Een zoete smaak in de mond zonder dat je iets zoets hebt gegeten, kan verschillende oorzaken hebben. Diabetes of een ontregelde bloedsuikerspiegel kan hierbij een rol spelen, maar ook een droge mond, een infectie, tandvleesproblemen, reflux, medicijnen of een veranderde smaakwaarneming.
Een zoete smaak op zichzelf is meestal niet gevaarlijk. Bij aanhoudende klachten, of wanneer de smaak samengaat met veel dorst, vaak plassen, vermoeidheid, gewichtsverlies, misselijkheid, een droge mond of een fruitige adem, is het belangrijk om contact op te nemen met je huisarts. Een acetonachtige adem kan bij diabetes wijzen op ketoacidose, een ernstige en mogelijk levensbedreigende ontregeling.
Wat betekent een zoete smaak in de mond?
Normaal gesproken proef je zoetheid na het eten of drinken van iets met suiker, zoals honing, fruit, snoep of ijs. Sommige medische aandoeningen kunnen ervoor zorgen dat je een zoete smaak in je mond ervaart, zelfs als je niet iets zoets hebt gegeten.
Een zoete mondsmaak, zoet smakend slijm of zoete lippen is niet altijd een teken van een onderliggend gezondheidsprobleem. Soms ontstaat de smaak tijdelijk door voeding, uitdroging of een infectie. Wanneer de klacht blijft terugkomen of niet verdwijnt, is het verstandig om de oorzaak te laten onderzoeken.
Kan een zoete smaak wijzen op diabetes?
Een aanhoudende zoete smaak kan een teken zijn dat je bloedsuikerspiegel uit balans is. Vooral als je ook dorst hebt als een woestijnreiziger en vaak naar het toilet moet. Een bloedtest kan uitsluitsel geven.
Een zoete smaak betekent echter niet automatisch dat je diabetes hebt. Diabetes kan verschillende symptomen geven. Het is belangrijk om goed naar je lichaam te luisteren, omdat het niet altijd duidelijk is dat je diabetes hebt.
In sommige gevallen merk je misschien helemaal geen klachten, terwijl de ziekte toch aanwezig is. In andere gevallen kunnen de symptomen al vroeg opduiken, maar lijken ze op die van andere aandoeningen.
Andere klachten die bij diabetes kunnen passen
- Veel dorst en een droge mond.
- Veel drinken en vaak plassen, vooral ’s nachts.
- Vermoeidheid of een zwak gevoel.
- Wazig of slecht zien.
- Wondjes die langzaam genezen.
- Terugkerende infecties.
- Onverklaarbaar gewichtsverlies of snelle veranderingen in gewicht.
- Tintelingen of een doof gevoel in handen en voeten.
- Misselijkheid, duizeligheid of moeite met concentreren.
Diabetes kan soms lang onopgemerkt blijven, omdat de symptomen vaak langzaam ontwikkelen of op andere aandoeningen lijken. Veelvoorkomende klachten, zoals vermoeidheid of een droge mond, kunnen bijvoorbeeld ook door andere gezondheidsproblemen worden veroorzaakt.
Hoe kan diabetes een zoete smaak veroorzaken?
Diabetes is een chronische stofwisselingsziekte waarbij de glucoseregulatie in het lichaam is verstoord. Onze voeding bestaat onder meer uit koolhydraten. Koolhydraten worden in het maag- darmkanaal afgebroken tot glucose.
Glucose is de belangrijkste energiebron voor het lichaam. Via het bloed wordt het naar de lichaamsweefsels zoals spieren en organen vervoerd. Om glucose als brandstof te kunnen gebruiken heeft het lichaam het hormoon insuline nodig.
Bij diabetes produceert de alvleesklier geen of te weinig insuline en/of is de insuline minder werkzaam. Hierdoor kunnen de lichaamscellen het glucose niet opnemen en blijft de glucose achter in het bloed. Het glucose- gehalte van het bloed, de bloedsuikerspiegel, stijgt dan.
Hoge bloedsuikerspiegels kunnen invloed hebben op de speekselklieren en smaakpapillen, wat leidt tot een overgevoeligheid voor zoet. Wanneer glucose zich ophoopt in het bloed en speeksel, beïnvloedt dit de werking van de smaakpapillen, die continu ‘zoet’ signaleren.
Diabetes type 1
Diabetes type 1 is een auto-immuunziekte waarbij het eigen afweersysteem de cellen van de alvleesklier die insuline aanmaken vernietigt. Het lichaam maakt dan helemaal geen insuline meer.
Diabetes type 1 is een aandoening waarbij het lichaam zelf geen insuline meer aanmaakt. Insuline is nodig om glucose uit het bloed naar de cellen te transporteren, waar het gebruikt kan worden als energie.
Bij diabetes type 1 produceert het lichaam dus te weinig insuline. Dit zorgt voor een te hoge bloedsuikerspiegel, wat verschillende klachten kan veroorzaken.
Diabetes type 2
Diabetes type 2 komt het meeste voor (85%-90%). Bij mensen met type 2 maakt de alvleesklier te weinig insuline aan of de insuline kan zijn werk niet meer goed doen.
Diabetes type 2 is de meest voorkomende vorm van diabetes en ontstaat meestal op latere leeftijd. Bij diabetes type 2 reageert het lichaam minder goed op insuline, of maakt het niet genoeg insuline aan.
De symptomen van diabetes type 2 lijken vaak op die van diabetes type 1. In het voorstadium van diabetes, prediabetes, heb je vaak geen duidelijke symptomen.
Een zoete of fruitige adem: let op aceton
Je adem kan vreemd ruiken door diabetes. Bijvoorbeeld naar de geur van aceton. Aceton ruikt vaak zoet of fruitig.
Een acetonlucht bij diabetes is een teken dat je bloed verzuurt. Dit heet ketoacidose. Ketoacidose is erg gevaarlijk.
De geur van aceton ontstaat als de bloedsuiker erg hoog is. Bij diabetes is er soms te weinig insuline om de suiker uit het bloed te halen. De cellen krijgen hierdoor te weinig energie.
Je lichaam verbrandt vet om toch genoeg energie te krijgen. Bij dit proces ontstaan afvalproducten. Dit zijn ketonen.
Aceton is een van de ketonen die vrijkomen als je lichaam vet verbrandt. Aceton ruikt zoet of fruitig. Als je adem naar aceton ruikt, heb je waarschijnlijk veel ketonen in je bloed.
Wat is ketoacidose?
Ketonen verzuren het bloed. Dit heet ketoacidose. Te veel ketonen in je bloed is erg gevaarlijk.
Het is belangrijk om je bloedsuiker te controleren als je adem naar aceton ruikt. Je kunt ook controleren hoeveel ketonen er in je bloed zitten. Dit doe je met speciale strips.
Er zijn ook glucosemeters die automatisch ook de ketonen in je bloed meten.
Wanneer is snelle medische hulp nodig?
Heb je ketoacidose, of denk je dat je dit hebt? Neem dan direct contact op met je zorgverlener. Zeker als je moet overgeven.
Misselijkheid komt niet bij iedereen met diabetes voor, maar kan wel een symptoom zijn van sterk verhoogde bloedglucosewaarden. Ook complicaties zoals ketoacidose kunnen misselijkheid veroorzaken.
- Een zoete of fruitige adem die naar aceton ruikt.
- Een zeer hoge bloedsuiker.
- Misselijkheid of overgeven.
- Ernstige dorst en veel plassen.
- Extreme vermoeidheid of zwakte.
- Buikpijn, hoofdpijn of moeite met concentreren.
- Duizeligheid of een verminderd bewustzijn.
Ketoacidose komt vooral voor bij mensen met diabetes type 1. Bijvoorbeeld als je nog niet weet dat je de ziekte hebt. Of wanneer je vergeet jezelf insuline toe te dienen.
Maar ook mensen met diabetes type 2 kunnen ketoacidose krijgen. De kans is wel veel kleiner dan bij diabetes type 1.
Andere mogelijke oorzaken van een zoete mondsmaak
Een zoete smaak in de mond kan ook door andere factoren worden veroorzaakt, zoals een hormonale disbalans, een infectie in de luchtwegen of sinussen, of zelfs een neurologische aandoening die de smaakzin beïnvloedt.
Daarnaast kunnen bepaalde medicijnen of blootstelling aan chemische stoffen de smaakzin verstoren. Een minder bekende oorzaak is gastro-oesofageale refluxziekte, waarbij maaginhoud terugstroomt naar de keel en een zoete of metaalachtige smaak kan achterlaten.
Droge mond en uitdroging
Als je te weinig drinkt, wordt je speeksel dikker, en dat kan je smaakpapillen in de war brengen. Meer water drinken is een simpele eerste stap om te kijken of dat helpt.
Een probleem dat vaak voorkomt bij diabetes is xerostomie: een droge mond. De oorzaak kan liggen in te hoge bloedglucosewaarden en/of het gebruik van bepaalde medicijnen.
Mensen ervaren dan een droge mond of keel, vieze smaak, een slechte adem en dorst. Andere klachten zijn moeite met spreken, kauwen en slikken, slijmophoping en een branderig gevoel in de mond.
Infecties van de luchtwegen en bijholten
Een luchtweginfectie, zoals een bijholteontsteking, kan je smaak- en reukvermogen verstoren. Soms proef je dingen anders dan normaal, en een zoete smaak kan daar ook bij horen.
Een infectie in de luchtwegen, zoals sinusitis, kan de smaakwaarneming verstoren. Meestal trekt het weg als de infectie geneest.
Mondgezondheid en gebitsproblemen
Tandvleesontstekingen of infecties in je mond kunnen een zoete of rare smaak veroorzaken. Een slechte mondhygiëne, gingivitis, parodontitis of onbehandelde gaatjes kunnen de balans van het speeksel veranderen.
De bacteriën die van nature in de mond aanwezig zijn, kunnen stoffen produceren die de smaakpapillen irriteren. Ook een droge mond kan deze sensatie versterken.
Bij diabetes heb je meer kans op mondklachten. Je kunt problemen met je tanden en tandvlees krijgen, zoals een tandvleesontsteking.
Reflux en spijsverteringsproblemen
Terugvloeiend maagzuur, reflux, kan ervoor zorgen dat je een rare smaak in je mond hebt. Vaak komt dit voor in combinatie met een brandend gevoel in de keel of een opgeblazen gevoel na het eten.
Acid reflux of gastric problems, omdat acidity alters the composition of saliva, kan een aanhoudende smaakverandering veroorzaken.
Medicijnen en supplementen
Sommige medicijnen spelen hier een rol, vooral antibiotica, antidepressiva en bepaalde bloeddrukpillen. Ook supplementen met zink of bepaalde vitamines kunnen je smaak tijdelijk veranderen.
Bepaalde medicijnen of behandelingen kunnen de natuurlijke balans van de mond en het speeksel veranderen. Controleer daarom samen met je zorgverlener of een verandering van medicatie een mogelijke oorzaak is.
Hormonale veranderingen
Hormonale veranderingen, zoals tijdens de zwangerschap, menstruatie of menopauze, kunnen de smaakwaarneming beïnvloeden.
Schommelingen in hormonen kunnen de werking van smaakpapillen en speekselklieren verstoren, wat leidt tot een aanhoudende zoete smaak.
Neurologische oorzaken
Een zoete smaak kan ook voortkomen uit een verkeerde prikkeling van zenuwbanen die de smaak waarnemen. Beschadiging of irritatie van de nervus glossopharyngeus, de tong-keelzenuw, of nervus vagus kan leiden tot een veranderde smaakervaring.
Zenuwschade, bijvoorbeeld door een eerdere infectie of zelfs een beginnende neurologische aandoening, kan ervoor zorgen dat je smaakzin veranderd is.
Bij aandoeningen zoals multiple sclerose of een hersentumor kunnen foutieve signalen de hersenen bereiken, die dit interpreteren als een zoete smaak.
Een neurologische oorzaak komt niet vaak voor. Soms gaat de veranderde smaak samen met tintelingen in het gezicht, evenwichtsproblemen, hoofdpijn of andere veranderingen in het zenuwstelsel.
Diabetes en de mondgezondheid
Als je aan suikerziekte, diabetes, denkt, denk je niet zo gauw aan de mondgezondheid. Toch heeft diabetes een flinke link met je tandvlees en gebit.
Bij diabetes zijn je bloedsuikers vaak hoger dan normaal. Dit kan gevolgen hebben voor je mond. Zo heb je meer kans op tandvleesontsteking.
Verder heb je bij diabetes vaak een slechtere doorbloeding. Daardoor loop je ook meer risico op ontstekingen die vaak minder goed genezen.
Gingivitis
Gingivitis is een tandvleesontsteking waarbij het tandvlees rood en gezwollen is. Ook kan het tandvlees wat slapper zijn en gemakkelijk bloeden tijdens het poetsen.
Gingivitis wordt vooral door de hoeveelheid tandplak op tanden en kiezen veroorzaakt. Gingivitis kan met de juiste mondhygiëne binnen 1 á 2 weken genezen.
Als de ontsteking beperkt blijft tot de rand van het tandvlees noemen we dit gingivitis. Gingivitis is gemakkelijk te genezen met dagelijks een goede mondhygiëne en regelmatig een professionele gebitsreiniging.
Parodontitis
Wanneer de ontsteking zich zo ver uitbreidt dat het kaakbot wordt aangetast, spreken we van parodontitis. Onze tanden en kiezen zijn verankerd in het kaakbot.
Door de ontsteking gaat kaakbot verloren. De tanden en kiezen komen dan los te staan en kunnen uiteindelijk uitvallen.
Kan gingivitis volledig genezen, de schade die parodontitis veroorzaakt is blijvend; verlies van botweefsel herstelt niet meer.
Parodontitis is een tandvleesontsteking waarbij kaakbot verdwijnt en waar je niks van hoeft te merken.
Waarom diabetes het tandvlees kan beïnvloeden
Bij hogere bloedsuikers zit er meer suiker in je speeksel. Hierdoor ontstaan meer bacteriën in je mond. Die bacteriën leiden tot extra tandplak, waardoor je tandvlees geïrriteerd en ontstoken raakt.
Mensen met diabetes zijn vatbaarder voor ontstekingen, ook in de mond. Zij genezen bij ontstekingen en wondjes ook nog eens moeilijker.
De meeste problemen in de mond worden veroorzaakt doordat mensen met diabetes vatbaarder zijn voor ontstekingen. Bovendien genezen ontstekingen en wondjes moeilijker.
Mensen met slecht ingestelde bloedglucosewaarden hebben vaker ernstige gingivitis en parodontitis dan mensen die geen diabetes hebben. Parodontitis komt twee tot drie keer vaker voor bij mensen met diabetes.
Andere mondproblemen bij diabetes
- Gaatjes en tandbederf.
- Een droge mond.
- Een vieze of veranderde smaak in de mond.
- Een slechte adem.
- Wortelpuntontsteking.
- Een schimmelinfectie in de mond.
- Mondbranden.
- Tanderosie.
Speeksel speelt een essentiële rol bij de afweer en bescherming van de mond. Het helpt bij het schoonmaken van de mond.
Als er minder speeksel is blijven er meer etensresten achter in de mond, waardoor meer cariës ontstaan, en kan het speeksel het gebit minder goed beschermen tegen inwerking van zuren.
Candida en diabetes
De gist Candida albicans zit vaak standaard een beetje in je mond. Maar hij kan soms uitgroeien tot een schimmelinfectie in je mond.
Dit kun je onder andere merken aan witte vlekken in je mond, maar ook aan roodheid of pijn. Bij een lage weerstand of hogere bloedsuikerwaarden kun je Candida krijgen.
Als de diabetes niet goed is ingesteld en de bloedglucose langdurig te hoog is, vind je ook meer glucose in het speeksel. Dit is ideaal voor de candida-gist.
Candida groeit sneller als er meer glucose in het speeksel aanwezig is. Door de hoge bloedglucose is ook de afweer van mensen met diabetes verminderd.
Droge mond, gaatjes en tanderosie
Mensen met diabetes hebben meer risico op cariës. Wanneer je continu dorst hebt en kiest voor suikerrijke dranken en sapjes is dat een verhoogd risico op gaatjes.
Daarnaast brengen wisselende bloedsuikers een verhoogd risico op cariës met zich mee, omdat je bij een hypo-gevoel geneigd bent om iets zoets te eten.
Elke keer als je iets eet of drinkt, zetten bacteriën in de tandplak de suikers en koolhydraten in het voedsel om in zuur. Zo ontstaat een zuurstoot die het glazuur kan aantasten, waardoor gaatjes ontstaan.
Tanderosie is geen directe complicatie van diabetes. Mensen met diabetes kunnen wel vaak last van droge mond hebben. De beschermende werking van het speeksel is dan minder.
Tanderosie ontstaat doordat de zuren uit wat we eten en drinken het glazuur aantasten. Dit geldt vooral voor frisdranken en vruchtensappen en fruit, in het bijzonder citrusvruchten.
De wisselwerking tussen diabetes en tandvleesproblemen
Het werkt ook andersom: door mondproblemen is het lastiger om je bloedsuiker in evenwicht te houden. Heb je bijvoorbeeld een ontsteking aan je tandvlees? Je lichaam wordt dan minder gevoelig voor het hormoon insuline.
Hierdoor stijgt je bloedsuiker. Zo houden de problemen elkaar in stand.
Mensen met diabetes én parodontitis hebben een vergroot risico op achteruitgang van de regulatie van diabetes. De suikerwaarden blijven dus schommelen door de parodontitis.
Het voorkómen en behandelen van tandvleesontsteking kan helpen bij het stabiliseren van de suikerwaardes in het bloed.
Bij een succesvolle behandeling tegen de parodontitis neemt de insuline behoefte af en dit levert bij mensen met diabetes een verbetering van de bloedglucosewaarden op.
Dit is de theorie. In de praktijk blijkt dit toch moeilijk te bewijzen.
Uit onderzoek blijkt dat het behandelen van tandvleesontsteking bij mensen met diabetes type 2 kan zorgen voor stabielere bloedsuikers. Mondklachten behandelen is dus ook belangrijk voor je bloedsuikerwaarden.
Zoete smaak door voeding, suiker en zoetstoffen
Het eten van suikerachtig of zoet voedsel kan een tijdelijke zoete nasmaak in de mond veroorzaken. Ook zoetstoffen kunnen een zoete smaak achterlaten.
Zoetstoffen geven een zoete smaak, maar er zitten vaak geen of weinig calorieën in. Ze laten je bloedsuiker niet of bijna niet stijgen, want er zitten geen of weinig koolhydraten in.
Er zijn twee soorten zoetstoffen: intensieve en extensieve zoetstoffen. Intensieve zoetstoffen zijn veel zoeter dan suiker. Extensieve zoetstoffen zijn net zo zoet als gewone suiker.
Intensieve zoetstoffen
Intensieve zoetstoffen zijn zoetstoffen die 35 tot wel 8000 x zo zoet zijn als suiker. Je hebt hier dus maar heel weinig van nodig.
- (Bijna) geen calorieën.
- Geen invloed op de bloedsuiker.
- Te vinden in zoetjes, vloeistof of poeder.
- Voorbeelden zijn aspartaam, cyclamaat en stevia.
Extensieve zoetstoffen
Extensieve zoetstoffen zijn net zo zoet als gewone suiker. Ze hebben de helft minder calorieën dan suiker.
- Ze bevatten wel calorieën, maar de helft minder dan suiker.
- Ze laten de bloedsuikerspiegel niet of nauwelijks stijgen.
- Voorbeelden zijn sorbitol, xylitol en maltitol.
- Zoetstoffen waarvan de naam eindigt op ‘-ol’ kunnen diarree veroorzaken.
Een product met zoetstoffen kan soms wel helpen om minder suiker en calorieën binnen te krijgen. Let er wel op dat een product met zoetstoffen niet altijd alleen zoetstoffen bevat. Soms zit er ook suiker in.
Probeer vooral te wennen aan minder zoete smaken en kies meestal voor water, thee of koffie zonder suiker.
Wat kun je zelf doen bij een zoete smaak?
Controleer je bloedsuiker
Als je diabetes hebt en een zoete smaak of fruitige adem opmerkt, controleer dan je bloedsuiker volgens de afspraken die je met je zorgverlener hebt gemaakt.
Bij een acetonlucht is het belangrijk om ook ketonen te controleren. Dit doe je met speciale strips of met een glucosemeter die automatisch ook de ketonen in je bloed meet.
Een hoge bloedglucosewaarde wordt een hyperglykemie, een ‘hyper’, genoemd, en een te lage bloedglucosewaarde een hypoglykemie, een ‘hypo’.
Drink voldoende water
Drink water regelmatig om de speekselproductie te ondersteunen en resten uit de mond te helpen verwijderen.
Een goed gehydrateerde mond en een evenwichtige voeding spelen een belangrijke rol bij het behouden van een normale smaak.
Verbeter je mondhygiëne
- Poets minimaal twee keer per dag je tanden, twee minuten per keer.
- Reinig ook de ruimte tussen je tanden.
- Maak je tong voorzichtig schoon om bacteriën te verwijderen.
- Gebruik eventueel een milde, alcoholvrije mondspoeling.
- Laat je gebit regelmatig controleren.
Het kauwen van suikervrije kauwgom kan de speekselvloed stimuleren. Soms wordt er een mondbevochtiger in de vorm van een gel of spray voorgeschreven.
Een frisse poetsbeurt of een goede mondspoeling kan tijdelijke smaakverstoringen oplossen. Maar als de zoete smaak telkens terugkomt, is er waarschijnlijk meer aan de hand.
Let op voeding en dranken
Probeer minder suikerhoudende, alcoholische en sterk cafeïnehoudende dranken te gebruiken. Kies vooral voor water, thee of koffie zonder suiker.
Een voedingspatroon rijk aan suikers en bewerkte voedingsmiddelen verhoogt de kans op insulineresistentie en diabetes, wat een zoete smaak tot gevolg kan hebben.
Kies daarom vooral voor gezonde producten, zoals groente, fruit, volkorenproducten en ongezoete dranken.
Ook light frisdrank is minder goed voor je gebit. De zuren in frisdrank kunnen namelijk je tandglazuur beschadigen.
Controleer medicatie
Sommige medicijnen en supplementen kunnen de smaak veranderen. Stop niet zelfstandig met voorgeschreven medicatie, maar bespreek een mogelijke bijwerking met je huisarts of apotheker.
Wanneer naar de huisarts?
Als het niet verdwijnt en je hebt geen idee waar het vandaan komt, dan is het slim om een arts te raadplegen.
Als deze smaak niet verdwijnt na vijf tot zeven dagen, is het verstandig om een zorgverlener te raadplegen. Bij de afspraak kunnen verschillende mogelijkheden worden onderzocht, zoals een onopgemerkte aandoening, een verstoorde mondflora of een verandering van de bloedsuikerspiegel.
Neem ook contact op met je huisarts wanneer de zoete smaak samengaat met veel dorst, vaak plassen, ongewone vermoeidheid, gewichtsverlies, wazig zien, hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid of concentratieproblemen.
Deze signalen kunnen wijzen op een stofwisselingsprobleem, een infectie of soms een neurologische aandoening.
Wanneer direct medische hulp inschakelen?
Een acetonachtige adem bij diabetes vraagt om snelle actie, vooral wanneer je bloedsuiker hoog is of wanneer je moet overgeven.
Heb je ketoacidose, of denk je dat je dit hebt? Neem dan direct contact op met je zorgverlener.
Wacht niet af bij een combinatie van een fruitige adem, hoge bloedsuiker, misselijkheid, overgeven, ernstige dorst, veel plassen, buikklachten, diepe vermoeidheid of sufheid.
Wanneer is een tandarts of mondhygiënist nodig?
Heb je mondklachten? Bespreek dit dan met je tandarts of mondhygiënist.
Let vooral op bloedend tandvlees tijdens het poetsen of het reinigen tussen de tanden en kiezen, terugtrekkend tandvlees, roodheid, zwelling, een slechte adem, gevoelige tanden, gaatjes, witte vlekken in de mond of pijn.
Parodontitis veroorzaakt over het algemeen geen pijn. Daardoor kan de ontsteking onopgemerkt blijven.
Wees er dus snel bij als je tandvlees wel eens bloedt. Een tijdige beoordeling kan helpen om tandvleesontsteking, parodontitis, gaatjes of een schimmelinfectie te behandelen.
Onderzoek en behandeling
De huisarts kan onderzoeken of je diabetes hebt, zodat je op tijd de juiste behandeling kunt krijgen. Door middel van een bloedonderzoek kan de huisarts vaststellen of je diabetes hebt of dat er andere oorzaken zijn voor je klachten.
Een bloedtest kan een ontregeling van de bloedsuikerspiegel bevestigen of uitsluiten. De arts kan daarnaast vragen naar voeding, medicatie, dorst, plassen, gewichtsverandering, infecties, reflux en mondklachten.
De behandeling hangt af van de oorzaak. Bij diabetes bestaat de behandeling uit het verbeteren van de bloedglucoseregulatie, waarbij soms insuline of andere medicijnen nodig zijn.
De behandeling van diabetes type 1 start direct met insuline. De behandeling van diabetes type 2 gaat volgens een stappenplan.
Bij voorkeur wordt gestart met adviezen voor een dieet en lichaamsbeweging. Met het eten volgens specifieke richtlijnen is er veel winst te behalen en zijn medicijnen niet nodig.
Is het effect onvoldoende of is er een acuut probleem, dan wordt vaak begonnen met medicijnen gericht op het verlagen van de bloedglucose.
Bij een infectie kan behandeling van de infectie nodig zijn. Bij een gebitsprobleem is onderzoek en behandeling door een tandarts of mondhygiënist belangrijk.
Vooruitzichten
Een tijdelijke smaakverandering kan binnen enkele uren of dagen verdwijnen. Dit gebeurt bijvoorbeeld na een infectie, een verandering in voeding, uitdroging of een medicijnbehandeling.
Bij diabetes of bloedsuikerproblemen kan de smaak verbeteren wanneer de bloedglucose beter wordt gereguleerd.
Bij infecties keert de smaak meestal terug wanneer de infectie geneest. Neurologische oorzaken vragen soms om aanvullend onderzoek en behandeling.
De smaak zelf is niet gevaarlijk. Het kan echter een teken zijn van iets anders: een infectie, een tekort of een stofwisselingsstoornis.

Zoete smaak in de mond voorkomen
Een goede mondhygiëne is de sleutel tot het voorkomen van smaakverstoringen in de mond.
- Poets je tanden twee keer per dag met fluoride tandpasta.
- Reinig dagelijks tussen de tanden met floss, ragers of een tandenstoker.
- Maak je tong schoon om bacteriën te verwijderen die smaken kunnen veranderen.
- Drink voldoende water gedurende de dag.
- Beperk suikerhoudende, alcoholische en sterk cafeïnehoudende dranken.
- Kies zo vaak mogelijk voor verse en weinig bewerkte producten.
- Houd je bloedsuiker zo goed mogelijk in evenwicht.
- Laat je gebit regelmatig controleren.
- Bespreek een droge mond, terugkerende infecties of bloedend tandvlees met een zorgverlener.
- Rook je? Probeer dan te stoppen, want door roken heb je eerder en meer last van ontstekingen.
Een gezonde mond is voor iedereen belangrijk, maar extra belangrijk als je diabetes hebt. Goed voor je mond zorgen, kan veel problemen voorkomen.