Koffie wordt in Duitsland duurder door een combinatie van hoge wereldmarktprijzen, mislukte oogsten, stijgende transport- en productiekosten, een bijzondere Duitse koffiebelasting en strengere duurzaamheidseisen. Duitsland heft boven op de btw een zogenoemde Kaffeesteuer: voor een kilo gebrande koffie bedraagt die heffing 2,19 euro, terwijl oploskoffie bijna 5 euro extra belasting per kilo kan kosten.
Toch is koffie in Duitsland niet altijd duurder dan in Nederland. Duitse consumenten kopen in de grensstreek vaak koffie in Nederland, omdat die daar ondanks de Nederlandse btw gemiddeld goedkoper kan zijn. Het prijsverschil wordt dus niet alleen door belasting bepaald, maar ook door supermarktprijzen, aanbiedingen, handelsroutes, merken, verpakkingen en de kosten van branden en verkopen.
De belangrijkste oorzaken van de hogere koffieprijs in Duitsland
- De Duitse Kaffeesteuer: Duitsland behandelt koffie als luxeproduct en heft een aparte belasting.
- Hogere wereldmarktprijzen: extreme droogte en zware regenval hebben oogsten in onder meer Brazilië, Vietnam en Colombia getroffen.
- Stijgende logistieke kosten: brandstof, transport, containers en energie zijn duurder geworden.
- Toenemende vraag: wereldwijd blijft de koffieconsumptie groeien.
- Valutarisico’s en speculatie: koffie wordt internationaal in Amerikaanse dollars verhandeld.
- Verwerking en verkoop: branden, verpakken, marketing, opslag, schapruimte en personeelskosten verhogen de consumentenprijs.
- Nieuwe regelgeving: strengere Europese eisen tegen ontbossing brengen extra controle- en administratiekosten met zich mee.
De Duitse Kaffeesteuer maakt koffie direct duurder
In Duitsland geldt koffie als luxeproduct. Dit betekent dat Duitsers extra belasting over hun koffie moeten betalen: Kaffeesteuer. Per kilo koffie betaal je in Duitsland daardoor al gauw twee tot vijf euro meer dan in Nederland.
Op dit moment bedraagt de heffing voor een kilo gebrande koffie 2,19 euro. Voor oploskoffie loopt dat zelfs op tot bijna 5 euro per kilo. In Duitsland is de koffiebelasting ook niet onbetwist.
Ook in sommige andere Europese landen betalen consumenten extra belasting over hun koffie, maar nergens zijn de tarieven zo hoog als in Duitsland. De Kaffeesteuer spekt de Duitse schatkist jaarlijks met meer dan een miljard euro.
Niet zo gek, Duitsland is na de VS de op één na grootste koffiemarkt ter wereld. De koffiebelasting is in Duitsland vastgelegd in het Kaffeesteuergesetz, een wet die is uitgezonderd van de uniformering van de belastingen in de EU.
Waarom koffie in Nederland toch vaak goedkoper is
In Nederland tikken we 21% BTW af op producten als koffie. In Duitsland is dat bijvoorbeeld maar 7%. Dat verschil voel je direct in je portemonnee.
Nederland heeft geen specifieke koffiebelasting, terwijl Duitsland die wél heeft. En toch is koffie in Duitsland vaak alsnog goedkoper of duurder afhankelijk van merk, winkel, aanbieding en verpakking.
In de grensstreek kopen veel Duitsers hun koffie in Nederland. Niet omdat de koffie hier lekkerder smaakt, maar omdat die in Nederland goedkoper is. Klanten in Duitse supermarkten laten de koffie daar liever links liggen.
Dat komt doordat Duitsland een zogeheten ‘Kaffeesteuer’ heeft. Voor een kilootje gemalen koffie betaalt de Duitser ruim €2,19 extra belasting. Geen wonder dus dat onze oosterburen graag even de grens oversteken om juist hier bij ons hun koffie in te slaan.
De rol van supermarkten en aanbiedingen
Supermarkten in Nederland rekenen standaard hogere prijzen, zodat ze consumenten met regelmaat kunnen verblijden met aanbiedingen. En ja, dat geldt dus ook voor koffie.
Dus zelfs als je denkt dat je een goeie deal scoort, heb je misschien toch meer betaald dan onze buren in België of Duitsland die géén last hebben van dat ‘kortingencircus’.
Ook in Duitsland kunnen aanbiedingen de prijs tijdelijk verlagen. Daardoor zegt de normale schapprijs niet altijd wat een consument uiteindelijk betaalt. Wie landen eerlijk wil vergelijken, moet hetzelfde merk, dezelfde verpakking, dezelfde koffiesoort en de prijs per kilo naast elkaar leggen.
België en Frankrijk zijn vaak goedkoper
In België en Frankrijk kennen ze veel lagere tot zelfs geen aparte koffiebelasting. Daarnaast zijn de Btw-tarieven op levensmiddelen daar vaak veel vriendelijker dan hier.
Het gevolg? In die landen kun je vaak voor een zachter prijsje je koffie inslaan. Geen wonder dat Nederlanders die in de buurt van de grens wonen, massaal hun boodschappen doen in België of Frankrijk.
De prijsverschillen tussen Duitsland, Nederland, België en Frankrijk hebben dus meerdere oorzaken. Een lagere btw kan een verschil maken, maar ook de afwezigheid van een specifieke koffiebelasting, de prijsstrategie van supermarkten en de concurrentie tussen winkels zijn bepalend.
De geschiedenis van de Duitse koffiebelasting
De koffiebelasting kent een opvallende geschiedenis. Al in de negentiende eeuw was een heffing op koffie voor de Duitse schatkist een belangrijke bron van inkomsten.
Toen Duitsland na de Tweede Wereldoorlog in puin lag, vormde het heffen van koffiebelasting een vanzelfsprekende manier om aan extra inkomsten te komen voor de opkrabbelende staat. Bij de invoering van de D-mark in 1948 was de belasting voor een kilo gebrande koffie (Röstkaffee) 10 mark.
Omdat Duitslands buurlanden geen vergelijkbare belasting op koffie kenden, ontstonden er grote prijsverschillen. Koffie werd een smokkelwaar.
Het Aachener Kaffeefront
Voor de verarmde Duitse bevolking in de grensregio werd koffie al snel een manier om wat bij te verdienen. In België kocht je na de oorlog voor 8 mark een kilo koffie, wat net over de grens in Duitsland kon worden verkocht voor het dubbele.
De handel in koffie was in het naoorlogse Duitsland lucratiever dan de handel in sigaretten. Smokkelaars verstopten de koffie in lijkwagens, in benzinetanks of in autobanden.
De smokkelbendes werden steeds gewelddadiger. Op een gegeven moment zetten de smokkelaars zelfs van het Belgische leger gestolen tanks in.
Tussen 1946 en 1952 zijn 31 smokkelaars en twee douaniers neergeschoten. Met name in de omgeving van Aken en de Eifel staken smokkelaars de grens over.
Alleen al de douane in Aken nam tussen 1946 en 1950 223.601 kilo koffie in beslag, schrijft Der Spiegel. De Duitse media doopten de grensregio om tot het ‘Aachener Kaffeefront’.
Het smokkelgeweld dwong de jonge Bondsrepubliek uiteindelijk tot een fiscale wijziging. In 1953 verlaagde Duitsland de koffiebelasting naar 4 mark per kilo. De koffiesmokkel was niet langer lonend.

De Eltener Butternacht
Het jaar is 1963. In het Nederlands-Duitse grensdorp Elten maken de mensen zich op voor een bijzondere nacht.
Op 31 juli zou het dan nog Nederlandse dorp terug worden gegeven aan Duitsland. Elten werd na de Tweede Wereldoorlog Nederlands, als genoegdoening voor het oorlogsleed dat de Duitsers hadden veroorzaakt.
Nederlandse en Duitse handelaren kwamen op een idee. Op 31 juli stonden er honderden vrachtwagens in het kleine dorp, tekenden journalisten destijds op.
De lading: vooral koffie en boter, producten die in Duitsland veel duurder waren dan in Nederland. De volgende ochtend, op 1 augustus stonden de trucks én de goederen plots op Duits grondgebied, zonder een grens te passeren.
Er hoefden dus geen invoerrechten voor te worden betaald. Het zou de geschiedenis ingaan als de Eltener Butternacht.
Waarom Duitsers nog steeds koffie in Nederland kopen
Ook nu komen Duitsers nog naar Nederland om koffie in te slaan. Pompstations aan de Nederlands-Duitse grens staan vaak volgepakt met koffie.
Pomphouders verdienen daar soms zelfs meer aan dan aan de verkoop van brandstof, want daarvoor wijken veel Nederlanders juist uit naar Duitsland.
In grote getalen koffie inslaan om er aan de andere kant van de grens geld aan te verdienen is niet de bedoeling. Duitsers mogen maximaal tien kilo per persoon meenemen naar huis.
De wereldmarkt bepaalt een groot deel van de prijs
De koffiebonen die we in onze filterkoffiemachine of volautomatisch koffiezetapparaat gieten, zijn onderdeel van een gigantische markt waar een grote verscheidenheid aan factoren meespelen, die tezamen invloed uitoefenen op de prijzen.
Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen ongebrande, ruwe koffie als handelswaar in de wereldhandel en het eindproduct in de zak. Koffie is een goed dat niet alleen als een tastbaar product op de beurs wordt verhandeld, maar ook volledig virtueel wordt gebruikt om geld te verdienen.
Er moet rekening worden gehouden met de bijkomende kosten van de wereldhandel, die tientallen keren hoger liggen dan de werkelijke prijs die aan de bonen zijn toegekend. Koffiecontracten worden meestal lang voor de eigenlijke oogst afgesloten.
Schommelingen van jaar tot jaar, of in het ergste geval een mislukte oogst, kunnen slechts in beperkte mate worden opgevangen. Al deze verschillende factoren hebben invloed op talloze ketens en kunnen prijsstijgingen verklaren.
Arabica, Robusta en het verlies tijdens het branden
De basiskoffiesoorten Arabica en Robusta worden kwalitatief verschillend ervaren. Arabica wordt vaak als verfijnder ervaren, terwijl Robusta doorgaans sterker en bitterder wordt gevonden.
Een voorbeeld: rauwe koffiebonen en de eindproducten die hier uit voort komen, worden uitsluitend per gewicht verhandeld. Maar tijdens het branden van de koffie gaat altijd minstens 20 procent van dit gewicht verloren.
Alleen al dit verschil moet op de een of andere manier worden gecompenseerd. De prijs van een pak gebrande koffie kan daarom niet simpelweg worden berekend door de prijs van dezelfde hoeveelheid ongebrande bonen te nemen.
Klimaatverandering vermindert het aanbod
Eén van de grootste factoren achter de stijgende koffieprijs is de impact van klimaatverandering op de koffieproductie. Koffie wordt voornamelijk verbouwd in landen als Brazilië, Colombia en Vietnam.
Deze landen krijgen steeds vaker te maken met extreme weersomstandigheden, zoals langdurige droogte en zware regenval. Vooral Brazilië, de grootste koffieproducent ter wereld, heeft de afgelopen jaren grote verliezen geleden door mislukte oogsten.
De oorzaken van hogere koffieprijzen zijn al veel genoemd: extreem weer zorgde de afgelopen jaren voor tegenvallende oogsten in Vietnam en Brazilië, die samen de helft van alle koffie produceren.
Hierdoor daalt het aanbod van koffiebonen, wat leidt tot hogere prijzen op de wereldmarkt. Koffie wordt door klimaatverandering steeds schaarser.
Naarmate oogsten onzekerder worden, zullen de groene bonen duurder worden. En dat werkt uiteindelijk door in de prijs van koffie in Duitse supermarkten, cafés en restaurants.
De vraag naar koffie blijft groeien
Tegelijkertijd groeit de wereldvraag naar koffie nog steeds. Alleen al in bijvoorbeeld Duitsland blijft de consumptie van koffie groeien van jaar tot jaar.
Gezien dit onevenwicht van vraag en aanbod zou een prijsstijging op zijn plaats zijn. In andere productgroepen zou dit ook al veel eerder gebeuren, maar in het geval van koffie krabbelen de handelaren terug.
De consumentenprijzen voor koffie stegen in augustus 2022 met bijna 20 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Supermarktketens mogen dan misschien de prijs van koffie inmiddels iets hebben verlaagd of vaker koffie in de aanbieding verkopen, maar betekent dat nu dat alles weer goed is?
Productie, energie en logistiek worden duurder
Naast klimaatproblemen spelen ook logistieke uitdagingen een rol in de stijgende koffieprijs. Wereldwijd is er een tekort aan arbeidskrachten in de landbouwsector, waardoor het moeilijker is om de koffiebonen te oogsten en te verwerken.
Daarnaast zorgen problemen in de transportsector voor langere levertijden en hogere kosten. Het verschepen van koffiebonen vanuit Zuid-Amerika en Azië naar Europa en Noord-Amerika is duurder geworden door stijgende brandstofprijzen en een tekort aan containers.
Tel daar de effecten van de pandemie op de productie- en transportkosten bij op, en iedereen snapt dat prijzen kunnen stijgen. Ook winkels en cafés betalen meer huur en hebben te maken met hogere gas- en elektriciteitsprijzen.
Al deze factoren zorgen ervoor dat koffie duurder wordt voor de consument en leiden tot problemen in de koffieproductie.
Nieuwe Europese regels brengen extra kosten mee
Ook de regelgeving rondom koffieproductie en -import heeft invloed op de prijs. De Europese Unie heeft strengere eisen ingevoerd om ontbossing tegen te gaan.
Dit betekent dat importeurs moeten kunnen bewijzen dat hun koffie op een duurzame manier is geproduceerd. Dit zorgt voor extra kosten voor boeren en handelaren, die deze kosten doorberekenen aan de consument.
Hoewel deze maatregelen belangrijk zijn voor het milieu, dragen ze wel bij aan de stijgende koffieprijs. Dit maakt het voor consumenten steeds lastiger om betaalbare koffie in de supermarkt te vinden.
Beursprijzen en valutarisico’s
In dergelijke constructies speelt de beurs een cruciale rol omdat deze de “waarde” van koffie bepaalt aan de hand van een duidelijk tastbaar getal. De beursprijs voor koffie schommelde in maart 2023 rond de 1,70 US dollar.
Vrijwel alle grondstoffen en opties (Futures) worden in Amerikaanse dollars verhandeld. De meeteenheid voor koffiebonen is het Amerikaanse pond, ongeveer 450 gram. De koffiebonen worden verhandeld in zakken van 60 kilo.
Op jaarbasis is de koffieprijs in 2022/2023 met ongeveer 17 procent gedaald, terwijl het driejaarsgemiddelde met ongeveer 43 procent is gestegen. Deze stijging vindt echter plaats vanaf een historisch dieptepunt.
Het laatste dieptepunt was in 2001, toen de prijs per pond slechts 0,456 dollar bedroeg. Wie handelt op de beurs heeft te maken met valutarisico’s.
Omdat alles op de wereldmarkt in dollars wordt verhandeld en de dollar als reservemunt wordt beschouwd, krijgen producenten in de bovengenoemde handelskanalen over het algemeen minder geld voor hun goederen.
In maart 2023 was één Braziliaanse real gelijk aan ongeveer 0,19 Amerikaanse dollar en één Ethiopische birr slechts 0,019 dollar. En hoe meer spelers betrokken zijn bij de keten, hoe meer mensen hun hand ophouden om problemen zoals valutarisico’s te compenseren.
Speculatie versterkt prijsschommelingen
In onzekere tijden speculeren handelaren op schaarste in de toekomst: ook dat drijft de prijzen op. De handelsprijzen voor arabica en de goedkopere robusta bereikten begin dit jaar een piek.
Ze zijn daarna gedaald, met het uitzicht op betere oogsten. De koffie zou dus best goedkoper kunnen worden, liet het AD marktexperts maandag nog voorrekenen.
De internationale koffiemarkt slingert bovendien nog steeds heen en weer. De verwachting is dat branders hun prijzen in een wiebelige markt niet snel verlagen.
Consumenten zien prijsveranderingen op de wereldmarkt bovendien altijd met vertraging op de kassabon: bonen die maanden geleden duur zijn verhandeld, bereiken nu pas de schappen.
En branders en retailers kijken wel uit al te snel hogere prijzen door te voeren. Het laatste dat ze willen, is de consument afschrikken en marktaandeel verliezen.
Waarom supermarktprijzen niet één op één met de beursprijs meegaan
Hoewel er in theorie dagprijzen zouden moeten gelden voor een product als koffie, net zoals voor bijvoorbeeld verse groenten, willen we dat onze koffie het hele jaar door hetzelfde prijskaartje heeft.
Vanwege deze verwachting van consumenten hebben ook wij lang geaarzeld om de prijs voor onze koffiebonen uit Brazilië te verhogen, en dat terwijl de oogst van 2022 heeft geleden onder klimaatverandering en alle logistieke kosten ook zijn gestegen.
Consumentenprijzen reageren daarom niet onmiddellijk op elke beweging van de koffiebeurs. Voorraadcontracten, voorraad in magazijnen, vaste afspraken, transporttijden, valuta en de concurrentie tussen supermarkten zorgen voor vertragingen en verschillen.
Wie verdient aan duurdere koffie?
Supermarkten en leveranciers vechten om elke cent van de marge. Supermarkten klagen over lage marges, producenten over hoge kosten.
Voor een pak gemalen koffie dat in een Duitse supermarkt 8,06 euro kost, blijft na aftrek van alle kosten en belastingen in de keten 75 cent te verdelen.
| Onderdeel | Aandeel in de kosten |
|---|---|
| Belastingen, heffingen, transportkosten | 44,9 procent |
| Detailhandel | 23,7 procent |
| Handelaren en koffiebranders | 17,8 procent |
| Plantage-eigenaren | 8,5 procent |
| Werknemerslonen | 5,1 procent |
De marges zitten in dit model bij retailers (19 cent) en koffieproducenten (9 cent). Aan het begin, bij de handelaren die de koffie verzamelen en exporteren, zijn de marges veel dunner, maar daar zorgen grote volumes voor goede verdiensten.
Volgens het Global Market Report - Coffee prices and sustainability (september 2022) hebben exporteurs de grootste marktmacht in de koffiehandel met een winstmarge van ongeveer 50 procent.
Om hun kwart van de taart te behouden, moeten detailhandelaars de prijzen laag houden voor supermarktconsumenten - en zo de kostendruk terugduwen naar het begin of de eerste schakels van de keten.
Koffieboeren profiteren nauwelijks van hogere prijzen
Voor hun inkomen zijn 12,5 miljoen boeren, 90 procent met minder dan drie hectare, afhankelijk van koffie. Ze zijn met veel, maar marktmacht hebben ze niet.
En hoewel ze met hun koffiebessen een groot deel van de waarde van het eindproduct creëren, krijgen ze voor hun aandeel veel minder betaald.
Bij de boer is helemaal geen sprake van winstmarges, omdat die voor arbeid vaak niet betaald krijgt en de inkomsten de ware kosten niet dekken. Van een pak koffie van 8,06 euro krijgen de boeren maar 41 cent.
Van die inkomsten moeten ze hun gezin onderhouden en al hun kosten betalen. Verandert dat niet als de prijzen veranderen?
„Het duurt lang voordat hoge prijzen doordruppelen naar de boer. Bovendien stijgen niet alleen de koffieprijzen, maar ook de kosten voor kunstmest en pesticiden en van het levensonderhoud van boeren. Ze houden dus niet meer over.”
De hogere kosten waar branders voor staan, worden niet zelden als excuus gebruikt om niets aan de beloning van boeren te doen. De druk van concurrenten, supermarkten en aandeelhouders is ongetwijfeld groter dan die van bijvoorbeeld de baas van de FAO.
De helft van de kleinschalige boeren leeft van minder dan 3 euro per dag. En onder invloed van klimaatverandering is tegen 2050 nog maar de helft van het huidige areaal geschikt voor koffieplantages.
Fairtrade en Direct Trade
Initiatieven zoals Fairtrade benadrukken dat de achterste schakels in de waardeketen de producenten prijzen betalen die boven het wereldmarktniveau liggen. Dat wil zeggen dat ze een X-bedrag toevoegen aan de ruilprijs.
Het is echter vooral bij kleinere Fair Trade-initiatieven dat we dit in cijfers kunnen terugzien. Bij bijvoorbeeld de Duitse Fairtrade-organisatie WeltPartner ziet de verdeling er als volgt uit:
| Onderdeel | Aandeel |
|---|---|
| Koffieboeren binnen de coöperaties | 26 procent |
| Transport en verwerking | 14 procent |
| Koffiebelasting en btw | 18 procent |
| Etikettering | 5 procent |
| Kosten WeltPartner | 19 procent |
| Wederverkopers | 18 procent |
Natuurlijk is dit al een veel betere verdeling dan bij de conventionele koffiehandel, maar ook hier zijn er veel tussenstappen die iets van de winst afsnoepen.
Dit is precies de reden waarom het concept van Direct Trade pas echt vooruitstrevend is wanneer het aankomt op echt eerlijke koffiehandel. Hoewel de kostenposten voor zaken als transport, verpakking en belasting blijven bestaan, wordt de rest gedeeld door veel minder spelers dan bij het Fair Trade-concept en al helemaal in vergelijking met de conventionele handel.
Waarom koffie in cafés en restaurants duurder is
Niet alleen in de supermarkt schrik je soms van de koffieprijs. Ook op het terras of in je favoriete koffietentje ben je vaak duurder uit dan bij onze buren.
Dat heeft alles te maken met hogere personeelskosten, dure horecapanden én de Nederlandse voorliefde voor ‘beleving’. Hier krijg je geen snel espressootje aan de toog, maar een cappuccino met hartje van schuim, fairtrade-bonen uit Ethiopië en een Instagram-waardige inrichting erbij.
Gezellig? Absoluut. Goedkoop? Niet bepaald. In Duitsland is het trouwens weer precies andersom: een snelle, recht-toe-recht-aan koffie aan de bar voor een habbekrats.
De verkoopprijs van een kop koffie kan op twee manieren worden berekend: door de kosten en noodzakelijke opbrengsten nauwkeurig te berekenen of door een forfaitaire marge toe te passen.
Typische berekeningen gaan uit van een kiloprijs van 15 euro voor de goedkoopste koffiebonen en een kostprijs van goederen rond de 34 cent. Voor de eenvoudige verkoopmarge wordt momenteel minstens 700 procent van de kosten van de goederen aanbevolen.
Daarbij zou je dus uitkomen op ongeveer 2,30 euro voor een latte macchiato of cappuccino (9 gram espresso plus melk). Filterkoffie zou uitkomen op ongeveer 80 cent voor een kopje, wanneer de koffiebonen 15 euro per kilo kosten en er 7 gram koffiepoeder wordt gebruikt.
Al deze prijzen weerspiegelen natuurlijk niet het huidige landschap van koffie voor consumenten. Ook winkels en cafés betalen meer huur en hebben te maken met hogere gas- en elektriciteitsprijzen. Maar bovenal wil men de winstmarge niet verlagen.
Waarom cupjes en capsules extra duur zijn
Filterkoffie staat altijd in de schijnwerpers. Een beetje buiten beeld blijft intussen hoe duur bonen en vooral de cupjes zijn geworden.
Cijfers van marktonderzoeksbureau Circana laten zien dat alle koffievarianten de afgelopen jaren in prijs stegen, maar in euro’s werden cupjes veel duurder dan minder luxe varianten.
En opvallend: de verkoop stort niet in. Consumenten mogen klagen over de prijzen - veel mensen met een Nespresso-apparaat blijven hun favoriete koffie drinken.
Rob Steverink, koffiehandelaar met een supermarkt in de Duitse grensregio, ziet prijsbewuste klanten overstappen naar gemalen koffie. „Ik wil niemand veroordelen, maar je houdt jezelf wel voor de gek als je 47 cent voor een kopje Nespresso-koffie betaalt. Voor 6 cent kun je met een mokkapotje ook geweldige koffie drinken.”
Wat kost een pak koffie in Duitsland?
Voor een pondspak Aroma Rood van Douwe Egberts vragen supermarkten nu 8 tot 9 euro. De prijs zal nog door de 10-eurogrens breken, kondigde JDE Peet’s eind juni aan.
Een voorbeeld van de prijsdruk is een pak koffie van 8,06 euro in een Duitse supermarkt. Na aftrek van alle kosten en belastingen valt in de keten 75 cent te verdelen.
Een pak koffie van 500 gram bevat ongeveer zestig kopjes filterkoffie wanneer je de gebruikelijke hoeveelheid per kopje aanhoudt. De prijs per kopje hangt vervolgens af van de hoeveelheid koffie, de bereidingsmethode en de verkoopplaats.
Hoe consumenten goedkoper koffie kunnen kopen
Let op aanbiedingen, maar vergelijk vooral ook de prijs per kilo. Via de Reclamefolder-app kun je heel eenvoudig zien of jouw lievelingsmerk deze week misschien in de reclame is.
Kijk ook eens naar huismerken, die zijn soms net zo lekker en stukken goedkoper. Bestel grootverpakkingen online, soms scheelt dat echt euro’s.
Maal je bonen zelf. Voor nog geen 25 piek heb je al een elektrisch koffiemolentje met een krachtig motortje om je dagelijkse bakkie pleur te maken.
En natuurlijk: een dagje shoppen over de grens kan ook geen kwaad, zeker als je in het zuiden of oosten van het land woont. Daarbij is het verstandig om de prijs per kilo te vergelijken en rekening te houden met de maximale hoeveelheid die je mag meenemen.
Blijft koffie in Duitsland duur?
De verwachting is dat de koffieprijs voorlopig hoog zal blijven. Klimaatverandering blijft een onvoorspelbare factor en de strengere regelgeving zal de productiekosten verder verhogen.
Daarnaast blijven logistieke problemen en stijgende energieprijzen een uitdaging voor de koffie-industrie. Naarmate oogsten onzekerder worden, zullen de groene bonen duurder worden.
Toch zijn er ook positieve ontwikkelingen. Steeds meer koffieboeren investeren in duurzame landbouwtechnieken, wat op de lange termijn kan helpen om de productie te stabiliseren en de prijzen te beheersen.
De prijs van koffie voelt hoog voor consumenten, maar zou nog hoger zijn als in de hele keten alle kosten - voor arbeid, uitstoot, vervuiling etcetera - in rekening werden gebracht.
Hoe dan ook: de Duitse koffieprijs wordt niet door één oorzaak bepaald. De Kaffeesteuer maakt koffie in Duitsland rechtstreeks duurder, terwijl de internationale grondstoffenmarkt, klimaatverandering, transportkosten, regelgeving en de verdeling van marges bepalen hoe hoog de uiteindelijke prijs wordt.