Donkere kring en litteken op een aardappel: oorzaken, herkenning en eetbaarheid

Een donkere kring of een litteken op een aardappel kan verschillende oorzaken hebben. Het kan gaan om schurft, stootblauw, een fysiologische bruine verkleuring, ringrot, bruinrot of aantasting door aardappelziekte. De aard van de plek, de stevigheid van de knol, de geur en de aanwezigheid van vocht of slijm bepalen of de aardappel nog bruikbaar is.

Een beperkte, droge verkleuring zonder onaangename geur of zachte plekken is meestal niet gevaarlijk: snijd de aangetaste delen ruim weg en controleer de rest van de knol. Gooi de aardappel weg als de verkleuring uitgebreid is, de knol zacht of slijmerig aanvoelt, schimmel bevat of onaangenaam ruikt.

Wat kan een donkere kring of een litteken veroorzaken?

Donkere vlekken in aardappelen kunnen verschillende vormen aannemen: op de schil, in het vruchtvlees, of naar aanleiding van koken. De oorzaak bepaalt of de aardappel nog veilig is om te eten en hoe je ze het beste kunt behandelen.

  • Schurft: een bruine, ruwe en harde verkurking van de schil, soms oppervlakkig en soms diep.
  • Stootblauw: een blauw-, paars- of donkergekleurde plek door mechanische beschadiging.
  • Inwendige fysiologische verkleuring: bruine of donkere plekken door problemen met calciumvoorziening, wateropname, groei of opslag.
  • Enzymatische verkleuring: zwartbruine verkleuring die ontstaat nadat het vruchtvlees is gesneden en met zuurstof in aanraking komt.
  • Aardappelziekte of Phytophthora: zwarte, waterachtige plekken aan de buitenkant en roestbruine, iets ingezonken plekken die door de schil lijken te gaan.
  • Ringrot of bruinrot: bacteriële ziekten waarbij de binnenkant van de knol verkleurt en kan gaan rotten.

Schurft: een bruin en ruw litteken op de schil

Tijdens de oogst van de aardappelen worden dikwijls enkele knollen met een bruine, ruwe maar nog harde schil, of slechter nog een zwarte, ietwat weke aardappelhuid gevonden. In het eerste geval gaat het om schurft, in het tweede geval om aardappelplaag die de knol aangetast heeft.

Aardappelen met schurft zijn nog bewaarbaar. Eigenlijk is het alleen maar een schoonheidsfoutje, die mits wat handigheid bij het schillen makkelijk kan verwijderd worden. De smaak wordt niet beïnvloed, ook voor de bewaarbaarheid stellen zich geen problemen.

Het is een verkurking van de aardappelhuid, als gevolg van aantasting door een grondschimmel. Deze verkurking kan oppervlakkig zijn of diep (pokken). Niet de smaak, wel de handelskwaliteit wordt hierdoor negatief beïnvloed. In schurftplekkenkan gemakkelijk vuil ingesloten raken.

Oorzaken van schurft

Bij de liefhebber wil het nog al eens voorkomen dat er kalk gestrooid wordt over de hele tuin, ook op de plaats waar de aardappelen geteeld zullen worden. Dit is zowat de hoofdoorzaak van schurft bij aardappelen.

Verder zijn droogte en (als oorzaak van deze droogte) lichte grond ook bevorderlijk voor een aantasting door schurft. Schurft bij aardappelen komt vrij algemeen voor, maar meestal niet in heel erge mate.

Een aardappel met een droge, harde, ruwe plek op de schil kan dus meestal nog worden gebruikt. Schil de plek weg en controleer of het vruchtvlees eronder stevig en normaal van geur is.

Stootblauw: een donkere plek door stoten of vallen

Mechanische schade, zoals stoten of valpartijen, leidt vaak tot stootblauw of donkere strepen onder de schil en in het vlees.

Stootblauw aardappelen eten: mechanische beschadiging veroorzaakt blauw- of paarsachtige verkleuring in de aangetaste zones; meestal niet giftig maar het gebied moet worden verwijderd.

Stootblauw vormt een ernstig probleem voor de aardappelindustrie, omdat het de belangrijkste oorzaak van klachten van consumenten zijn en daarmee tot omzetverliezen in de branche kunnen leiden.

Bij stootblauw moet je de beschadigde zones verwijderen; aardappelen eten met stootblauw is meestal niet gevaarlijk, maar het is niet wenselijk om grote delen te consumeren.

Hoe ontstaat stootblauw?

Stootblauw ontstaat meestal tijdens het rooien, vervoeren, sorteren of opslaan. De verkleuring kan aanvankelijk nauwelijks zichtbaar zijn en later duidelijker worden in het vruchtvlees.

Een uitgebalanceerde bemesting van het gewas vóór de oogst kan het risico op stootblauw beperken. Zowel kalium als calcium en borium verminderen het optreden van stootblauw op de knollen.

Het kaliumgehalte heeft invloed op de vorming van stootblauw. Een hogere kaliumconcentratie kan de omvang van de aantasting door stootblauw verminderen.

Een hoog calciumconcentratie in de knol kan ook het risico op stootblauw bij de oogst en het transport daarna verkleinen. De verschillende rassen verschillen van elkaar wat de opname van calcium betreft.

Stootblauw voorkomen

  • Selectie van een geschikt ras voor het bereiken van het gewenste drogestofgehalte
  • Oogst onder optimale omstandigheden ter voorkoming van fysieke beschadigingen
  • Zorgvuldig oogsten en sorteren ter vermindering van fysieke beschadigingen en stootblauw
  • Irrigatieplan voor maximalisering van de kwaliteit
  • Bewaking van temperatuur en luchtvochtigheid tijdens de opslag

Bruine kringen en inwendige bruine vlekken

Bruine kringen in aardappelen: ringvormige verkleuring die kan ontstaan door vocht- en droogtepieken tijdens opslag of door snelle groei; het beïnvloedt soms smaak maar is doorgaans veilig als er geen andere tekenen van bederf zijn.

Een gebrek aan calcium of onregelmatige wateropname kan leiden tot bruiningsplekken of ringachtige kringen in het vruchtvlees.

Roest, stootblauw en inwendige verkleuringen zijn de grootste problemen op het gebied van de kwaliteit van de aardappel. Met de juiste voedingsstoffen kunnen veel van deze problemen worden verminderd.

Roestvlekken en calciumgebrek

De door het tabaksmozaïekvirus veroorzaakte roest (roestvlekken) is een inwendig fysiologisch defect, waarbij door het afsterven van cellen, kleine bruine vlekken in de knol worden gevormd.

Alle plaatsen binnen de vaatbundels in het vruchtvlees kunnen worden aangetast door bruine vlekken (warmtenecrose). Roest (roestvlekken) is doorgaans het gevolg van een onvoldoende of gebrekkige calciumvoorziening voor nieuw gevormde of groeiende cellen.

Calcium wordt ingebouwd in de celwanden en kan vervolgens niet opnieuw worden verdeeld. Daarom is een constante toevoer van calcium onmisbaar voor de vorming van nieuwe cellen.

Bij de groei van een plantencel kan geen calcium meer worden opgenomen. Een gebrek aan calcium leidt tot het ineenstorten en uiteindelijk afsterven van cellen, wat zichtbaar wordt in de vorm van bruine vlekken.

Inwendige gebreken als roestvlekken of bruine vlekken kunnen door een aanhoudende bemesting met voldoende calcium in de vorm van calciumnitraat tijdens het aanaarden resp. gedurende de kieming van de knollen worden beperkt.

De ervaring leert dat een gehalte van 0,15% calcium in de schil het schiloppervlak verbetert, de weerstand tegen ziekten verhoogt en de vatbaarheid voor roestvlekken tot een minimum beperkt.

Een analyse van de schil is een goede methode om vast te stellen of een ziekte of een schilprobleem is toe te schrijven aan een calciumgebrek. Kleine hoeveelheden calcium in de knollen kunnen al een groot effect hebben.

De rol van borium, kalium en magnesium

Naast kalium, calcium en magnesium is ook borium een belangrijk element voor de celwanden. Het fungeert hier als bindmiddel tussen pectinen en zorgt zo voor een goede bindkracht in het celweefsel.

Hierdoor heeft borium een gunstige uitwerking op de kwaliteitskenmerken voor de opslag van aardappelen. Borium beïnvloedt ook de calciumopname, dus toevoer is belangrijk om voor een uitgebalanceerde bemesting te zorgen.

Inwendige zwart- of bruinkleuring en andere verkleuringen van aardappelen zijn verantwoordelijk voor aanzienlijke verliezen na de oogst. Deze verkleuringen worden veroorzaakt door oxidatie van fenolische stoffen (vooral tyrosine en melanine).

Zowel kalium als magnesium en borium hebben een effect op verkleuringen en zwartkleuring van aardappelen.

Kalium heeft een effect op het enzymatisch verkleuren en het verkleuren na de verwerking. Kalium beïnvloedt de concentratie van organische anionen zoals citroenzuur of ascorbinezuur (d.w.z. vitamine C in de knol).

Deze beide moleculen hebben een antioxiderend effect, waardoor het optreden van enzymatische en niet-enzymatische verkleuringen wordt verminderd door het vertragen van de oxidatieprocessen.

Een laag magnesiumgehalte kan de gevoeligheid voor enzymatische verkleuringen verhogen. Borium vermindert de oxidatie van fenolen, die verantwoordelijk zijn voor de enzymatische verkleuringen.

Daarom vermindert een goede bemesting met borium het optreden van enzymatische verkleuringen bij aardappelen.

Aardappelziekte of Phytophthora

Phytophthora of aardappelziekte wordt veroorzaakt door de waterschimmel Phytophthora infestans. De aardappelziekte Phytophthora is één van de grootste bedreigingen van hobby moestuinierders die aardappels op de moestuin willen kweken.

Ontstaan en verspreiding

Phytophthora overwintert in de knol van de aardappel of als oöspore in de grond. Bij nat en vochtig weer verspreidt de schimmel.

De schimmel produceert grote hoeveelheden sporen die de aardappelknol aantasten. Phytopthora tast zowel het blad, de stengel als de knol aan.

Phytophthora herkennen

Als het blad van de plant is aangetast, dan zijn er donkere vlekken op het blad te zien. Aan de onderkant van het blad op de grens van ziek en gezond, ontstaat wit schimmelpluis.

Aantasting aan de stengel is te herkennen door langwerpige bruine vlekken op de stengel, die vaak in de oksel beginnen.

Aantasting van de aardappelknol is te herkennen aan roestbruine, iets ingezonken plekken die door de schil lijkt te gaan.

Aardappelplaag in de knol

Als bladeren en stengels aangetast zijn door aardappelplaag zullen de knollen dikwijls ook aangetast worden. Als er gekeken wordt naar de mate van tolerantie tegen aardappelplaag wordt er ook dikwijls een onderscheid gemaakt tussen plaagtolerantie voor bovengrondse delen en voor de aardappelen zelf.

De knollen vertonen langs de buitenkant zwarte vlekken die zwart en waterachtig zijN. Knollen aangetast door aardappelplaag worden best zorgvuldig uitgesorteerd om te vermijden dat ze tijdens de bewaring verder onheil aanrichten.

Wat doen bij aantasting door Phytophthora?

Heeft u aantasting gezien? Rooi dan gelijk de aardappelen. Verwijder de zieke planten en vernietig ze, niet op de composthoop dus.

Controleer ook na de oogst van aardappelen, zeker nog een week of 3 tot 4, elke week even de oogst. Soms is phytophthora nog niet in de knol te zien bij de oogst, maar zit het er al wel in en ontwikkelt dat zich pas verder op de bewaarplaats.

Ringrot en bruinrot

Ringrot en bruinrot zijn twee ernstige bedreigingen voor aardappelgewassen. Deze bacteriën kunnen zich verspreiden via besmet pootgoed, bodemdeeltjes, water en zelfs door de lucht.

Als de ziekten eenmaal voor komen in een gewas, kunnen ze zich snel verspreiden en enorme schade aanrichten: niet alleen voor de huidige oogst, maar het kan ook jarenlang in de bodem overleven, waardoor toekomstige gewassen worden bedreigd.

Ringrot herkennen

De symptomen van ringrot zijn vaak pas zichtbaar bij het kiemen van de aardappelknollen. De eerste tekenen zijn verkleuringen en rot in het binnenste gedeelte van de aardappel, waardoor een ringvormige structuur ontstaat, vandaar de naam “ringrot”.

Na verloop van tijd kan de ziekte zich verspreiden naar de hele knol.

Bruinrot herkennen

De symptomen van bruinrot zijn vergelijkbaar met die van ringrot, maar er zijn enkele verschillen. Bruinrot veroorzaakt bruinverkleuring en rot van de binnenkant van de aardappelknol.

Hierdoor wordt de aardappel zacht en slijmerig. Ook kunnen er bruine vlekken verschijnen op het oppervlak van de knol.

Maatregelen bij pootgoed en transport

Tijdens het vervoeren van pootgoed zijn er een aantal strenge regels waar je je aan moet houden. Aardappels kunnen namelijk ringrot en/of bruinrot krijgen.

Dit zijn beide bacteriële ziekten die aardappelgewassen kunnen aantasten en grote schade kunnen veroorzaken aan de oogst. Om te voorkomen dat een trailer van pootgoed andere gewassen zou kunnen besmetten, worden er een aantal maatregelen genomen.

  • Gecertificeerd pootgoed: Gebruik alleen pootgoed dat is gecertificeerd door erkende instanties zoals de NAO. Dit vermindert het risico op besmetting aanzienlijk.
  • Inspectie: Voer regelmatige inspecties uit van het pootgoed tijdens het laden en lossen om te controleren op tekenen van ziekten zoals verkleuringen, rot of andere afwijkingen.
  • Scheiding van gewassen: Houd pootgoed gescheiden van andere gewassen tijdens het transport om kruisbesmetting te voorkomen.
  • Hygiëne: Zorg ervoor dat de trailers, vrachtwagens en andere transportmiddelen grondig worden gereinigd en gedesinfecteerd voordat ze worden geladen met pootgoed.

De rol van de NAO

Hierin speelt de NAO een grote rol, oftewel De Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen.

De NAO voert strenge controles uit om ervoor te zorgen dat alleen gezond en gecertificeerd pootgoed wordt verspreid en gebruikt. Deze controles omvatten onder meer laboratoriumtests en visuele inspecties om te detecteren of er geen sporen van ringrot, bruinrot of andere ziekten aanwezig zijn.

Zwarte vlekken in aardappelen beoordelen

Zwarte vlekken op de schil: cosmetische verkleuring die vaak geen afbraak van het vlees inhoudt, maar wel de uitstraling beïnvloedt. Ze ontstaan door beschadiging tijdens oogsten, transport of opslaan.

Zwarte vlekken in het vruchtvlees na het snijden of koken: vaak het gevolg van enzymatische bruiningsreactie of lokale beschadiging; snijd de aangetaste delen weg als ze niet ruiken, zacht zijn of afgebakken.

Aardappelen zwart van binnen: interne zwarte plekken die kunnen wijzen op schade of koude- of opslagproblemen; vaak kun je de aangetaste kern wegsnijden en de rest gebruiken als het intact en geurt niet onplezierig.

Wanneer aardappelen worden gesneden en lang in zuurstof zitten, kan enzymatische browning optreden, waardoor er zwartbruine plekken ontstaan.

Ook infecties door schimmels of bacteriën kunnen voor donkere vlekken zorgen, vooral als er rottingsgeur of slijmachtige textuur bij komt kijken.

Wanneer zijn zwarte vlekken nog eetbaar?

Over het algemeen zijn zwarte vlekken in aardappelen eetbaar als de verkleuring beperkt is, de aardappel fris ruikt en de schil intact is.

Snijd alle aangrenzende delen weg en bewaar de rest onder de juiste omstandigheden. Als het gebied groot is, de textuur afwijkend ruikt of er een onaangename geur ontstaat, gooi de aardappel dan weg.

Ja, meestal wel, mits de vlekken niet doorhevig zijn en er geen bederfige geuren aanwezig zijn; snij de aangrenzende delen weg en gebruik de rest binnen redelijke termijn.

Wanneer moet je de aardappel weggooien?

Gooi aardappelen weg als er een onaangename geur, slijmerige textuur, schimmels of uitgebreide verkleuring is; anders kun je beschadigde delen wegsnijden en de rest gebruiken.

Zwarte plekken na koken kunnen optreden door het opzwellen van interne beschadigingen; gebruik dan uitsluitend de delen zonder verkleuring.

Wat te doen als aardappelen zwart na koken? Zwarte plekken na koken ontstaan vaak door interne beschadigingen; als het gebied klein is kun je het verwijderen; is de verkleuring wijdverspreid, gooi de aardappel weg.

Opslag en behandeling om donkere kringen te voorkomen

Bewaar aardappelen op een koele, donkere en goed geventileerde plek; vermijd vochtige omgevingen die schimmelgroei bevorderen.

Houd opslagtemperatuur en vermijd te koude opslag die chill injury kan veroorzaken; laat de aardappels dat gerust op kamertemperatuur komen als je ze uit de koelbox haalt.

Een lage opslagtemperatuur en plotselinge temperatuurschommelingen veroorzaken soms chill injury, waarbij delen van de aardappel zwart of bruin verkleuren.

Schep ze voorzichtig uit en verzamel beschadigde stukken; controleer tijdens het schillen en bewaren regelmatig op vlekken.

Vermijd het combineren van aardappelen met uien en fruit die ethyleen produceren indien je wilt voorkomen dat rijping versnelt.

Oogsten, sorteren en bewaren

  • Selectie van het juiste ras voor het bereiken van de productiedoelstellingen
  • Zorgvuldig oogsten en sorteren ter vermindering van fysieke beschadigingen en drukplekken
  • Beschikbaarheid van opslagvoorzieningen
  • Oogst onder optimale omstandigheden ter voorkoming van fysieke beschadigingen en aantasting door ziekten
  • Bewaking van temperatuur en luchtvochtigheid tijdens de opslag

Gebruik aardappelen met beperkte of geen vlekken in stoofschotels, puree of gebakken aardappelen. Verwijder altijd de verdachte zones voordat je kookt.

Als je kiest voor frieten, chips of puree, zorg voor gelijkmatige snijmaat zodat verdeling van water en vetten optimaal blijft.

Een alternatief is om te kiezen voor variëteiten met stevige schil en een dichte structuur om kringerigheid en bruine kringen te beperken.

Preventie in de moestuin

Er kunnen verschillende methoden worden ingezet om de aardappelen tegen phytophthora te beschermen. Er zijn diverse chemische middelen op de markt voor diegene die daarvoor kiezen.

Toch zijn er ook mensen die liever kiezen voor een minder agressieve oplossing. Het is dan belangrijk om te kiezen voor een ras dat minder gevoelig voor phytophthora is.

Zo heeft bijvoorbeeld een vroeg ras vaak minder snel last van de gevreesde ziekte. Minder gevoelig, betekent niet dat het niet uitgesloten is.

Belangrijk is dat ze niet te nat staan en voldoende zon krijgen. Zorg voor een goede luchtigheid van de grond, zodat een teveel aan water niet kan blijven staan.

Houd in ieder geval een goede vruchtwisseling aan. Zorg dat je geen aardappelen teelt op een plaats waar ze in de afgelopen 4 jaar eerder stonden of waar tomatenplanten hebben gestaan.

Vermijden van percelen met een hoge ziektedruk, een slechte waterdoorlaatbaarheid of een laag watervasthoudend vermogen

Irrigatie voor het voorkomen of beperken van ziekten als aardappelschurft

Praktisch stappenplan bij een donkere kring of een litteken

  1. Was de aardappel niet langdurig in water en bekijk eerst de schil, de plek en de vorm van de verkleuring.
  2. Controleer of de aardappel stevig is en fris ruikt.
  3. Snijd de donkere kring, het litteken en alle aangrenzende aangetaste delen ruim weg.
  4. Bekijk het vruchtvlees onder de plek opnieuw op verkleuring, vocht, slijm of rot.
  5. Gebruik de aardappel alleen als de rest intact is en geen onaangename geur heeft.
  6. Gooi de hele aardappel weg bij uitgebreide verkleuring, schimmel, slijmerigheid, zachtheid of een rottingsgeur.
  7. Sorteer aangetaste knollen tijdens en na de oogst zorgvuldig uit om verdere problemen tijdens de bewaring te voorkomen.

Met de juiste aanpak kun je aardappelen langer bewaren en blijven genieten van heerlijke gerechten zonder onnodige verspilling. Houd altijd rekening met de herkomst, opslag en bereiding, zodat je veilig en met vertrouwen kunt koken.

noimgs

tags: #donkere #kring #litteken #aardappel