Niet genoeg verhit voedsel kan bacteriën, virussen en parasieten bevatten die voedselinfecties of voedselvergiftiging veroorzaken. Verhit eten daarom door en door om bacteriën en virussen te doden, vooral vlees, vis, ei, schelpdieren en kiemgroenten.
Als voedsel niet helemaal gaar is, is het meestal het veiligst om het verder te verhitten totdat het gaar is. Was je handen, houd rauw en bereid voedsel gescheiden, gebruik schone keukenspullen en bewaar eten op de juiste temperatuur.
Waarom onvoldoende verhit voedsel gevaarlijk kan zijn
Voedselinfecties worden veroorzaakt door bacteriën en virussen. Deze krijgt u binnen door het eten en drinken van besmette voedingsmiddelen.
In ons eten kunnen ziekmakers zitten. Deze zijn niet met het blote oog te zien en je kunt ze niet proeven of ruiken. Ze kunnen zorgen voor een voedselinfectie of een voedselvergiftiging.
Daarvan kun je klachten krijgen als misselijkheid, braken en diarree. Meestal gaat dit vanzelf over.
Veilig eten betekent dat je iets kunt eten of drinken zonder dat je er ziek van wordt. Het gaat dan om ziekten die je gelijk kan krijgen of pas na tientallen jaren.
In Nederland is ons eten heel veilig. Toch kunnen er schadelijke stoffen of ziekmakers in eten zitten. Dat is nooit helemaal te vermijden.
Vooral vlees, vis, ei en kiemgroenten moeten goed worden verhit. Ook schelpdieren moeten voldoende worden verhit, bij voorkeur totdat het gaar is.
Wat te doen als voedsel niet genoeg gaar is
1. Verhit het voedsel verder
Bij het koken van voedingsmiddelen, gaan de aanwezige bacteriën en virussen dood.
Verhit eten door en door om bacteriën en virussen te doden. Verhit vooral vlees, vis, ei en kiemgroenten goed.
Als voedsel vanbinnen nog rauw, lauw of onvoldoende gaar is, verhit het dan opnieuw totdat het volledig gaar is. Schep eten in de magnetron regelmatig om.
Bij vlees, vis en schelpdieren is het belangrijk dat ook het binnenste voldoende wordt verhit. Vertrouw daarbij niet alleen op de kleur of geur, want ziekmakers zijn niet altijd zichtbaar en kunnen niet altijd worden geroken of geproefd.
2. Eet het voedsel niet verder op als je twijfelt
Als je niet zeker weet of voedsel veilig is, eet het dan niet verder op. Dit is extra belangrijk voor ouderen, zwangeren, kleine kinderen en mensen met een verminderde weerstand. Zij lopen een groter risico op een voedselinfectie.
De voedselveiligheid in ons land staat op een hoog peil, maar 100% veilig voedsel bestaat niet.
Voor producten die je koopt zijn er veel regels en controles. Dat merk je als een product wordt teruggeroepen.
3. Bewaar restjes snel en zorgvuldig
Zet producten die gekoeld moeten blijven dan ook zo snel mogelijk na aankoop in de koelkast.
Bewaar eten op de juiste manier. Zet je koelkast op 4 °C. Eten blijft dan langer goed en bacteriën krijgen nauwelijks een kans.
Restjes van volledige maaltijden kun je in individuele porties invriezen voor later.
Gebruik doorzichtige, luchtdichte en herbruikbare bewaardozen.
Zet de voedingsmiddelen die het snelst bederven in de koude zones van de koelkast (meestal onderin).
De vijf stappen om voedsel veilig te houden
1. Kopen
Kijk of de verpakking heel is, bekijk de houdbaarheidsdatum en koop producten uit de koeling als laatste.
Let op de vervaldata en maak goed onderscheid tussen ‘te gebruiken tot…’ en ‘ten minste houdbaar tot…’.
‘Te gebruiken tot’ betekent dat je het product na deze datum best weggooit, omdat de fabrikant de eetbaarheid niet meer garandeert.
‘Ten minste houdbaar tot…’ betekent dat je het product na deze datum nog steeds kunt gebruiken, tenzij er zichtbare tekenen van bederf zijn.
Vertrouw op je zintuigen: kijk, ruik en proef. Als alles normaal lijkt, kun je het product nog steeds opeten!
2. Wassen en schoonmaken
Was regelmatig uw handen, hierdoor worden bacteriën en virussen verwijderd.
De belangrijkste momenten zijn: voor het bereiden van de maaltijd, na het aanraken van rauw vlees, voor u aan tafel gaat en natuurlijk na toiletbezoek.
Was je handen, keukengerei, snijplanken, groente en fruit altijd grondig.
Verschoon vaatdoekjes elke dag.
3. Scheiden
Tijdens het koken kunnen bacteriën en virussen van het ene voedingsmiddel makkelijk op een ander voedingsmiddel komen.
Zorg daarom dat bereid voedsel niet in aanraking komt met rauw voedsel, gebruik verschillende snijplanken voor rauw vlees en groente en werk altijd met schone messen.
Snijd vlees, vis en groente op aparte snijplanken.
Scheid gaar en rauw eten en voorkom kruisbesmetting.
4. Verhitten
Bij het koken van voedingsmiddelen, gaan de aanwezige bacteriën en virussen dood.
Verhit eten door en door om bacteriën en virussen te doden.
Vooral vlees, vis, en schelpdieren moeten voldoende worden verhit, bij voorkeur totdat het gaar is.
Verhit vooral vlees, vis, ei en kiemgroenten goed.
Drink geen rauwe melk en kook kraanwater als u twijfelt aan de kwaliteit, bijvoorbeeld in het buitenland.
5. Koelen en bewaren
Bij lage temperaturen kunnen bacteriën en virussen zich moeilijk vermeerderen.
Bewaar eten op de juiste manier. Zet je koelkast op 4 °C. Eten blijft dan langer goed en bacteriën krijgen nauwelijks een kans.
Houd vlees en salades bij barbecueën gekoeld.
Restjes van volledige maaltijden kun je in individuele porties invriezen voor later.
Wat als je al onvoldoende verhit voedsel hebt gegeten?
Van bacteriën, virussen en parasieten in eten kun je ziek worden. Klachten kunnen bestaan uit misselijkheid, braken en diarree.
Meestal gaat dit vanzelf over.
Op thuisarts.nl krijg je adviezen als je ziek bent geworden van eten en kun je lezen wanneer het toch verstandig is om de huisarts te bellen.
Wil je advies dat bij jou past? Maak dan een afspraak met je huisarts of de praktijkondersteuner.
Deze stappen zijn extra belangrijk voor ouderen, zwangeren, kleine kinderen en mensen met een verminderde weerstand. Zij lopen een groter risico op een voedselinfectie.
Wanneer moet je extra voorzichtig zijn?
Ouderen, zwangeren, kleine kinderen en mensen met een verminderde weerstand lopen een groter risico op een voedselinfectie.
Voor deze groepen is het belangrijk om rauwe of onvoldoende verhitte producten te vermijden en voedsel zorgvuldig te bewaren, te scheiden en volledig te verhitten.
Vooral vlees, vis, ei en kiemgroenten moeten goed worden verhit.
Drink geen rauwe melk en kook kraanwater als u twijfelt aan de kwaliteit, bijvoorbeeld in het buitenland.
Onvoldoende gaar voedsel en voedselverspilling
Elk jaar verspillen Brusselse gezinnen zo’n 19 kg voedsel per persoon.
Uit een onderzoek van OVAM is gebleken dat dit betekent dat een gezin jaarlijks zo’n € 508 aan voedsel in de vuilbak gooit!
De voedingsmiddelen die het vaakst worden verspild zijn maaltijdresten (27%), brood (26%) en groenten en fruit (16%).
Dat heeft een aanzienlijke impact op het leefmilieu, want hulpbronnen zoals energie, water en meststoffen worden gebruikt voor de productie, de verwerking, het verpakken, de opslag, het transport en de distributie van al deze voedingsmiddelen.
Voedselverspilling verminderen begint met enkele kleine acties die toch een grote impact hebben.
Je kunt je maaltijden plannen, je producten beter bewaren, verdelen en verwerken.
De mogelijkheden zijn talrijk. Soms kun je met wat creativiteit van iets schijnbaar nutteloos zelfs iets heerlijks maken.
Maak niet te veel klaar
Doe pas boodschappen nadat je beslist hebt wat je wilt klaarmaken en weet hoeveel je van elk ingrediënt nodig hebt.
Kijk ook eerst wat je nog in voorraad hebt in je kasten, koelkast en diepvriezer.
Koop alleen hoeveel je echt nodig hebt en doseer ingrediënten correct.
Hang eventueel een blad op met de juiste hoeveelheden van je vaak gekochte voedingsmiddelen.
Zo voorkom je dat moeilijk te recupereren overschotten rechtstreeks in de oranje zak belanden.
Gebruik restjes op een veilige manier
Heb je te veel rijst, pasta of griesmeel gekookt? Voeg een beetje olie, zaden, gekookte of rauwe groenten toe en maak een lunchsalade voor de volgende dag.
Heb je nog een restje gekookte broccoli of paprika over? Voeg ze samen tot een volwaardige portie groenten voor je volgende maaltijd of verwerk ze in groenteburgers, omeletten, quiches enz.
Plan je maaltijden bewust: houd rekening met wat je nog in huis hebt en welke restjes je nog moet verwerken.
Neem restjes van de dag ervoor mee naar school, kantoor of de werf als lunch. Je kan ze koud eten of opnieuw opwarmen.
Volledige maaltijden kunnen in individuele porties worden ingevroren voor later.
Koel restjes snel
Ruim je koelkast eenmaal per week op om te vermijden dat je etenswaren vergeet te gebruiken.
Gebruik doorzichtige, luchtdichte en herbruikbare bewaardozen.
Zet voedingsmiddelen die het snelst bederven in de koude zones van de koelkast, meestal onderin.
Zet je koelkast op 4 °C. Eten blijft dan langer goed en bacteriën krijgen nauwelijks een kans.
Voedsel bewaren en bereiden zonder onnodige risico’s
Gebruik verschillende technieken om voedsel te bewaren, zoals inmaken, lacto-fermentatie en invriezen.
Courgettes, tomaten, wortelen en aardappelen kunnen ook aan het einde van de zomer een mooie oogst opleveren.
Maar het is onmogelijk om alles dat je oogst onmiddellijk op te eten.
Bij veel bewaartechnieken blijven de smaak, de textuur en zelfs de voedingsstoffen van fruit en groenten behouden.
Verlepte groenten zoals wortelen en selder kun je snijden, wassen en in de koelkast laten weken met een beetje suiker.
De volgende dag zijn ze weer klaar om gegeten te worden, rauw of in een bereiding.
Verlepte sla kun je 1 uur in een bad met koud water weken: dankzij de koudeboost wordt de sla weer knapperig!
Groenten die niet vers genoeg meer zijn om rauw te eten, kun je verwerken in soepen, quiches, risotto, wafels of ratatouille.
Overrijp fruit of fruit dat er niet meer zo lekker uitziet, kun je verwerken in taarten, cakes, crumbles, compotes, chutneys, confituren en smoothies.
Oud brood kun je gebruiken voor toast, croutons, paneermeel, croque-monsieur, wentelteefjes, bruschetta of Brusselse ‘bodding’.
Hygiënisch koken voorkomt kruisbesmetting
Voedselveiligheid begint niet pas bij het koken, maar al bij het klaarmaken van de ingrediënten.
Was regelmatig je handen, vooral voor het bereiden van de maaltijd en na het aanraken van rauw vlees.
Gebruik verschillende snijplanken voor rauw vlees en groente.
Werk altijd met schone messen.
Zorg dat bereid voedsel niet in aanraking komt met rauw voedsel.
Houd vlees en salades bij barbecueën gekoeld.
Gebruik schone, luchtdichte bewaardozen voor restjes en zet ze zo snel mogelijk gekoeld weg.
Gezond en veilig eten
Gezond eten is goed voor je: je krijgt alles binnen wat je nodig hebt: eiwitten, vetten, koolhydraten, vitamines, mineralen, vezels en vocht.
Je krijgt niet te veel dingen binnen die slecht voor je zijn. Bijvoorbeeld te veel zout of schadelijke stoffen, zoals zware metalen.
Zo voel je je fitter. En heb je een kleinere kans op ziektes, zoals kanker, hartziektes en diabetes type 2.
Gezond eten is niet alleen goed voor jezelf. Maar ook voor onze aarde.
Gezond en gevarieerd eten is het belangrijkste wat je kunt doen.
Gevarieerd eten kan helpen om niet steeds te veel van dezelfde schadelijke stof binnen te krijgen.
Basis van een gezond eetpatroon
Eet veel groente en fruit.
Wissel af tussen de soorten groente en fruit die er zijn.
Eet elke dag 250 gram groente of meer. En 200 gram fruit of meer.
Kies voor volkorenproducten, zoals volkorenbrood, volkorenpasta, volkoren couscous, volkoren bulgur, zilvervliesrijst en havermout.
Wissel af met aardappelen.
Eet elke dag een handje ongezouten noten of pinda's.
Eet verschillende soorten peulvruchten, zoals bruine bonen, witte bonen, kikkererwten, linzen, tofu, tempé, hummus en falafel.
Eet 1 keer per week vis, liefst vette vis zoals haring of zalm.
Drink water, thee en koffie zonder suiker.
Voor kinderen vanaf 15 jaar en volwassenen is ongeveer 1,5 liter per dag genoeg. Dat zijn ongeveer 8 glazen.
Beperk zout en suiker
Je lichaam heeft zout nodig, maar te veel zout is ongezond.
Gebruik verse producten. Kook zelf en gebruik verse producten.
Neem geen kant-en-klare sauzen, soepen en maaltijden. Hierin zit vaak veel zout.
Doe geen extra zout bij je eten.
Smaak geven aan je eten kan bijvoorbeeld ook met kruiden, geroosterde zaden en pitten.
Te veel suiker eten is ongezond.
Eet minder producten waaraan suiker is toegevoegd, zoals koek, snoep, taart en toetjes met suiker.
Probeer producten met toegevoegde suikers te beperken, en kies liever voor eten waar de suikers van nature in zitten.
Neem geen kant-en-klare sauzen, soepen en maaltijden. Daar zit ook vaak suiker in.
Belangrijke ziekmakers in voedsel
Bacteriën
Lees meer over bacteriën als salmonella, E. coli (EHEC), listeria en campylobacter.
Bacteriën kunnen zich vooral snel vermeerderen wanneer voedsel niet goed gekoeld wordt bewaard of wanneer rauw voedsel in contact komt met bereid voedsel.
Door handen, keukengerei en oppervlakken schoon te houden en voedsel goed te verhitten, kun je het risico verkleinen.
Virussen
Ook van virussen in eten kun je ziek worden, denk aan norovirus en hepatitis A.
Was je handen zorgvuldig en voorkom dat bereid voedsel besmet raakt door rauwe ingrediënten of vuile keukenspullen.
Parasieten
Vooral de parasiet Toxoplasma gondii is een bekend voorbeeld. Maar ook bijvoorbeeld vossenlintworm.
Een goede voedselhygiëne en het voldoende verhitten van risicoproducten helpen om het risico op besmetting te beperken.
Wat je niet moet doen
- Eet geen voedsel verder op als het rauw is gebleven en je het niet opnieuw kunt verhitten.
- Laat bereid voedsel niet in aanraking komen met rauw vlees, rauwe vis of rauwe groenten.
- Gebruik niet dezelfde snijplank voor rauw vlees en andere ingrediënten zonder die eerst grondig schoon te maken.
- Bewaar gekoelde producten niet langdurig buiten de koelkast.
- Gebruik producten niet na de datum ‘te gebruiken tot’.
- Drink geen rauwe melk.
- Eet geen abrikozenpitten, dat is levensgevaarlijk.
Praktische controle vóór je eet
- Is het voedsel volledig gaar?
- Is het binnenste nog rauw of lauw?
- Is het voedsel in contact geweest met rauwe ingrediënten?
- Zijn je handen, messen en snijplanken schoon?
- Is het voedsel snel gekoeld en bewaard bij 4 °C?
- Is de houdbaarheidsdatum niet verstreken?
- Zijn er zichtbare tekenen van bederf?
Als je twijfelt over de veiligheid van onvoldoende verhit voedsel, verhit het dan verder of eet het niet op.
