Een koekje van Drees is een eenvoudig biscuitje dat verwijst naar een bekend verhaal over oud-minister-president Willem Drees en de Amerikaanse Marshallhulp na de Tweede Wereldoorlog. Volgens dat verhaal kregen Amerikaanse bezoekers bij Drees thuis thee met een Mariakaakje, waarna zij onder de indruk raakten van zijn soberheid en besloten dat Nederland de financiële hulp goed zou besteden.
De uitdrukking staat daardoor voor eenvoud, zuinigheid en nuchter bestuur. Het verhaal wordt vaak verbonden met de wederopbouw van Nederland en met de manier waarop Drees als minister-president bekendstond: sober levend, praktisch ingesteld en gericht op sociale zekerheid.

Wat betekent ‘koekje van Drees’?
Dit is een Mariakaakje: een rond en knapperig koekje. Willem Drees at ze bij de thee. Hij vond een taartje bij de thee maar overdreven. Een droog kaakje was goed genoeg.
Het koekje staat symbool voor de sobere levensstijl van Willem Drees. In verhalen over Willem Drees draait het vaak om zuinigheid en eenvoud. De belangrijkste man van Nederland had geen auto met chauffeur nodig. Hij liep of fietste naar zijn werk. 's Middags ging hij niet luxe lunchen, maar gewoon naar huis om met mevrouw Drees een boterham te eten. Zijn leven lang heeft hij het goede voorbeeld willen geven.
De uitdrukking wordt daarom niet alleen letterlijk gebruikt voor een Mariakaakje, maar ook figuurlijk voor een eenvoudige ontvangst, een bescheiden levensstijl of zorgvuldig omgaan met geld.
Wie was Willem Drees?
Willem Drees is geboren op 5 juli 1886 in Amsterdam als zoon van Johannes Michiel Drees en Anna Sophia van Dobbenburgh. Hij is Nederlands-hervormd opgevoed (nu bekend onder de naam protestants). De vader van Willem was werkzaam bij de Twentsche bank als bankbediende dat was iemand die administratief werk deed of achter het loket bij de bank stond.
Johannes Drees is overleden toen Willem pas 5 jaar oud was om precies te zijn in juli 1891. Toen Willem Drees vijf jaar oud was, overleed zijn vader. Het gezin had veel problemen want ze hadden geen inkomen meer. Dankzij een rijke oom kon Willem Drees toch zijn opleiding afmaken.
De kleine Willem Drees was een Amsterdammer uit de lagere burgerij, die woonde op het Haarlemmerplein, de in de Marnixstraat en op de Da Costakade. Hij speelde als kind in het Westerpark en voer met een bootje op het IJ.
Als tiener spijbelde hij van school toen de Zuid-Afrikaanse boerenleider Paul Kruger Amsterdam aandeed en als jonge twintiger ging hij met de pet rond voor de stakingskas van de spoorweg- en havenstakingen van 1903. Hij zag Domela Nieuwenhuis spreken, Troelstra en Henri Polak en ontmoette de schrijvers Frederik van Eeden en Herman Gorter, die hij beiden zeer bewonderde.
Opleiding en eerste werk
Willem Drees ging naar de hogere burger school (HBS) voor jongens op de Marnixstraat in Amsterdam. Willem Drees heeft voor zijn beroepen en politieke functies vier diploma’s gehaald bij verschillende opleidingen.
Drees is begonnen op de drie jarige HBS (hogere burger school) in Amsterdam nu vergelijkbaar met VMBO-T. Daarna is hij naar de Handelsschool in Amsterdam gegaan van 1901 tot 1903. In 1904 haalde Drees een diploma boekhouden en in 1909 een diploma M.O. Huishoudkunde en Statistiek, dat kennen we nu als economie.
Het 1e beroep van Willem was net als zijn vader bij de Twentsche bank in Amsterdam. Daarna werd hij van 1907 tot 1914 werkzaam als stenograaf bij de gemeente Amsterdam. Een stenograaf is iemand die gesproken tekst opschrijft.
Socialisme en sociaaldemocratie
Drees werd aanhanger van het socialisme nadat hij in 1902 de verkiezingsoverwinning van Pieter Jelles Troelstra in Amsterdam had bijgewoond. Toen Willem Drees achttien jaar oud was, werd hij lid van de arbeiderspartij, die toen nog de Sociaal Democratische Arbeiderspartij (SDAP) heette.
Het socialisme was een politiek zuil in Nederland dat zich erg bezig hield met gelijkheid, rechtvaardigheid en solidariteit. Het socialisme is ontstaan rond het begin van de 19e eeuw tijdens de Franse revolutie en de industriële revolutie.
Willem Drees was een erg overtuigde sociaaldemocraat (socialistisch) maar ook erg pragmatisch ingesteld. Pragmatisch houdt in dat hij nog wel reëel en helder over de dingen dacht. Hij zei dan ook ‘’niet alles kan, en zeker niet alles tegelijk’’.
In de Nederlandse politiek hebben we vier verschillende politieke stromingen de twee belangrijkste zijn de linker stroming (de kant van de sociaaldemocraten) en de rechter stroming (de kant van het liberalisme). Aan de linker kant zie je nu partijen als de PvdA, SP, PvdD en GroenLinks. Aan de rechter kant vooral partijen als de VVD, PVV, SGP en Trots op Nederland (Ton).
Politieke loopbaan
In 1911 werd Willem voorzitter van de SDAP (Sociaaldemocratische Arbeiderspartij) nu bekend als PvdA. Vanaf 1919 tot september 1931 was Drees wethouder van sociale zaken en daarna wethouder van financiën en openbare werktijden.
Tijdens zijn werk als wethouder leerde Willem om samen te werken met andere partijen iets waar hij later veel aan had. Ook was hij erg zuinig met het geld wat hij te besteden had voor de gemeente als wethouder zijnde.
De eerste 53 jaar van Drees’ politieke staat van dienst tonen hem vooral als lid van Haagse politieke gremia. Hij was 27 jaar lid van de Haagse gemeenteraad, waarvan veertien jaar wethouder, was 21 jaar lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland en zat toen de oorlog uitbrak zeven jaar in de Tweede Kamer.
Op 9 mei 1939 werd Drees lid van de Staten-Generaal. De Staten-Generaal is een soort van vertegenwoordiger van het volk (parlement) en bestaat uit de 1e en 2e kamer. Ieder wetvoorstel moet goedgekeurd worden door de Staten-Generaal voordat de wet geldig wordt.
Willem Drees tijdens de Tweede Wereldoorlog
En toen brak in 1940 de Tweede Wereldoorlog uit. Nederland werd bezet door de Duitsers. Willem Drees werd gevangen gezet in een concentratiekamp. Tijdens de tweede wereld oorlog zat Drees van 1940 tot 1941 vast in het concentratie kamp Buchenwald in Duitsland.
Nadat in 1941 Willem Drees vrij kwam uit Buchenwald was hij actief in verschillende ondergrondse politieke en verzetsbewegingen. Tijdens de tweede wereldoorlog gebruikt hij ook verschillende schuilnamen zoals, oom Willem en Driessen.
Van 1944 tot 1945 zat Willem Drees als lid bij het college van vertrouwensmannen. Zij hadden de taak om Nederland te vertegenwoordigen en leiden tot de Nederlandse regering zou terugkomen. Hierin is hij ook zeker van grote betekenis geweest voor Nederland.
In het diepste geheim schreef Willem Drees plannen voor wat er allemaal veranderen moest in Nederland na de oorlog. Die plannen kon hij uitvoeren toen hij na de oorlog in de regering kwam. Eerst als minister van Sociale Zaken en later als minister-president.
Drees als minister-president
Na de tweede wereldoorlog moest er een nieuwe regering komen Drees werd door koningin Wilhelmina aangesteld als mede-formateur (viceminister-president) onder de minister-president Wim Schermerhorn.
Na de oorlog wilde Drees zijn partij de SDAP voortzetten na veel discussies kreeg hij uiteindelijk zijn zin alleen was de SDAP vanaf toen de PvdA. Op 7 augustus 1948 was het dan eindelijk zo ver Willem Drees werd minister-president van Nederland.
Een minister-president is de leider van de ministers. Willem Drees werd minister-president in de periode vlak na de Tweede Wereldoorlog, van 1948 tot 1958. Drees was tot 22 december 1958 minister-president van Nederland.
Na zijn taak als minister President kreeg Willem Drees de titel ‘’minister van de staat’’. Een minister van de staat heeft geen wettelijke taak of macht maar is meer een eretitel.

De wederopbouw van Nederland
Na de 2e wereldoorlog was Nederland erg verwoest en beschadigd daarom moest Nederland opnieuw opgebouwd worden. Dit opnieuw opbouwen van Nederland wordt ook wel de wederopbouw genoemd.
Willem Drees werd minister-president in een moeilijke tijd. De Tweede Wereldoorlog was net voorbij. Er was veel vernield. Met de handel en de industrie stond het er slecht voor. Tijd om het land weer op te bouwen, vond Drees.
Er moest hard gewerkt worden! Heel Nederland deed mee. Er werden nieuwe huizen gebouwd en fabrieken draaiden weer. Willem Drees vond dat alle Nederlanders mee moesten werken aan de wederopbouw en dat ze zuinig moesten leven.
De mensen verdienden wat minder geld, maar daardoor kwam Nederland sneller uit de problemen. Het betekende wel dat je dus geen auto of televisie kon kopen. Dat moest maar even wachten. Samenwerken, daar ging het om. Samen het land weer opbouwen, dat was wat Drees wilde.
Marshallhulp en het verhaal van het Mariakaakje
Voor de wederopbouw was natuurlijk geld nodig en dat kregen we ook, uit Amerika! Die financiële hulp was de Marshallhulp. De Marshallhulp was een Amerikaanse ontwikkelingshulp na de tweede wereldoorlog dit was bedacht door de Amerikaanse generaal George Marshall.
Na de Tweede Wereldoorlog wil Amerika de West-Europese economie uit het slop halen. De minister van buitenlandse zaken van dat land - George Marshall - doet daarom een voorstel voor het zogenaamde European Recovery Program. Het plan wordt beter bekend onder de naam Marshall-plan.
Amerika krijgt van het Congres toestemming 22,4 miljard euro te verdelen onder de West-Europese landen. Alle landen die voor hulp in aanmerking kwamen, kregen bezoek van een soort examencommissie die moest bepalen hoe hoog de nood in het betreffende land was.
Het verhaal gaat dat de Amerikanen ons zoveel geld gaven omdat ze tijdens hun bezoek aan onze minister-president Willem Drees om de plannen voor de financiële steun te bespreken die Amerika ons zou bieden een kopje thee met een Mariakaakje (biscuitje) bij Drees thuis kregen.
Waarschijnlijk dachten de Amerikanen ‘’een land waar de minister-president ons in zijn eigen huis ontvangt en we een kopje thee met een biscuitje krijgen van zijn vrouw. Dat land gaat ons geld goed gebruiken en nodig hebben’’.
Het verhaal gaat zo: "Op een dag in 1947 krijgt Willem Drees hoog bezoek. Twee belangrijke mannen uit de Verenigde Staten van Amerika komen bij Drees thuis. Ze komen praten over mogelijke financiële hulp van Amerika aan Nederland, de zogenoemde 'Marshall-hulp'.
Dat geld zou Nederland zo vlak na de oorlog goed kunnen gebruiken om het land weer op te bouwen. Maar Amerika wil dat geld alleen betalen, als ze er vertrouwen in hebben dat het goed besteed wordt. Als het tijd voor thee is, serveert mevrouw Drees geen luxe gebakjes, maar eenvoudige mariakaakjes.
De Amerikanen kijken elkaar aan, en besluiten dan dat een land met zo'n zuinige minister-president het geld zeker goed zal besteden. Nederland krijgt de Marshall-hulp."
Feit of mythe?
Of het echt zo gegaan is? Waarschijnlijk niet. Het verhaal is waarschijnlijk verzonnen door de minister van Buitenlandse Zaken Josef Luns, en het werd meteen heel beroemd.
Volgens een bekend verhaal, dat in de wereld is geholpen door voormalig minister van buitenlandse zaken Joseph Luns, kwam de commissie op een zondag in Nederland aan en werden de leden, omdat het zondag was, door Willem Drees ontvangen in zijn bescheiden burgerwoning in Den Haag.
Geen luxe ontvangst dus. De deftige heren van het European Recovery Program kregen een karig kopje thee met een mariakaakje. De Amerikanen zouden zo onder de indruk zijn geweest van deze armoede, dat Nederland gedurende het eerste jaar van het Marshall-plan het hoogste bedrag per hoofd van de bevolking ontving.
Historici Hans Daalder Jelle Gaemers verwezen dit bekende verhaal enkele jaren gelden in hun Willem Drees-biografie naar het rijk der fabelen. Drees kreeg inderdaad thuis bezoek van Amerikaans gezant van het Marshall-programma, maar dat was in 1949 en toen ontving Nederland al een jaar lang steun.
Daarnaast was de gezant een dag eerder samen met acht ministers al uitgenodigd voor een diner. En Drees’ vrouw was volgens de historici een veel te goede huisvrouw om zich te laten verrassen door onverwacht bezoek. Die zou, aldus de historici: ‘heus wel wat beters in huis gehad zal hebben dan een karig kaakje’.
Een andere lezing van het verhaal
Maar, gelukkig is het verhaal wel waar. Er is zelfs fotografisch bewijs van. Het verhaal speelt zich namelijk niet in 1947 of 1948 af, maar pas in 1949 nadat de Marhall-hulp al was toegekend.
De Amerikanen wilden echter weten of de hulp wel overal goed gebruikt werd en stuurden twee hoge ambtenaren, de heren Harriman en Hoffman op rondreis door Europa. Omdat het bezoek aan Italië waar de heren met veel pracht en praal werden ontvangen uitliep, kwamen ze pas op zondag in Nederland aan.
Omdat het ministerie zoals gewoonlijk dicht was op die dag - en Drees het zonde vond om het speciaal voor dit bezoek te openen en het te verwarmen, nodigde Drees de delegatie bij hem thuis in zijn rijtjeswoning aan de Beeklaan uit.
Toen de heren arriveerden, ontstond er eerst een misverstand. Hoffman en Harriman dachten namelijk dat de man die deur open deed een butler was, maar het was Drees zelf. Even later presenteerde mevrouw Drees de thee met de befaamde Mariakaakjes.
Harriman, die dacht dat ze dit alles thuis in Washington nooit zouden geloven, pakte daarop zijn fototoestel en maakte er onderstaande foto van. Deze foto bevindt zich thans in het archief van de Library of Congress in Washington DC.
Mrs. Drees, the wife of Prime Minister of the Netherlands, presents Mr. Drees, the Prime Minister of the Netherlands, a cup of tea. Photo: W. Averell Harriman; Collection Library of Congress, Washington DC.
Bij het vertrek zei Harriman tegen zijn collega Hoffman de historische woorden: “Aan een land waarvan de minister-president zo woont en leeft, is ons geld goed besteed.”
Nederland behield zijn Marshall-hulp. Het werd zelfs verhoogd en uiteindelijk zou Nederland over de periode 1948-1952 een steunbedrag van 1 miljard dollar van de Amerikanen krijgen voor de wederopbouw. En dat dus mede dankzij het Mariakaakje bij de thee van mevrouw Drees.

Het sobere voorbeeld van Drees
Door de Marshallhulp kon Nederland onder leiding van Drees beginnen aan de wederopbouw. Drees was erg zuinig met de centen en was dus ook de perfecte man om samen met de Nederlanders aan de wederopbouw te beginnen.
De Nederlanders waren bereid hard te werken voor lage lonen om zo Nederland weer op te bouwen. Doordat de Nederlanders zo bereidwillig waren kwamen er minder werklozen en een heel erg sterk samenhorigheidsgevoel onder de Nederlanders.
Minister-president Willem Drees vroeg de mensen om zuinig te zijn. Er werd afgesproken dat de mensen voorlopig moesten werken voor een laag loon. De mensen verdienden dus wat minder geld. Maar daardoor zou de economie van Nederland weer sterk worden.
Het betekende dat je heel bewust met je geld moest omgaan. Als je weinig geld hebt, moet je eerst goed nadenken voordat je het uitgeeft. Je moet dan gaan 'budgetteren'.
Als je budgetteert maak je eigenlijk allemaal aparte potjes. Een potje voor de boodschappen, een potje voor het gas en het licht, een potje voor de vakantie, enz. Zo weet je precies hoeveel je aan wat uitgeeft en kom je niet zo snel voor verrassingen te staan.
Dat was ook wel nodig: in de tijd van Willem Drees kregen de mensen hun loon contant in een zakje mee naar huis. Er bestonden er nog geen overzichtelijke giro- of bankafschriften. En van internetbankieren had nog helemaal niemand gehoord.
De verzorgingsstaat
Zo begon ook de verzorgingsstaat in Nederland. Een verzorgingsstaat houdt in dat de regering alle belangrijke verantwoordelijkheden voor het Nederlandse volk op zich neemt en zorgt voor het welzijn van de Nederlanders.
Dit doen zij door te zorgen voor een goede gezondheidszorg, ruime werkgelegenheid, goed onderwijs en sociale zekerheid. Dat laatste houdt in dat we samen moeten zorgen voor het welzijn van de Nederlanders die het niet zo goed hebben voor een kortere of langere periode.
De verzorgingsstaat Willem Drees bouwde, samen met de regering, aan een 'verzorgingsstaat'. In een verzorgingsstaat zorgen mensen voor elkaar. Via de belasting zorgt de regering dat zieke, werkloze of arme mensen toch geld hebben om van te leven.
Drees wordt ook wel de grondlegger van de verzorgingsstaat genoemd omdat zijn bijdrage hieraan erg groot was. Zijn bijdrage was zo groot door zijn wetten, zoals de AOW (algemene ouderdom wet) in deze wet staat dat iedereen vanaf de pensioen-gerechtigde-leeftijd recht heeft op een pensioen van de staat.
Willem Drees was erg belangrijk met zijn sociaaldemocratische filosofie in de verzorgingsstaat omdat iedere Nederlander na de 2e wereldoorlog wel een beetje steun kon gebruiken.
De AOW en andere sociale wetten
Een van de belangrijkste wetten hiervan is de Noodwet-ouderenvoorziening wat nu de AOW (algemene ouderdom wet) is. Willem Drees kwam in 1947 met de 'Noodvoorziening voor ouden van dagen'.
Die wet was nodig omdat heel veel mensen toen geen pensioen kregen na hun 65e. Ze hadden dus geen geld als ze oud waren en niet meer konden werken. Willem Drees zorgde ervoor dat die mensen vanaf dat moment wel een uitkering kregen.
Een alleenstaand iemand kreeg ongeveer vier euro per week en een echtpaar zeven euro. Dat lijkt misschien niet veel, maar in die tijd kon je daar veel meer van kopen dan nu.
Met de uitkering kon je dus voor jezelf zorgen, zonder afhankelijk te zijn van de hulp van iemand anders. Maar daar bleef het niet bij.
Als Willem Drees in 1948 minister-president wordt, komen er nog veel meer wetten voor mensen die niet goed voor zichzelf kunnen zorgen. De weduwen- en wezenwet, de ziekte- en werkloosheidwet en natuurlijk de AOW, de Algemene Ouderdoms Wet uit 1956.
Tot op de dag van vandaag bestaan deze wetten nog.
Waarom werd Drees ‘Vadertje Drees’ genoemd?
Willem Drees was vroeger en misschien nu nog steeds een erg geliefde man in de politiek en onder het Nederlandse volk. Dat komt vooral doordat hij na de tweede wereldoorlog verantwoordelijk is voor de wederopbouw van Nederland.
Dit heeft hij gedaan doormiddel van verschillende sociale wetten op te stellen voor ouderen, werklozen en mensen met lage lonen. De Nederlanders noemden hem ook wel ‘’vadertje Drees of het engeltje van barmhartigheid ’’ omdat hij zo goed voor veel mensen zorgde.
Willem Drees was een van de populairste minister-presidenten die Nederland gekend heeft. De bijnaam van Willem Drees was 'vadertje Drees'. De Nederlanders zagen hem als een vader die voor hen zorgde.
Willem Drees kreeg de bijnaam 'Vadertje Drees' vooral door zijn 'Noodvoorziening voor ouden van dagen' uit 1947. Dat is nu de AOW, een geldbedrag dat alle mensen van 65 en ouder krijgen.
De mensen waren Willem Drees erg dankbaar. Sommigen dachten zelfs dat hij het echt uit zijn eigen zak betaalde. Ze zeiden dan ook wel: "We trekken van Drees".
De betekenis van het koekje in de Nederlandse geschiedenis
Het Mariakaakje-verhaal past bij het beeld dat veel Nederlanders van Drees hadden. Hij was de minister-president die sober leefde, zuinig met overheidsgeld omging en sociale voorzieningen voor gewone mensen uitbreidde.
De kracht van het verhaal zit niet alleen in het koekje zelf, maar in het contrast tussen de internationale betekenis van de Marshallhulp en de alledaagse eenvoud van thee met een biscuitje in een gewone woning.
De historische details van het verhaal worden verschillend beoordeeld. Het bezoek aan Drees thuis en de foto van de thee bestaan, maar de Marshallhulp was volgens de beschikbare beschrijving al toegekend voordat dit bezoek plaatsvond.
Daardoor is het koekje waarschijnlijk niet de reden geweest waarom Nederland Marshallhulp kreeg. Het bleef wel een krachtige illustratie van Drees’ soberheid en van het vertrouwen dat hij bij veel Nederlanders en anderen wist op te roepen.
Een blijvend beeld van Willem Drees
Er hingen ook foto’s van Drees, onder andere eentje van hem voor zijn huurwoning in de Beeklaan - hij ging meestal lopend naar zijn werk, ook toen hij minister-president was - en Drees keurig in de rij bij het stemmen.
In 2012 publiceerde ik een boek over de Titanic die honderd jaar daarvoor was gezonken. Voor dat boek onderzocht ik welke verhalen en mythes over de Titanic nu wel en welke niet waar waren. Eén verhaal controleerde ik echter niet, namelijk het verhaal van de honden die waren gered.
Sommige verhalen zijn te mooi om niet waar te zijn. Die ga je gewoon niet stuk checken. Dat is not-done.
Het verhaal over het Mariakaakje bleef daardoor bestaan als een herkenbaar onderdeel van de beeldvorming rond Drees. Het verwoordt in één eenvoudig beeld zijn nuchtere stijl, zijn zuinigheid en de sociale politiek waarmee hij verbonden bleef.