De plastic soep is plastic afval dat zich door wind en zeestromingen in zeeën en oceanen verspreidt en daar ophoopt. Plastic vervuilt alle ecosystemen, zelfs de meest afgelegen plekken op aarde. Dieren raken in het plastic verstrikt en sterven een langzame, pijnlijke dood.
De plastic soep bestaat niet uit één aaneengesloten eiland van afval, maar vooral uit grote wateroppervlakken met hoge concentraties kleine plasticdeeltjes. De belangrijkste oplossing is voorkomen dat plastic in het milieu terechtkomt: minder plastic gebruiken, producten hergebruiken, wegwerpplastic weigeren, afval beter inzamelen en internationale regels invoeren.
Wat is de plastic soep?
Door plastic afval verandert onze oceaan in een plastic soep. Plastic vervuilt alle ecosystemen, zelfs de meest afgelegen plekken op aarde. Minuscule deeltjes plastic, microplastics, zijn al aangetroffen in menselijk bloed. En intussen belandt er nog elke minuut een vuilniswagen aan plastic afval in de oceanen.
Plastic vervuiling is overal. Er zijn grote stukken plastic gevonden op onbewoonde eilanden in het midden van de Stille Oceaan, bevroren in het zee-ijs op de Noordpool en zelfs in de diepste delen van de Marianentrog. Microplastic en nanoplastic deeltjes dwarrelen door de hele oceaan.
Het is niet duidelijk hoeveel plastic er precies in de oceaan terechtgekomen is over de afgelopen decennia, maar schattingen lopen uiteen van 50 tot 150 miljard kilo. Al dit oceaan-plastic bij elkaar wordt soms wel eens de ‘plastic soep’ genoemd.

Hoe is de plastic soep ontstaan?
De groei van de plasticproductie
De eerste echte ‘plastics’ bestaan al sinds halverwege de negentiende eeuw, al heten ze pas sinds 1925 ook echt zo. In de laatste tien jaar is er meer plastic geproduceerd dan in de hele twintigste eeuw.
Anno nu is plastic overal: in kleding, apparatuur, verpakkingen, speelgoed, smartphones en auto’s. Vrijwel alles wat wij kopen of per post ontvangen, zit in een plastic verpakking.
Tot 2015 zou zo’n 8,3 miljard ton plastic zijn geproduceerd. Het grootste deel daarvan - zo’n 6,3 miljard ton - is alweer weggegooid. Van die 6,3 miljard ton is maar 9 procent gerecycled en 12 procent verbrand.
De rest ligt nog op vuilnishopen of is in de natuur beland. Niet alleen op straat, maar ook in de oceanen zien we dit onverwoestbare zwerfvuil opduiken.
Afval dat in het milieu terechtkomt
Plastic afval belandt zowel opzettelijk als onopzettelijk in het milieu. Vaak komt dat door een ineffectieve manier van afvalverzameling en ineffectieve rioolwaterzuiveringssystemen in combinatie met het ontwerp van plastic producten.
Eenmaal in het milieu is de kans klein dat het plastic nog kan worden verwijderd. En uit zichzelf verdwijnen doet het niet: plastic breekt op zijn best zeer langzaam of helemaal niet af.
Plastic heeft een nare eigenschap: het vergaat niet. In de natuur of in zee valt het langzaam uit elkaar in steeds kleinere stukjes, maar het blijft plastic.
Van land en rivieren naar zee
Plastic is ook te vinden in de lucht en in de grond, maar een groot plasticprobleem ligt in het water. Met name het drijvende zwerfafval belandt via rivieren en kanalen uiteindelijk in zee.
Volgens het UN Environment Programme (UNEP) komt 80 procent van het plastic afval in de oceaan van activiteiten op het land. De hoofdoorzaak is het afval dat via riolen en rivieren uit stedelijke gebieden meegevoerd wordt. Daarnaast dumpen toeristen (plastic) afval op het strand.
De overige 20 procent van het afval komt van activiteiten op zee. Het overgrote deel is afkomstig uit de visserij, waarbij plastic afval, visnetten en vislijnen per ongeluk of opzettelijk in de zee gedumpt worden.
Geschat wordt dat er elk jaar zo’n 8 miljoen ton plastic in zee belandt vanaf het land en nog eens zo’n 2 miljoen ton van schepen. Volgens recente studies komt er jaarlijks zo’n 8 miljoen ton plastic van het land in zee terecht.
Een klein deel van het plastic zwerfafval dat in zee belandt komt uit Nederland. Er is onderzocht dat in elke kilo zand van de Nederlandse stranden zo’n 250 stukjes plastic zitten.
De rol van oceaanstromingen
Onder invloed van stromingen verzamelt het plastic zich op bepaalde plaatsen in de oceanen. Zeestromen brengen dat bijeen in vijf gyren.
Een gyre is een gebied in de oceaan waar zeestromen, aangedreven door constante (passaat)winden en de rotatie van de aarde bij elkaar komen op een soort rotonde. Er bestaan vijf gyren, twee in de Grote Oceaan, twee in de Atlantische Oceaan en een in de Indische Oceaan.
Op het noordelijk halfrond draaien ze met de klok mee, op het zuidelijk halfrond ertegenin. Middenin is het rustig en windstil, aan de randen niet.
Daarom kiezen zeilers niet voor de kortere route door de gyre, maar voor de langere en snellere route erlangs. Vervolgens voeren de zeestromen het plastic langzaam naar de gyres.

De ontdekking van de plastic soep
Twintig jaar terug al ontdekte de Amerikaanse oceanograaf en kapitein Charles Moore in de Stille Oceaan de eerste zogenoemde ‘plastic soep’: een enorme plek met een relatief hoge concentratie ronddrijvend plastic.
In 1997 nam kapitein en zeebioloog Charles Moore met zijn catamaran Alguita deel aan de Trans-Pacific-zeilwedstrijd tussen Long Beach in Californië en Honolulu op Hawaii. Net als de andere schippers voer hij om de North Pacific Gyre heen.
Om zijn derde plaats te vieren koos Moore op de terugweg voor de rustige en korte route door de gyre, die zeilers mijden en ook vissers omdat er weinig te vangen valt. Bij gebrek aan wind moest Moore zijn dieselmotoren gebruiken.
‘In de week die het duurde om er doorheen te varen,’ vertelde hij later, ‘zag ik elke dag, zover als mijn ogen reikten plastic drijven: flessen, doppen, plastic zakken en heel veel kleine stukjes plastic. Het klinkt ongelofelijk, maar ik heb geen schoon stuk oceaan gezien.’
Moore verbaasde zich erover dat juist op deze plaats op aarde, waar je bijna niet verder van enige vorm van menselijke beschaving verwijderd kunt zijn, de invloed van de mens nog zo sterk aanwezig is.
Moore nam na zijn reis contact op met oceanograaf Curtis Ebbesmeyer, een expert in drijvend afval. Die noemde het gebied de Eastern Garbage Patch.
Aan de Aziatische kant van de Stille Oceaan ligt de Western Garbage Patch. Samen worden ze de Great Pacific Garbage Patch of de Pacific Trash Vortex genoemd: om hun as draaiende, drijvende vuilnisbelten.
Dat er waarschijnlijk drijvende vuilnisbelten zouden bestaan, hadden wetenschappers van de Amerikaanse National Ocean and Atmospheric Administration (NOAA) in 1988 al beweerd. In Alaska hadden zij extreem hoge concentraties drijvend plastic gemeten op plaatsen waar zeestromen bij elkaar komen.
Moore bewees als eerste het daadwerkelijke bestaan ervan. Inmiddels zijn er vijf enorme concentraties drijfvuil in de oceanen gevonden.
Geen drijvend plastic eiland
Zijn ontdekking werd in de media al snel opgeblazen als een eiland van plastic in de oceaan, een drijvende vuilnisbelt. Dit beeld is niet juist.
In plaats van een opeenhoping van grote stukken plastic is er eerder sprake van een soort plastic soep: een groot wateroppervlak met hoge concentraties plastic schilfers (microplastics), met hier en daar wat grotere stukken.
Het beeld van een plastic soep, waarin je enorme eilanden van plastic ziet ronddrijven gaat dus niet op. Maar dat wil niet zeggen dat het er niet is.
Volgens een wetenschappelijke publicatie uit 2014 zou al het plastic in de plastic soep bij elkaar zo’n 269.000 ton wegen en bestaan uit meer dan 5.000.000.000.000 (5 biljoen) stukjes plastic.
De meeste gevonden stukjes zijn kleiner dan 5 mm: micro- of zelfs nanoplastic. Deze hoeveelheden plastic, vertaald naar deeltjes per liter in, zeg, de bovenste drie meter van de oceaan, komen neer op 0,1 deeltje per duizend liter water.
Waar bevindt het plastic zich?
Volgens theoretische modellen zit maar 0,2 % tot bijna 1 % van al het plastic in de wereldzeeën aan het oppervlak. De rest - vooral kleine deeltjes - zit door fragmentatie, bezinking en oscillatie waarschijnlijk dieper, tot zo’n 100 meter onder het wateroppervlak.
Onderweg valt het plastic door fotodegradatie uit elkaar in steeds kleinere stukken. Omdat het plastic al een lange weg heeft afgelegd, bevinden zich in de gyres vooral kleinere fragmenten.
Een klein deel van het plastic dat in het water belandt, spoelt weer aan op de kust. Een deel van het plastic spoelt aan op stranden en de rest hoopt zich op in oceaanstromingen.
Plastic wordt gevonden in de diepste uithoeken van de oceaan, en zelfs in afgelegen Noordpoolijs. Het is een ontnuchterend voorbeeld van onze voetafdruk op aarde.
Welke soorten plastic drijven in zee?
Wat drijft er dan precies in zee? Een onderzoek tussen 2014 en 2015 op de stranden van de Noord-Atlantische Oceaan liet zien dat er veel niet te identificeren plasticdeeltjes werden gevonden, gevolgd door voedsel- en drinkverpakkingen en voorwerpen van scheepvaart en visserij, zoals netten en touwen.
Drijfvuil in de zeeën en oceanen bestaat voornamelijk uit plastic, hoewel de samenstelling wel kan verschillen op regionale en lokale schaal.
Van het strandafval in Nederland komt 44% van de scheepvaart en visserij. 30% komt vooral door strandtoerisme. Van de andere 26% is de herkomst onbekend of niet duidelijk.
Bijna 90% van het gevonden strandafval is kunststof. Zwerfafval bestaat voor een belangrijk deel uit kunststofafval. Kunststofafval in zee heet ook wel plasticsoep.
Microplastics en nanoplastics
Microplastics zijn een wereldwijd milieuprobleem. Dit zijn hele kleine stukjes kunststof met een doorsnee van minder dan 5 millimeter.
Microplastics ontstaan door de afbraak van grotere stukken plastic afval. Maar ook door slijtage van bijvoorbeeld autobanden, visnetten of kleding.
Door wassen, slijtage of afbladderen kunnen deze deeltjes loslaten en met het douche of regenwater naar het riool stromen en van daaruit in zee terecht komen.
Maar ook doordat in producten zoals kleding, autobanden, verf en zelfs douchegel plastic deeltjes zitten. Deze producten kunnen via het afvalwater in het buitenwater terecht komen.
Veel verzorgingsproducten zoals tandpasta en shampoo bevatten microbeads, minuscule plastic bolletjes die in het afvalwater terechtkomen en moeiteloos de rioolzuiveringsinstallaties passeren.
Een ander probleem is dat er bij het wassen van kleding van fleece, acryl, nylon of polyester bij elke wasbeurt duizenden minuscule plastic vezeltjes in het afvalwater en het milieu terechtkomen.
Naast zwerfafval zijn ook autobanden een grote bron van microplasticvervuiling in het milieu. Daarom informeert de overheid autobezitters over het belang van de juiste bandenspanning en het kiezen van de beste band.
Waarom is plastic in zee een probleem?
Verstrikking en verstikking
Visnetten en grotere stukken plastic zijn gevaarlijk voor zeedieren. Dieren kunnen verstrikt raken in grotere stukken afval en stikken. Dit gebeurt bijvoorbeeld in losgeslagen netten.
Grotere dieren als vogels, schildpadden en vissen zien het plastic aan voor voedsel. Zij eten het op en sterven daarna door verstikking of verhongering omdat hun maag verstopt raakt.
Zeeschildpadden eten plastic zakken omdat ze die voor kwallen aanzien. Dieren raken erin verstrikt.
Net uit het ei moeten zeeschildpadden zich al een weg banen door plastic afval. Pasgeboren en zwemmend naast moederwalvis, komt een walviskalfje al verloren plastic tegen waar ze in verstrikt kan raken.
Plastic als voedsel
Ook zien dieren plastic aan voor voedsel en worden ze regelmatig gevonden met een maag vol plastic. Afval komt vast te zitten in koraal waardoor het de gezondheid ervan aantast.
Er is veel onderzoek gedaan naar de maaginhoud van dode stormvogels. Stormvogels halen al hun voedsel uit zee en eten alles wat ze in en op het water tegenkomen.
Hoewel de hoeveelheid plastic de laatste jaren iets afneemt, had in de periode 2015-2019 ruim 90 procent van de Noordse stormvogels op de Noordzee plastic in de maag, gemiddeld 20 stukjes, als je dit naar de mens vertaalt is dat bijna een lunchtrommel vol!
Door al dat plastic kunnen de maag of darmen verstopt raken, waardoor de dieren overlijden. Vogels, vissen en andere dieren kunnen verhongeren als zij kunststofafval inslikken.
Schade aan ecosystemen en voedselketens
Ingewikkelder en minder direct zichtbaar zijn de gevolgen voor de kleinere mariene levensvormen. Zo komen er bij het uiteenvallen van plastic schadelijke chemische stoffen vrij, die via zeeorganismen in de voedselketen belanden.
Ook kunnen exotische organismen ‘meeliften’ op stukjes plastic, en ecosystemen elders aantasten. Ten slotte kunnen niet-afbreekbare schadelijke organische verbindingen als pcb’s en pesticiden (onder andere DDT) zich aan de plastics hechten.
En koloniseren allerlei organismen, waaronder ziekteverwekkers, drijvende stukjes plastic. Ook zij komen in de voedselketen terecht. In de mariene voedselpiramide bouwen zich concentraties van deze stoffen op.
Gevolgen voor de mens
Uiteindelijk kunnen ook mensen die deze zeedieren consumeren de schadelijke chemische stoffen en stukjes plastic binnenkrijgen. Zo komt het uiteindelijk op ons bord en in ons drinkwater terecht.
Bij mossels en vissen zijn microplastics in delen van het lichaam teruggevonden. Als mensen of dieren deze mossels en vissen opeten, komt het in hun lichaam terecht.
Het is echter niet uit te sluiten dat de overvloedig aanwezige stukjes micro- of zelfs nanoplastic de barrière tussen de bloedbaan en het brein kunnen passeren; bij dieren, maar ook bij de mens.
Bovendien kunnen zich aan deze kleine deeltjes makkelijk giftige stoffen hechten. Op die manier kan microplastic de gezondheid van mens en dier beschadigen.
De kennis over de gevolgen van microplastic op het milieu en in de voedselketen is nog volop in ontwikkeling. Hoe schadelijk plastic precies is voor planten, dieren en mensen, weten we niet.
We weten wel dat microplastics bepaalde lichaamsfuncties van kleine zeedieren kunnen beïnvloeden (ademhaling, beweging, voedselopname) en dat sommige stoffen in plastic giftig kunnen zijn (weekmakers in plastic beïnvloeden bijvoorbeeld de hormonen).
Wetenschappers denken dat die invloed klein is. Veel is over dit onderwerp echter onbekend.
Plastic en klimaatverandering
De plastic soep is ontstaan omdat we met zijn allen, als wereldwijde samenleving, niet goed met ons plastic afval zijn omgegaan.
Een groot verschil tussen de plastic soep en de klimaatcrisis is dat je geen fossiele brandstoffen kunt verbranden zonder CO2 te laten vrijkomen, maar dat je in principe wel plastic verpakkingen zou kunnen gebruiken zonder dat die in het milieu terechtkomen.
De klimaatcrisis vergt dus een fundamentele transitie in de brandstoffen die we gebruiken, terwijl de plastic soep oplossen ‘alleen maar’ een kwestie zou moeten zijn van een beter afvalverwerkingssysteem ontwikkelen.
Overigens wordt in Nederland een groot deel van het plastic afval, zeker dat deel dat met het gewone huisvuil wordt ingezameld, in verbrandingsovens omgezet in elektriciteit.
En omdat plastic vanuit chemisch oogpunt vooral koolstofketens zijn, komt er bij verbranding van plastic ook weer CO2 vrij. In zekere zin is plastic dus een alternatief voor aardolie.
Een paar jaar geleden is ontdekt dat het plastic afval dat niet wordt verbrand maar bijvoorbeeld in het milieu terechtkomt, alsnog een klimaat-impact kan hebben.
Sommige bacteriën zijn inmiddels zo geëvolueerd dat ze ook plastic kunnen verteren, en tijdens dat verteren kan methaan vrijkomen. Methaan is een nog veel sterker broeikasgas dan CO2.
Ook in de oceaan zou dit kunnen gebeuren, alhoewel nog onduidelijk is op welke schaal dit omzetten van plastic in methaan daar gebeurt.
Niet elk alternatief is automatisch duurzamer
Vermindering van het gebruik van plastic kan leiden tot meer energie-gebruik. Want wat als plastic verpakkingen worden ingeruild voor bijvoorbeeld glas, of katoen?
Vanuit het perspectief van de plastic soep is dat natuurlijk een verbetering, maar glas zorgt voor veel hogere energiekosten (en dus CO2-uitstoot) bij transport en de teelt van katoen vergt een enorme hoeveelheid water.
Door plastic verpakkingen in te wisselen voor andere materialen verwisselen we dus ook vaak het plastic soep probleem in voor andere milieuproblemen.
Waarom het probleem zo zichtbaar is
Maar de belangrijkste relatie tussen de plastic soep en klimaatverandering is wellicht die van de communicatie, en het aanwakkeren van een gevoel van urgentie.
In de bijna vijfien jaar die ik nu al als klimaatwetenschapper onderzoek doe naar de plastic soep ben ik nog nooit een ‘plastic-ontkenner’ tegengekomen.
Mijn eigen hypothese is dat dat komt omdat plastic veel visueler is dan pak ’m beet CO2. We kunnen het plastic in de oceanen en op de stranden fotograferen, maar de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer alleen maar meten.
Er is intuïtief een veel minder visuele relatie tussen het verbranden van een liter benzine en de stijging van de zeespiegel dan tussen het laten slingeren van een snoepverpakking en een foto van een dode walvis met een maag vol plastic.
Het plastic in de oceaan maakt dus heel visueel dat onze dagelijkse activiteiten een impact kunnen hebben op het milieu. En in die zin kunnen de foto’s van de plastic soep bijdragen aan een bewustzijn van het effect van ons handelen.
Waarom opruimen alleen niet genoeg is
Plastic soep is een snelgroeiend, grensoverschrijdend en complex milieuprobleem. Plastic dat eenmaal in het milieu is beland, is lastig op te ruimen.
Alhoewel het bestaan van de plastic soep al langer bekend is, zijn er nog weinig reële oplossingen voor het probleem aangedragen. Dit komt omdat het plastic over een zeer groot oppervlak verspreid is, wat het lastig maakt de vervuiling van de oceanen effectief aan te pakken.
Tot nu toe moesten schepen met drijvende armen en netten het plastic uit het water opvissen. Deze methode is inefficiënt, duur en schadelijk voor het zeeleven, omdat ook zeedieren in de netten verstrikt raken.
Recentelijk zijn er enkele ambitieuze projecten gelanceerd, zoals The Ocean Cleanup van de Nederlander Boyan Slat. Hoe nodig en nuttig deze projecten ook zijn, ze bestrijden slechts de symptomen van het probleem en pakken niet de oorzaken aan.
Het is dweilen met de kraan open. Voorkomen is dus beter dan genezen.
Wat kan de samenleving doen?
De plasticproductie en het gebruik verminderen
De oplossing is duidelijk: minder plastic, betere wetten en een sterk Plastic Verdrag.
Grote bedrijven als Unilever, Coca-Cola en Nestlé moeten het roer omgooien en investeren in hervulbare of herbruikbare verpakkingen, of zelfs verpakkingsvrije ontwerpen opleveren.
Het bedrijfsleven, consumenten, maatschappelijke organisaties en de overheid zullen op meerdere fronten aan de slag moeten om de hoeveelheid zwerfafval in de zeeën en oceanen te verminderen.
De enige oplossing is voorkómen dat er plastic in de oceanen belandt. Dat komt neer op de drie R’s van reduce (verminderen), reuse (hergebruiken) en refuse (weigeren).
Hergebruiken en afval gescheiden inzamelen
Consumenten kunnen bewust kiezen voor producten die met minder plastic verpakt zijn, ze kunnen plastic flessen, borden en verpakkingen gescheiden inzamelen en hergebruiken, en ook alternatieven kiezen voor deze producten zoals papieren tassen en bekers.
Deze oplossingen vergen echter een grote omslag in het gedrag van consumenten en bedrijven. Aan het afval van elders kunnen wij niet veel doen.
Maar in Nederland kunnen we er wel voor zorgen dat er minder van ons eigen plastic in de Noordzee terechtkomt en dat we onze stranden schoon houden.
Statiegeld en productontwerp
In Nederland is het gescheiden inzamelen van plastic via Plastic Heroes-containers of aparte zakken een succes.
Jaarlijks worden er in Nederland 650 miljoen pet-statiegeldflessen gebruikt, waarvan 95 procent wordt ingeleverd.
Op kleine plastic flesjes zit statiegeld van € 0,15. Ook moeten producenten minimaal 90% van alle plastic drinkflessen tot 3 liter inzamelen voor recycling.
Met producenten is afgesproken dat zij bij het ontwerp van hun producten al rekening houden met het voorkomen van kunststofafval.
Wegwerpplastic beperken
Sinds juli 2021 zijn volgens een nieuwe Europese richtlijn, de SUP-richtlijn, veel wegwerpproducten van (bio-)plastic verboden.
De maatregelen omvatten onder andere een verbod op de verkoop van bepaalde plastic wegwerpproducten. Het gaat onder andere om plastic bordjes, bestek, roerstaafjes, rietjes en wattenstaafjes.
Sinds juli 2023 zijn de regels verder aangescherpt en moet je betalen voor eten en drinken in plastic wegwerpverpakkingen die je onderweg koopt of laat bezorgen.
Om kosten en wegwerpplastic te voorkomen kun je natuurlijk een eigen herbruikbare beker of bak meenemen.
Rivieren en havens aanpakken
Het zwerfvuil in zee (plasticsoep) komt voor een deel via zwerfafval uit de rivieren. De Rijksoverheid stelt geld beschikbaar voor projecten die de afvalstromen in rivieren gaan stoppen.
Via rivieren kan afval richting zee stromen en onderdeel worden van de plastic soep. Het vervuilt onze leefomgeving en is schadelijk voor het milieu.
Het programma Plasticvrije rivieren richt zich onder andere op de aanpak van emissies van plastic industrie gevestigd langs rivieren waar verlies van pellets plaatsvindt.
Ook sanitair afval afkomstig van riool overstort wordt aangepakt. Internationale samenwerking in EU, OSPAR en riviercommissies moet gezamenlijke actie tegen grensoverschrijdende vervuiling mogelijk maken.
Scheepvaart en visserij verduurzamen
Het Programma Visserij voor een Schone Zee streeft naar een milieu zonder visserijafval. Dit wordt gedaan door toepassing van een algehele ketenaanpak.
Het programma ondersteunt en stimuleert de visserijsector bij het voorkomen van visserij-gerelateerd afval waaronder stukken vistuig, visnetsnijdsels en huishoudelijk afval.
Ook worden gescheiden aanleveren van afvalstromen, educatie en bewustwording van vissers en het Fishing For Litter programma gestimuleerd.
Van het strandafval in Nederland komt 44% van de scheepvaart en visserij. Daarom is de aanpak van vistuig, visnetten en vislijnen een belangrijk onderdeel van het terugdringen van plastic in zee.
Beleid in Nederland en Europa
De overheid neemt verschillende maatregelen om plastic en kunststof terug te dringen. Er geldt voor winkeliers een verbod op het gratis weggeven van plastic tassen.
Er mag minder plastic zitten in grond en baggerspecie. Plastic moet uit de grond en baggerspecie worden verwijderd.
Producenten van bepaalde kunststofproducten, bijvoorbeeld ballonnen, vochtige doekjes, tabaksproducten, tasjes en drinkbekers, zijn ook verplicht mee te betalen aan het opruimen van zwerfafval.
Ook worden deze producenten verplicht consumenten aan te sporen om zwerfafval te voorkomen. Met deze verplichting neemt de hoeveelheid (plastic) zwerfafval af.
Vanaf 1 januari 2023 zijn verpakkingsproducten verantwoordelijk voor het inzamelen en verwerken van hun verpakkingen die in het bedrijfsafval terechtkomen. Deze verantwoordelijkheid gold al voor huishoudelijk afval.
De Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM) verplicht landen een mariene strategie vast te stellen. Zwerfvuil wordt aangepakt door onder andere een pakket maatregelen om zwerfafval te voorkomen.
Nederland werkt samen met andere landen om zwerfvuil in zee terug te dringen. Dit gebeurt via het OSPAR-verdrag.
Bij het verminderen van zwerfafval in zee richt Nederland zich op preventie door middel van een geïntegreerde bronaanpak, bewustwording en het sluiten van productketens.
Programma Schone Stranden
Het Programma Schone Stranden streeft naar een schoon strand. Het programma richt zich op kennisuitwisseling, ondersteuning van samenwerkingsprojecten en verbetering van de lokale samenwerking tussen gemeenten en ondernemers op regionaal niveau.
Het programma ondersteunt kustgemeenten bij de ontwikkeling en implementatie van lokaal zwerfafvalbeleid. Ook wordt zwerfafval op recreatiestranden en de aanwezigheid van lokale faciliteiten gemonitord.
Voorlichting en kennisoverdracht moeten bewustwording creëren bij recreanten, overheidsorganisaties en exploitanten.
Een circulaire economie
De Nederlandse economie moet in 2050 volledig circulair zijn. Dat betekent dat producten en grondstoffen opnieuw gebruikt worden en er bijna geen afval meer is.
Nederland wil een duurzame economie waarin productie en consumptiekringlopen gesloten worden, oftewel de transitie “van afval naar grondstof” en “cradle to cradle”.
Hierin wordt onder andere het gebruik van wegwerpconsumptiegoederen, zoals plastic tassen en plastic verpakkingsmateriaal, ontmoedigd en duurzame consumptie (‘niet-wegwerpcultuur’) gestimuleerd.
Microplastics: onderzoek en beleid
De kennis over microplastics is nog volop in ontwikkeling. Het is duidelijk dat microplastics in het milieu en in het menselijk lichaam terechtkomen.
Er is meer onderzoek nodig naar de precieze gevolgen van microplastics op mensen en ecosystemen. De overheid vindt het belangrijk dat er methodes komen om de hoeveelheid microplastics in het milieu te kunnen meten.
En om te kunnen vaststellen waar de microplastics vandaan komen. Dit geldt ook voor de monitoring van microplastics in het milieu.
Het kabinet investeert in deze kennisopbouw en monitoringsmethoden. Zwerfafval is een belangrijke bron van microplastic.
Nederland omarmt de ambitie van de Europese Commissie om de uitstoot van microplastics in het milieu in 2030 met 30% te verminderen.
Nederland pleit voor inzicht in de hoeveelheid microplastics in het milieu, kennisontwikkeling naar de gezondheidsrisico’s, uniforme meetmethoden en maatregelen om microplastics in het milieu te voorkomen en te verminderen.
Daarbij gaat het onder andere om het verminderen van de uitstoot van microplastics als gevolg van de afbraak van plastic zwerfvuil en de slijtage van producten zoals autobanden, verf en kleding.
De overheid zet zich in voor een Europees verbod op toevoeging van microplastics in cosmetica en schoonmaakmiddelen.
Internationale aanpak
Plastic soep is een grensoverschrijdend probleem. Plastic dat in één land op straat, in een rivier of aan de kust terechtkomt, kan door waterstromen en oceaanstromingen in andere landen belanden.
De plasticsoep is een nieuw milieuprobleem waarvan de contouren langzaam duidelijk worden en dat nog niet echt op de agenda staat. Simpele oplossingen zijn er niet.
Het probleem is alleen oplosbaar met een wereldwijde aanpak. Een wereldwijd Plastic Verdrag is de krachtigste oplossing voor de plasticcrisis.
Het zorgt voor bindende afspraken in elke fase van de plasticlevenscyclus. Zo kunnen we de productie en vervuiling bij de bron aanpakken, wereldwijde standaarden invoeren en bedrijven en overheden verantwoordelijk houden.
In augustus 2025 is het de internationale gemeenschap niet gelukt een verdrag te sluiten om plasticvervuiling tegen te gaan. Meer dan 170 landen zaten aan de onderhandelingstafel in Zuid-Korea.
Ondanks deze tegenslag blijft WWF zich internationaal inzetten om zo snel mogelijk tot een bindend VN-verdrag te komen.
In januari 2019 heeft een groep van bijna dertig internationale plasticproducenten de Alliance to End Plastic Waste (AEPW) opgericht, die zich bezighoudt met recycling en het minimaliseren van plastic afval.
In Nederland tekenden ongeveer tachtig bedrijven en organisaties voor ‘het bestrijden van de plastic soep’. Ook The Plastic Soup Surfer en plastic soep-projecten als The Ocean Cleanup, Plastic Whale en The Great Bubble Barrier werken aan het opruimen en/of voorkomen van plastic in zee.
Wat kunnen consumenten zelf doen?
Plastic afval kan op allerlei manieren in zee belanden. Bijvoorbeeld doordat we afval laten slingeren of op straat gooien.
Maar met een aantal tips kun jij jouw bijdrage aan plasticvervuiling wel beperken. Kies voor minder of géén plastic.
- Verminder het gebruik van wegwerpplastic.
- Gebruik herbruikbare verpakkingen en bekers.
- Weiger onnodige plastic verpakkingen.
- Scheid plastic afval en lever het op de juiste manier in.
- Laat geen afval achter op straat, stranden of langs rivieren.
- Let op plasticdeeltjes in verzorgingsproducten.
- Beperk slijtage van autobanden door de juiste bandenspanning.
- Was synthetische kleding bewust, omdat daarbij plastic vezels kunnen vrijkomen.
- Doe mee aan strand- en rivieropruimingen.
Stichting Noordzee organiseert elk jaar de Beach Cleanup Tour. Ook lokale strand- en rivierclean-ups dragen eraan bij dat afval niet in zee terechtkomt.
Waarom preventie belangrijker is dan opruimen
Er was in 2022 ruim een kwart minder zwerfafval op Nederlandse stranden te vinden dan in 2012. In de afgelopen 10 jaar gaat het om 27% minder dan in de 10 jaar daarvoor.
Toch blijft voorkomen belangrijker dan opruimen, omdat plastic dat eenmaal in zee terechtkomt moeilijk terug te halen is. De grote verspreiding, de kleine omvang van veel deeltjes en het risico voor zeedieren maken grootschalige opruiming ingewikkeld.
Het opruimen van zwerfafval is bovendien duur. De kosten die gemeenten, waterschappen en andere gebiedsbeheerders jaarlijks maken voor de aanpak van zwerfafval worden ingeschat op € 280 miljoen.
Plastic vervuilt onze oceanen, ons voedsel en onze lucht. De productie van plastic zal rond 2040 naar verwachting meer dan verdubbelen, waardoor het plastic afval in de oceaan tegen 2050 verviervoudigd.
Uit onderzoek blijkt dat de plastic soep zal zijn verviervoudigd in 2050 als we niet snel actie ondernemen.
OCEAN CLEAN UP: opruimsysteem van Boyan Slat voor plastic soep oceaan in
tags: #milieuprobleem #plastic #soep