelkanaalbehandeling worden één of meerdere röntgenfoto’s gemaakt van de tand of kies. Daarop is te zien hoeveel wortels en wortelkanalen er zijn en hoe ze eruitzien.
Tijdens de behandeling kan de tandarts opnieuw röntgenfoto’s maken om het verloop van de behandeling te controleren.
2. Verdoven
Een wortelkanaalbehandeling gebeurt onder plaatselijke verdoving. Als de zenuw helemaal afgestorven is, is een verdoving niet altijd nodig.
3. Een rubberdam aanbrengen
Een rubberdam is een lapje van latex, of voor mensen met een latexallergie van een ander materiaal. Daarmee wordt de tand of kies afgescheiden van de mondholte.
Zo kunnen bacteriën in het speeksel niet meer bij de tand of kies komen. Ook beschermt de rubberdam de mondholte tegen spoelmiddelen en kleine instrumenten die de tandarts tijdens de behandeling gebruikt.
In een tarievenlijst wordt de rubberdam ook wel ‘cofferdam’ genoemd.
4. De tand of kies openmaken
De tandarts maakt het wortelkanaal toegankelijk door een kleine opening in de tand of kies te maken. Als de zenuw ontstoken is, wordt het ontstoken weefsel eruit gehaald.
5. De wortelkanalen schoonmaken
Een tand heeft meestal één wortelkanaal. Een kies heeft er meerdere. Als de kanalen gevonden zijn en toegankelijk zijn gemaakt, worden ze met een handvijltje of een roterende vijl iets breder gemaakt.
Dit is nodig om ruimte te maken voor het spoelmiddel. De kanalen worden daarna grondig gereinigd en met een desinfecterend middel gespoeld.
6. De wortelkanalen vullen
Na het reinigen en drogen van de kanalen worden ze gevuld. De schoongemaakte kanalen worden met rubberen stiftjes ingevuld en weer afgesloten met een vulling.
Ook het zichtbare gedeelte, de kroon, moet met vulmateriaal worden gevuld. Als alleen vulmateriaal niet voldoende is of niet kan worden gebruikt, komt er een kroon op de tand of kies.
Een kroon wordt door een tandtechnieker gemaakt. Daarmee wordt de kans kleiner dat de kanalen opnieuw ontstoken raken.
Hoe lang duurt een wortelkanaalbehandeling?
De duur van een wortelkanaalbehandeling is afhankelijk van het aantal wortelkanalen. Tanden hebben meestal één wortel. Kiezen hebben er vaak meer.
De behandelingstijd varieert daarom van een half tot anderhalf uur. Vaak kan de tandarts de wortelkanaalbehandeling in één keer afmaken. Soms moet u een aantal keren terugkomen.
| Situatie | Gevolg voor de behandeling |
|---|---|
| Tand met meestal één wortel | Vaak minder wortelkanalen |
| Kies met meerdere wortels | Vaak meer wortelkanalen en een langere behandeling |
| Moeilijk bereikbaar of complex kanaal | Soms meerdere afspraken nodig |
Wat gebeurt er na een wortelkanaalbehandeling?
Over het algemeen is er na de behandeling vrijwel geen napijn. Na het reinigen van de wortelkanalen kunt u eventueel napijn krijgen die enkele dagen kan aanhouden.
Soms moet u nog terugkomen, omdat de tandarts het zichtbare gedeelte van de tand of kies nog moet afwerken, al dan niet met een kroon. Een antibioticum is meestal niet nodig.
Meestal moet u na een jaar terugkomen op controle. Dan maakt de tandarts een röntgenfoto om te zien of de ontsteking in het kaakbot direct rondom de wortel goed genezen is.
Wanneer is een endodontische herbehandeling nodig?
Meestal slaagt een wortelkanaalbehandeling in één keer. Soms geneest een wortelpuntontsteking echter niet helemaal of ontstaan er opnieuw klachten.
Dit kan komen door een lekkende vulling, tandbederf of doordat het wortelkanaal niet helemaal kon worden schoongemaakt. Dan raakt het wortelkanaal door bacteriën opnieuw geïnfecteerd.
De bacteriën kunnen vervolgens een wortelpuntontsteking in het kaakbot veroorzaken. Ondanks een eerder uitgevoerde wortelkanaalbehandeling kan de wortelpuntontsteking in het kaakbot toch pijn doen.
Op een röntgenfoto kan de tandarts zien dat er kaakbot rondom de wortelpunt is opgelost. Dit wordt veroorzaakt door de wortelpuntontsteking.
Hoe verloopt een herbehandeling?
Voor de herbehandeling maakt de tandarts één of meer röntgenfoto’s. Daarop is te zien hoeveel wortels er zijn en hoe ze eruitzien. Ook tijdens de behandeling maakt de tandarts röntgenfoto’s om het verloop te controleren.
De behandeling gebeurt onder plaatselijke verdoving. Omdat de pulpa al helemaal afgestorven is, is verdoving niet altijd nodig.
De tandarts verwijdert of doorboort de bestaande vulling of kroon. Alle obstakels, zoals wortelstiften en oud vulmateriaal, worden verwijderd.
Daarna bekijkt de tandarts de kanalen grondig en maakt ze schoon met instrumenten en ontsmettende spoelmiddelen. Het verwijderen van obstakels en het schoonmaken van de wortelkanalen kost veel tijd.
Daarom wordt de herbehandeling meestal in meerdere afspraken uitgevoerd. Hoe lang de behandeling duurt, hangt af van het aantal wortels en wortelkanalen.
Als het wortelkanaal uitgebreid is schoongemaakt, vult de tandarts het met een wortelkanaalvulling. Die voorkomt dat bacteriën opnieuw het wortelkanaal binnendringen en een ontsteking veroorzaken.
De rol van een microscoop
Een microscoop kan onderdeel zijn van de endodontologie. Moeilijke wortelkanaalbehandelingen kunnen daarmee kwalitatief goed worden uitgevoerd.
Bijzondere pijnklachten kunnen hierdoor worden opgelost en herbehandelingen zijn vaak niet nodig. Barsten worden sneller gediagnosticeerd, waardoor onnodige extracties en duurdere prothetische oplossingen minder aan de orde zijn.
Blootliggende tandwortels en gevoelige tandhalzen
De wortels hebben geen beschermend glazuur. Zodra het tandvlees zich terugtrekt, komt een stukje van de tand zonder glazuur bloot te liggen.
Dit poreuze materiaal is tandbeen. In tandbeen zitten kanaaltjes die verbonden zijn met de zenuwholte binnenin de tand of kies.
Als het tandvlees de kanaaltjes afsluit, merkt u daar niets van. Is het tandvlees teruggetrokken, dan komt door warme, koude, zoete of zure prikkels het vocht in die kanaaltjes in beweging.
Die beweging irriteert de zenuwen en veroorzaakt de pijn. Blootliggende tandwortels kunnen daardoor temperatuurgevoeligheid, cariës en infecties veroorzaken.
Oorzaken van blootliggende tandwortels
- Tandvleesziekte, zoals gingivitis of parodontitis.
- Agressief poetsen.
- Een tandenborstel met harde haren.
- Tandenknarsen of klemmen.
- Slechte mondhygiëne.
- Veroudering.
- Terugtrekkend tandvlees.
Wat kunt u doen bij gevoeligheid?
Gebruik een zachte tandenborstel en poets in kleine cirkelvormige bewegingen, niet heen en weer. Vermijd overmatig poetsen of te vaak poetsen.
Goede mondhygiëne ondersteunt de algemene tandgezondheid en helpt verdere terugtrekking van het tandvlees voorkomen. Blootliggende tandwortels genezen niet vanzelf.
Natuurlijke maatregelen kunnen klachten soms verminderen, maar ze vervangen geen tandheelkundige beoordeling. Als de klachten langer dan twee weken aanhouden of verergeren, is het tijd om een tandarts te raadplegen.
Ontstoken tandvlees en terugtrekkend tandvlees
Gezond tandvlees is roze, ligt strak om de tanden en kiezen en bloedt niet tijdens het tandenpoetsen. Rood, gezwollen of bloedend tandvlees duidt meestal op ontstoken tandvlees.
Iedere keer als u iets eet of drinkt, vormt zich een doorzichtig, zacht en kleverig laagje op uw tandvlees, tanden en kiezen: tandplak.
Tandplak op de overgang van het tandvlees naar de tand of kies en plak tussen de tanden en kiezen veroorzaken ontstoken tandvlees. Als de plak niet goed wordt verwijderd, zorgen de bacteriën in de plak ervoor dat het tandvlees verder ontstoken raakt.
Niet-verwijderde plak kan hard worden en verkalken tot tandsteen. Aan tandsteen hecht zich gemakkelijk nieuwe plak, waardoor de tandvleesontsteking kan verergeren.
Van gingivitis naar parodontitis
Tussen de tand en het tandvlees zit een kleine ruimte, de pocket. Omdat ontstoken tandvlees los komt te staan van de tanden en kiezen, wordt die ruimte dieper.
De ontsteking in de tandvleesrand kan zich uitbreiden in de richting van het kaakbot. Daardoor laat het tandvlees nog verder los.
Door de ontsteking gaan de vezels stuk en wordt het kaakbot afgebroken. Het gevolg zijn nog diepere pockets, waarin tandplak gedeeltelijk verkalkt tot tandsteen.
Deze voortschrijdende ontsteking met afbraak van vezels en kaakbot heet parodontitis. Parodontitis kan behandeld worden, waardoor het tandvlees weer gezond wordt.
Eenmaal teruggetrokken tandvlees komt niet meer terug. Door ontstoken tandvlees kunnen tanden en kiezen los komen te staan en kan de wortel gedeeltelijk bloot komen te liggen.
Wortelcariës: gaatjes in de tandwortel
Op latere leeftijd kunnen aan de tandwortel gaatjes ontstaan: de zogenoemde wortelcariës. Het tandvlees trekt zich terug, waardoor de tandwortel gedeeltelijk bloot komt te liggen.
Op deze plaats ontbreekt het beschermende glazuur. Tanden en kiezen zijn daar extra kwetsbaar voor gaatjes.
Door het terugtrekkende tandvlees wordt de ruimte tussen tanden en kiezen bovendien groter. Juist daar hoopt tandplak zich gemakkelijk op.
Tandplak veroorzaakt gaatjes, vooral op de blootliggende wortels van tanden en kiezen. Wortelcariës worden niet altijd ontdekt, omdat ze vaak geen pijn veroorzaken of pas in een later stadium klachten geven.
Wortelcariës zijn soms herkenbaar aan grote, gekleurde plekken die zich naar de zijkant uitstrekken. Een tandarts kan wortelcariës meestal zien en voelen in de mond of opsporen met röntgenfoto’s.
Verschil tussen tandcariës en wortelcariës
Tandcariës heeft meestal betrekking op gaatjes en schade aan het zichtbare gedeelte van de tand, oftewel de oppervlakken en de kroon.
Bij wortelcariës gaat het om gaatjes in het deel van de tand dat onder het tandvlees ligt en door teruggetrokken tandvlees bloot is komen te liggen.
Dit kan gebeuren door te hard poetsen, ontstoken tandvlees of ouderdom. Het tandbeen in een tand is niet zo sterk als het externe glazuur, en op de wortel ontbreekt glazuur.
Risicofactoren voor wortelcariës
- Slechte mondhygiëne.
- Onvoldoende poetsen of een onjuiste poetstechniek.
- Ouderdom.
- Verminderde speekselstroom of xerostomie.
- Tandvleesrecessie waardoor de wortels bloot komen te liggen.
- Tandvleesaandoeningen die botverlies veroorzaken en de wortels blootleggen.
- Verminderde behendigheid.
- Zoeter en plakkeriger voedsel bij beperkt kauw- en slikvermogen.
Behandeling en preventie van wortelcariës
Het kan lastig zijn om wortelcariës te behandelen en te voorkomen. Daarom is een sterk preventieplan belangrijk.
Wanneer wortelcariës en demineralisatie van het tandbeen zo ver gevorderd zijn dat de structurele integriteit van de tand wordt aangetast, kan een herstellende behandeling noodzakelijk zijn.
De conventionele benadering van ‘boren en vullen’ wordt veel gebruikt voor het herstel van gaatjes in het worteloppervlak.
Topische toepassing van zilverdiaminefluoride kan voor dit doel effectief zijn. SDF kan het tandbeen echter zwart maken, waardoor de behandeling inesthetisch kan worden, vooral aan de wangzijde van tanden.
Perfecte esthetiek kan moeilijk te verkrijgen zijn door de nabijheid van de tandvleesrand of doordat het gebied tijdens de behandeling moeilijk van speeksel kan worden geïsoleerd.
Naast een goede mondverzorgingsroutine dragen minder suiker en koolhydraten, regelmatige reinigingen en controles door een tandarts bij aan de preventie van wortelcariës.
Ook het voorkomen van parodontitis en aanhechtingsverlies is belangrijk om blootstelling van de wortels te voorkomen.
Een droge mond en de tandwortel
Een droge mond wordt veroorzaakt door een tekort aan speeksel. Speeksel vergemakkelijkt spreken, kauwen en slikken.
De bevochtiging met speeksel vereenvoudigt bovendien de bewegingen van wangen, tong en lippen. Ook heeft speeksel een reinigende werking op de tanden, kiezen en het mondslijmvlies.
Door onvoldoende speeksel vormt zich sneller dan normaal tandplak. Sommige medicijnen hebben als bijwerking dat de speekselklieren worden geremd in de afgifte van speeksel.
Dat geldt met name voor medicijnen tegen hoge bloeddruk, slaapmiddelen en antidepressiva. Ook te weinig drinken kan een oorzaak van een droge mond zijn. Daarnaast kan een droge mond optreden bij uitdroging door koorts of diarree.
Een afgebroken tand en achtergebleven wortelresten
Het verwijderen van wortelresten kan om verschillende redenen nodig zijn. Een tandwortel zonder kroon heeft geen functie meer.
Wanneer de kroon van een tand ontbreekt, verandert de krachtverdeling op de boven- en ondertanden. Hierdoor kan bijten moeilijker worden of zelfs niet meer mogelijk zijn.
Niet-verwijderde wortelresten van een tand of kies vormen een gezondheidsrisico. De tandwortel die in het tandvlees achterblijft, kan verschillende complicaties veroorzaken:
- Abcessen.
- Cysten.
- Ontsteking van periapicale weefsels.
- Ontsteking van kaakbeenderen.
Wanneer door vergevorderde cariës de kroon van een tand verloren gaat, kan de achtergebleven wortel ernstige infecties veroorzaken.
Hoe wordt een achtergebleven wortel verwijderd?
De tandarts besluit op basis van mondonderzoek en röntgendiagnostiek of er kans op genezing is of dat de tandwortel verwijderd moet worden.
Voorafgaand aan de behandeling krijgt u een verdoving. Zodra deze is ingewerkt, maakt de arts een snede in het tandvlees om de wortel zichtbaar te maken.
De tandwortel wordt van het bot gescheiden en met een tang verwijderd. Hierna wordt de wond beschermd met een hemostatische spons, die helpt om een stolsel te vormen. Uiteindelijk hecht de arts de wond.
Doet het verwijderen van een tandwortel pijn?
Het verwijderen van tandwortels gebeurt onder plaatselijke verdoving, waardoor u tijdens het verwijderen van de wortelresten geen pijn voelt.
In sommige gevallen worden patiënten onder narcose gebracht bij het verwijderen van de wortelresten.
Hoe lang duurt het verwijderen van een tandwortel?
De duur van de ingreep hangt voornamelijk af van de mate waarin de wortel beschadigd is. Ook de toestand van het weefsel rond de wortel en de ervaring van de tandarts beïnvloeden de procedure.
Een gemiddelde ingreep duurt ongeveer tien minuten tot een uur.
Herstel na het verwijderen van een wortel
Pijn en zwelling zijn de meest voorkomende complicaties na het trekken van een tandwortel. Om de pijn te verminderen, kunt u de eerste 24 uur het beste koelen met een koud kompres.
Eten en drinken wordt gedurende twee uur na de ingreep afgeraden. Eet daarna vooral zachte en lauwe voeding en vermijd hard, pittig of te warm eten.
Om het stolsel niet te beschadigen, mag u minstens 24 uur geen intensieve mondspoeling gebruiken en uw tanden op de plek van de wond niet poetsen.
Hierna kunt u het beste een speciale postchirurgische tandenborstel met zachte haren gebruiken. Zorg dat uw tandpasta niet te sterk is en gebruik een mondspoeling zonder alcohol.
Een wortelbreuk
Een wortelbreuk wordt gedefinieerd als een tand die onder de tandvleesrand en over de wortel kraakt, waarbij de tand en de wortelpulp volledig van elkaar worden gescheiden.
Dit gebeurt vaak als gevolg van trauma of een impact op het gezicht en de mond. Afhankelijk van de locatie van de breuk kan de tand zichtbaar verplaatst en of mobiel worden.
In sommige gevallen blijft de tand echter op zijn plaats met weinig of geen mobiliteit. De tandarts heeft dan röntgenfoto’s van het gebied nodig om de omvang van de verwonding te bepalen.
Het is belangrijk om onmiddellijk behandeling voor een gebroken wortel te zoeken om de kans te vergroten dat de tand behouden kan blijven. De behandeling varieert afhankelijk van de aard en locatie van de verwonding.
Wat te doen als een volwassen tand uitvalt?
Plaats een tand van een blijvend gebit zo snel mogelijk terug in de mond. Hoe sneller u dat doet, hoe groter de kans op succes is.
- Zoek de tand snel op.
- Pak de tand bij de kroon vast. Vermijd contact met de wortel van de tand.
- Spoel de tand af met melk. Geen melk binnen bereik? Laat de patiënt de tand schoonlikken of -zuigen.
- Reinig de tand nooit met water of reinigingsmiddelen en gebruik evenmin een borsteltje.
- Is de tand schoon, plaats hem dan terug.
- Houd vervolgens de tanden op elkaar met ertussen een papieren zakdoekje of een gaasje.
- Ga direct naar de tandarts. Die zal de teruggeplaatste tand controleren en vastzetten met een spalk.
Plaats een uitgevallen melktand nooit terug. Daarmee kunt u de nieuwe blijvende tand beschadigen.
Wat is een implantaat?
Een implantaat kunt u het beste zien als een soort kunstwortel. Het vervangt een afwezige tandwortel, het deel van een tand of kies dat in de kaak zit.
Een implantaat is gemaakt van een lichaamsvriendelijk materiaal zoals titanium. Het wordt als een schroef in de kaak gebracht en biedt houvast voor een kroon, een brug of een overkappingsprothese.
De tandwortel bij een overkappingsprothese
Een overkappingsprothese is een soort kunstgebit dat zich vasthecht aan overgebleven wortels van eigen tanden. Voorafgaand aan de behandeling moet de tandarts zorgvuldig selecteren welke wortels geschikt zijn.
Voorbehandelingen
De tandarts maakt röntgenfoto’s om de wortels in kaart te brengen en hun kwaliteit te beoordelen. Vaak zijn de wortels van de hoektanden geschikt om te gebruiken.
Meestal trekt de tandarts daarna de kiezen die niet onder de overkappingsprothese worden gebruikt. Na het trekken moeten de wonden enige tijd gelegenheid krijgen om te genezen.
Kort na het trekken van de kiezen zijn de wonden nog niet goed genezen. Dan kunt u het beste zacht voedsel nemen. Daarna kunt u weer proberen te eten wat u gewend was.
De wortels voorbereiden
De tanden of kiezen waarvan de wortels worden gebruikt, krijgen doorgaans een voorbehandeling. Elke wortel heeft binnenin een holte.
De tandarts reinigt en vult die holte en voert dus een wortelkanaalbehandeling uit. Dit voorkomt dat er later ontstekingen aan de wortels ontstaan.
Soms is deze behandeling in het verleden al uitgevoerd. Dan hoeft de tandarts dit meestal niet nog eens te doen.
Het maken van de prothese
De prothese kan door een tandarts worden aangemeten, maar het kan ook zijn dat een tandprotheticus dat doet.
Een afdruk van de kaak wordt gemaakt met behulp van een afdruklepel die gevuld is met speciaal afdrukmateriaal. In het tandtechnisch laboratorium wordt die afdruk met gips gevuld.
Hierdoor ontstaat een gipsmodel waarop de prothese kan worden gemaakt. Soms is een tweede afdruk nodig om een nog nauwkeuriger gipsmodel te verkrijgen.
Tijdens een volgend bezoek bepaalt de tandarts de stand van de boven- en onderkaak ten opzichte van elkaar. Ook bepaalt hij hoe de kunsttanden en -kiezen contact met elkaar moeten maken, zodat u goed met de overkappingsprothese kunt kauwen.
De kleur, stand en vorm van de kunsttanden kunnen worden besproken voordat de overkappingsprothese wordt gemaakt.
De laatste fase
Voordat de tandarts het kunstgebit in de mond kan plaatsen, slijpt hij de tanden en kiezen die als pijlers voor de overkappingsprothese fungeren tot net boven het tandvlees af.
Alleen de wortel van zo’n tand of kies blijft over. Het voorbehandelde wortelkanaal wordt met een vulling afgesloten.
Daarna trekt de tandarts de overige gebitselementen die in de mond zijn blijven staan. Direct daarop aansluitend plaatst hij de overkappingsprothese.
U hoeft dus niet enige tijd zonder tanden rond te lopen. De overkappingsprothese zit in het begin als een soort verband op de wonden.
De tandarts maakt vervolgens een afspraak na één of twee dagen. Hij controleert de mond en verhelpt eventuele klachten.
Wanneer maakt de tandarts röntgenfoto’s?
De tandarts maakt alleen röntgenfoto’s als daar een bepaalde reden voor is. Die reden kan verschillend zijn.
Onzichtbare gaatjes en wortelpuntontstekingen
De tandarts maakt soms röntgenfoto’s wanneer hij vermoedt dat er gaatjes tussen tanden en kiezen of onder een vulling zitten.
Ook bij een vermoeden van een wortelpuntontsteking kan een röntgenfoto nodig zijn.
Samenstelling van het gebit
Op röntgenfoto’s kan men zien of alle tanden en kiezen die bij kinderen nog moeten doorbreken aanwezig zijn.
Ontstoken tandvlees
Door ontstoken tandvlees kan het bot rondom de tanden en kiezen verdwijnen. Een röntgenfoto kan helpen om dit botverlies te beoordelen.
Achtergebleven tandwortelrest
Als in het verleden een tand of kies is getrokken, kan soms een deel van de tandwortel in de kaak zijn achtergebleven.
Op een röntgenfoto kan de tandarts zien of zich nog een wortelrest in de kaak bevindt. Ook van tandeloze kaken kunnen foto’s worden gemaakt om te controleren of er nog wortelresten aanwezig zijn.

Wanneer is een tandartsbeoordeling nodig?
Neem contact op met een tandarts bij hevige of aanhoudende tandpijn, gevoeligheid die niet verdwijnt, zwelling, een losstaande tand, een afgebroken tand of een vermoeden van een ontstoken wortel.
Ook bij blootliggende tandwortels, bloedend of teruggetrokken tandvlees en verkleurde plekken op de wortel is een beoordeling belangrijk.
Een volwassen tand die is uitgevallen, een wortelbreuk of een snel toenemende zwelling vraagt om directe tandheelkundige hulp.