Bereid: betekenis, gebruik, spreekwoorden en spelling

Bereid betekent: beschikbaar om iets zonder bezwaar te doen. Het woord kan ook verwijzen naar iets dat klaar, klaargemaakt, afgewerkt of gereed is.

Voorbeelden zijn: `bereid om`, `je bereid verklaren tot het afleggen van een verklaring`, `iemand bereid vinden om tijdelijk voor de kat te zorgen` en `bereid zijn om te vertrekken`. Een synoniem is genegen.

Betekenis van bereid

Bereid kan betekenen: gereed; geen bezwaren hebbende om iets te doen. Het woord kan ook betekenen: akkoord gaand of instemmend, bijvoorbeeld in de zin: “bereid tot actie”.

In “het wel willen doen” betekent bereid dat iemand iets wil doen. De uitdrukking “ik ben bereid voorzitter te worden” betekent dat iemand instemt met het voorzitterschap en dat zonder bezwaar wil aanvaarden.

Uitspraak en woordsoort

De uitspraak van bereid is [bəˈrɛit]. Het afbreekpatroon is be·reid.

Bereid is een bijvoeglijk naamwoord. Het woord kan in een zin aangeven dat iemand genegen, willig, gewillig, welwillend gestemd of geneigd is om iets te doen.

Synoniemen en verwante betekenissen

Andere woorden voor bereid zijn af en genegen. Mogelijke synoniemen en verwante betekenissen zijn: paraat, gaarne willende doen, niet afkerig, willig, klaar, willende doen, handzaam, klaargemaakt, afgewerkt, gereed, genegen zijn, kant en klaar, genegenheid, geneigd, gezind, gewillig, welwillend gestemd, vaardig, genegen en gereed tot hande.

Woord of betekenisToelichting
bereidbeschikbaar om iets zonder bezwaar te doen
genegengaarne willende doen
gereedklaar of voorbereid
paraatklaar om te handelen
willigbereid om iets te doen
welwillend gestemdpositief en bereid om mee te werken

Bereid, bereidt en bereid als werkwoordsvorm

Allebei goed - maar niet door elkaar. “bereid” en “bereidt” zijn verschillende vormen van “bereiden”. “bereidt” is de tegenwoordige tijd: stam “bereid” + t. “bereid” is het voltooid deelwoord, dat je gebruikt na hebben of zijn.

In de tegenwoordige tijd schrijf je bijvoorbeeld: “Hij bereidt vandaag.” Als voltooid deelwoord schrijf je: “Hij heeft het gisteren bereid.”

VormGebruikVoorbeeld
bereidstam bij ikik bereid
bereidttegenwoordig tijd bij hij, zij, het of uhij bereidt vandaag
bereidvoltooid deelwoord na hebben of zijnhij heeft het gisteren bereid

Wanneer schrijf je bereidt?

Je schrijft “bereidt” als het de persoonsvorm is in de tegenwoordige tijd, bij hij, zij, het of u. De stam is “bereid” en daar komt een -t achter.

De vorm “bereidt” hoort dus bij een onderwerp als hij, zij, het of u wanneer iemand iets klaarmaakt of voorbereidt. “Hij bereidt vandaag” is een voorbeeld van de tegenwoordige tijd.

Wanneer schrijf je bereid?

Je schrijft “bereid” als voltooid deelwoord, na hebben: Hij heeft het gisteren bereid. Na hebben hoort het voltooid deelwoord, dus “bereid”. “bereidt” kan daar niet staan, want dat is een persoonsvorm.

De stam “bereid” eindigt niet op een letter uit ’t kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus het voltooid deelwoord krijgt een -d.

De regel van ’t kofschip

Zo reken je het uit: ’t kofschip op “bereid”. Vier stappen, en je hoeft niets uit je hoofd te leren behalve de zes letters.

  1. Neem de stam: bereid. Haal -en van het hele werkwoord “bereiden” af. Wat overblijft is de stam: “bereid”.
  2. Kijk naar de laatste letter: d. De stam “bereid” eindigt op “d”. Alleen die letter telt - de rest van het woord doet niet mee.
  3. “d” staat niet in ’t kofschip. ’t kofschip bevat t, k, f, s, ch en p. “d” staat niet in ’t kofschip, dus je schrijft een -d.
  4. Voltooid deelwoord: bereid. Dat geeft “bereid”.

Waarom bereid en bereidt vaak worden verward

“bereid” en “bereidt” klinken in het Nederlands precies hetzelfde: aan het eind van een woord spreek je een -d uit als een -t. Je kunt het verschil dus niet horen, alleen uitrekenen.

Daarom helpt het niet om het hardop te zeggen - en daarom werkt ’t kofschip wel. De fout ontstaat bijna nooit in de regel zelf, maar in de vraag welke van de twee je nodig hebt.

Vraag je eerst af welke rol het woord in de zin heeft. Is het de persoonsvorm, dan geldt de regel van de tegenwoordige tijd: stam bij ik, stam plus -t bij hij, zij, het en u. Is het een voltooid deelwoord, dan telt alleen ’t kofschip.

Bereidde of bereidte?

En in de verleden tijd: bereidde of bereidte? Dezelfde letter beslist het. De stam “bereid” eindigt niet op een 't kofschip-letter, dus de verleden tijd krijgt -de: bereidde in het enkelvoud en bereiddenin het meervoud.

“bereidte” bestaat niet. Wie ’t kofschip voor het voltooid deelwoord kent, gokt hier vaak alsnog. Het is dezelfde regel, één keer geleerd en twee keer bruikbaar.

Bereid in spreekwoorden en uitdrukkingen

Er zijn 2 spreekwoorden en uitdrukkingen die “bereid” bevatten: “een tafeltje welbereid” en “voor geen geld of goede woorden (tot iets bereid zijn)”.

Een tafeltje welbereid

“Een tafeltje welbereid” betekent: een plek met veel en goed eten.

Voor geen geld of goede woorden tot iets bereid zijn

“Voor geen geld of goede woorden (tot iets bereid zijn)” betekent: niet bereid zijn tot iets, wat iemand ook ervoor biedt, en welke argumenten iemand ook naar voren brengt.

Een verwante uitdrukking is “voor geen geld ter wereld”. Dat betekent: niet bereid zijn tot iets, hoeveel er ook voor geboden wordt.

Spreekwoorden over voorbereiding en bereidheid

De betekenis van bereidheid komt ook terug in uitdrukkingen over klaarstaan, zich aanpassen, luisteren, weerstand bieden en zich voorbereiden.

Maak je borst maar nat

“Maak je borst maar nat” betekent: bereid je voor op een zware klus of op veel tegenstand.

Op een kratje zitten als dat nodig is

“Op een kratje zitten als dat nodig is” betekent: bereid zijn om je aan te passen aan minder luxe.

Beslagen ten ijs komen

“Beslagen ten ijs komen” betekent: goed voorbereid zijn.

Met beslagen paarden op het ijs komen

“Met beslagen paarden op het ijs komen” betekent: goed voorbereid zijn voor zijn taak.

Een gewaarschuwd mens telt voor twee

“Een gewaarschuwd mens telt voor twee” betekent: iemand die vooraf weet wat er fout kan gaan moet zich er maar op voorbereiden.

Iets in het getouw zetten

“Iets in het getouw zetten” betekent: iets voorbereiden.

Geen profeet is in zijn eigen land geëerd

“Geen profeet is in zijn (eigen) land geëerd” betekent: in tegenstelling tot vreemden, zijn mensen uit je woonplaats minder bereid te luisteren.

Te woord staan

“Te woord staan” betekent: luisteren naar en bereid zijn te spreken met.

Onbeslagen ten ijs komen

“Onbeslagen ten ijs komen” betekent: niet voorbereid zijn.

Ex tempore

“Ex tempore” betekent: onvoorbereid.

Met passen en met meten wordt de meeste tijd versleten

“Met passen en met meten wordt de meeste tijd versleten” betekent: voorbereidingen zijn dikwijls het meest tijdrovende onderdeel van een taak.

De degen of het harnas aangespen

“De degen/harnas aangespen” betekent: zich op de strijd voorbereiden.

De hakken in het zand zetten

“De hakken in het zand zetten” betekent: zich opstellen als felle tegenstander van een voorstel of ontwikkeling, zonder de bereidheid te zoeken naar positieve aspecten of naar compromissen.

Voor de vuist weg spreken

“Voor de vuist weg (spreken)” betekent: zonder voorbereiding iets moeten vertellen.

Dialectgezegden met bereidheid en voorbereiding

Naast de algemene Nederlandse uitdrukkingen zijn er dialectgezegden waarin bereidheid, hulpvaardigheid, openheid en voorbereiding centraal staan.

DialectgezegdeBetekenisDialect of plaats
't éé plezier is 't ander wjeirdaltijd bereid zijn tot een wederdienstSint-Niklaas
Ge goa oe tiejene meuge oatkasjeHoud u maar klaar; bereid je maar goed voorSchunnebroecks
mètten vaus konste geen hand gaevebereid zijn tot openheidMunsterbilzen - Minsters
Smoet je kiet'n moar inZet je schrap, bereid je voor op hard werkWest-Vlaams
smoet joen kiet'n moar inbereid je maar voor op lastig werkWevelgems
zullie zijn daor altijd aard vor oew in de weerzij zijn altijd bereid je te helpenOudenbosch

Woorden die met bereid beginnen of eindigen

Deze woorden beginnen met bereid: bereiden, bereider, bereidheid, bereiding, bereidingstijd, bereidingswijze, bereids, bereidvaardig, bereidvaardigheid, bereidwillig en bereidwilligheid.

Deze woorden eindigen op bereid: welbereid, wees bereid en onvoorbereid.

Herkomst

De herkomst volgens etymologiebank.nl is bereid (gereed). De verwante woorden genegen en gereed hebben volgens het Middelnederlandsch Woordenboek de volgende jaren van herkomst: genegen - Jaar van herkomst: 1400 (MNW); gereed - Jaar van herkomst: 1301-1325 (MNW).

Bereid in taalvragen en examens

Komt dit terug in het inburgeringsexamen? Ja, bij Schrijven. Je schrijft daar korte berichten en vult formulieren in, en werkwoordspelling is een van de dingen waar de beoordelaar naar kijkt.

Met hebben in de buurt gaat het vaak om een voltooid deelwoord - dat is het moment om even te controleren welke vorm je nodig hebt. De schrijftoets van het inburgeringsexamen rekent d/t-fouten mee.

Veelgestelde vraag

Wat betekent bereid?

“beschikbaar om iets zonder bezwaar te doen”.

Hoe spel je bereid?

bereid spel je B E R E I D.

Wat is een ander woord voor bereid?

Andere woorden voor bereid zijn af en genegen.

Hoe onthoud je het verschil tussen bereid en bereidt?

Vraag je eerst af welke rol het woord in de zin heeft. Is het de persoonsvorm, dan schrijf je bij hij, zij, het en u “bereidt”. Is het een voltooid deelwoord na hebben of zijn, dan schrijf je “bereid”.

noimgs

tags: #bereid #hem #maar #voor